Armand Bonnetain

Armand Bonnetain
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Armand Jean Pierre Henri Bonnetain
Geboren Brussel, 24 juni 1883
Overleden Ukkel, 24 januari 1973
Geboorteland België
Opleiding en beroep
Beroep beeldhouwer, medailleur
Oriënterende gegevens
Werklocatie BrusselBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Kunstenaars­map­locatie Frick-kunstreferentiebibliotheekBewerken op Wikidata
Links
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
België
De overhandiging van het borstbeeld aan de heer D'Arsac, in de kantoren van de redactie van de krant Le Soir. Van links naar rechts: hoogleraar en Nobelprijswinnaar Jules Bordet en juffrouw Marie-Thérèse Rossel en aan de andere zijde van de buste de heren D'Arsac, Julius Hoste, minister van Openbaar Onderwijs, en beeldhouwer Armand Bonnetain
Beloningsplaket ter herinnering aan de wereldtentoonstelling van 1935 in Brussel

Armand Jean Pierre Henri (Armand) Bonnetain (Brussel, 24 juni 1883 – Ukkel, 24 januari 1973) was een Franco-Belgisch beeldhouwer en medailleur. Hij werd in 1926 genaturaliseerd tot Belg.

Leven en werk

Armand Bonnetain werd geboren in de Belgische hoofdstad uit Franse ouders, als een zoon van de chefkok Jean-Marie Bonnetain (1855-1924) en Adèle Constance Hébert (1859-1943). Zijn vader was vanaf 1897 eigenaar van restaurant La Taverne de Londres in Brussel en schreef een aantal kookboeken. Armands jongere broer Robert Bonnetain (1886-1971) zou later het restaurant voortzetten. Bonnetain volgde zijn middelbare schoolopleiding aan het Institut Dupuich in Brussel. Toen vader Bonnetain merkte dat Armand meer was geïnteresseerd in grafische kunst dan in de voetsporen van zijn vader treden, mocht hij in de leer bij de schilder Constant Montald. Op aanraden van Montald schreef Bonnetain zich in bij de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel (1899-1904 en 1905-1907), waar hij leerde schilderen bij Herman Richir en beeldhouwen bij Charles Van der Stappen. Tot zijn medestudenten behoorden Anto Carte, Paul Delvaux, René Magritte, Pierre Paulus en Edgar Tytgat. Hij bekwaamde zich verder als medailleur op het atelier van Paul De Greef. Bonnetain vestigde zich in 1913 in Elsene. Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende hij bij het Transportkorps in het Franse leger. In de jaren 1920 verhuisde hij naar Ukkel. Hij trouwde in 1923 met Madeleine Bégault (1888-1974), weduwe Hellemans. Als geallieerd veteraan kon Bonnetain de Belgische nationaliteit verkrijgen en in 1926 werd hij genaturaliseerd.

Bonnetain maakte als beeldhouwer onder meer gedenktekens, portretten en standbeelden. Geïnspireerd door zijn leermeester Van der Stappen, wijdde Bonnetain zich zo'n zestig jaar vooral aan de penningkunst en de grotere plaquettes die aan de hand daarvan werden vervaardigd. Hij maakte naar schatting zo'n 250 tot 300 penningen. Bij het merendeel daarvan maakte hij gebruik van de verlorenwasmethode. In 1902 maakte Bonnetain de eerste penning, die was gewijd aan Nelly Van der Stappen, de vrouw van zijn leermeester, in 1968 maakte hij de laatste, gewijd aan de componist Leopold Samuel. Tot de vele portretpenningen die Bonnetain maakte behoren die van de Franse dichter Paul Valéry (1925), gezant Guillaume, graaf d'Arschot-Schoonhoven (1927), politicus Albert Devèze (1927), schilder Félicien Rops (1933), architect Paul Bonduelle (1936), de schilder Adolphe Crespin (1938), Brits oud-premier Winston Churchill, politicus Lucien Cooremans (1946) en diverse familieleden, onder wie zijn vrouw, ouders, zijn grootmoeders en twee maal zichzelf (1945, 1955). "Ses potraits sont de petits chefs-d'oeuvres de caractère", meende de criticus van de krant Vers L'Avenir in 1921. "Il a poussé la technique jusqu'à graver des miniatures d'dune finesse ahurissante." schreef een ander. In 1963 werd hij 80 jaar en zat 50 jaar in het vak, naar aanleiding van een tentoonstelling van zijn penningen schreef Le Soir: "Les medailles d'Armand Bonnetain sont bien des mirroirs dont on oublie les limites dans la mesure où un profil impose son rayonnement. Certaines medailles nous font penser à ces minuscules statuettes égyptiennes qui ont autant de présence qu'une sculpture monumentale."

Vanaf 1922 ontwierp Bonnetain muntgeld voor onder andere België en het groothertogdom Luxemburg. Hij schilderde en tekende ook, vooral landschappen in houtskool, gouache en pastel, maar hield dat werk grotendeels voor zichzelf. Bonnetain debuteerde in 1908 als exposant op de Driejaarlijkse Salon van Antwerpen. Hij nam een jaar later deel aan de wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel. In 1911 had hij met Pierre Paulus zijn eerste duo-expositie bij de Cercle Artistique et Littéraire de Bruxelles. Er volgden diverse tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Bonnetain werd in 1923 onderscheiden met een zilveren medaille op een tentoonstelling van toegepaste kunst in Monza (1923), in 1937 ontving hij de Grote Prijs van Parijs. Van de gemeente Ukkel ontving hij in 1948 een herdenkingsmedaille, samen met onder anderen Jules Berchmans, Léandre Grandmoulin en Joseph Jongen, en in 1964 een gouden medaille.

De kunstenaar werd lid van de Société royale des beaux-arts de Bruxelles (1933) en de Cercle Artistique et Littéraire de Bruxelles (1938). In 1940 werd hij corresponderend lid en in 1945 volgwaardig lid van de Académie royale de Belgique. Hij werd benoemd tot officier in de Leopoldsorde (1946), grootofficier in de Kroonorde en ridder in het Legioen van Eer (1939).

Armand Bonnetain overleed op 89-jarige leeftijd. Hij werd begraven in het familiegraf Bégault op de begraafplaats van Elsene.

Werken

Beeldhouwwerk

Galerij

Penningen

Galerij

Munten

België

Bonnetain maakte in 1922 zijn eerste muntontwerp voor de Koninklijke Munt van België. Zo kort na de Eerste Wereldoorlog droeg deze niet de beeltenis van de Belgische koning. Hij maakte een allegorische voorstelling van gelauwerde vrouw, die met een been op de grond knielt en een wond op haar andere been verzorgt, als symbool van een zegevierend en gekwetst België. Omdat de munten niet van edelmetaal werden vervaardigd, werd aan de zijde met de nominale waarde boven een caduceus de tekst Goed voor of Bon pour toegevoegd om het vertrouwen van de bevolking in de nieuwe munt te verhogen. Bonnetains ontwerp werd vanaf 1922 tot in de jaren 1930 uitgebracht met een waarde van 50 centimes, 1 en 2 Belgische frank. Door de in 1921 opgerichte Belgisch-Luxemburgse Economische Unie was de munt ook een officieel betaalmiddel in Luxemburg. Ter gelegenheid van het eeuwfeest van de onafhankelijkheid van België in 1930 ontwierp Bonnetain een herdenkingsmunt van 10 frank of 2 belga, met daarop binnen een parelrand de samengevoegde portretten van de koningen Leopold I, Leopold II en Albert. In 1931 werd een munt uitgebracht van 4 belga / 20 frank, met aan de voorzijde een door Bonnetain gemaakt portret van koning Albert en aan de keerzijde het rijkswapen, uitgevoerd door Godefroid Devreese.

Na de troonsbestijging van Leopold III (1934) schreef de Munt in 1934 en 1937 wedstrijden uit voor nieuwe muntontwerpen. Bonnetain deed zonder succes aan beide mee. In 1947 benaderde de directeur van de Munt Bonnetain en Marcel Rau rechtstreeks om ontwerpen te maken voor nieuwe munten. Bonnetain kwam met beeldenaars van respectievelijk een mijnwerker voor de pasmunten, een portret van Ceres voor de kopernikkelen munten en van Mercurius voor de zilverstukken. De Munt koos echter voor de ontwerpen van Rau.

Luxemburg

In 1919 werd Charlotte groothertogin van Luxemburg. De Belgische Munt werd benaderd voor het vervaardigen van nieuwe munten, daar lag echter de focus nog op het eigen herstel na de Eerste Wereldoorlog. In 1923 werd door Bonnetain alsnog een ontwerp gemaakt. Hij kwam met een afbeelding van de Feiersteppler of puddleur, een arbeider die het vuur van een hoogoven opstookt, als symbool van de voor Luxemburg belangrijke staalindustrie. Mogelijk was zijn ontwerp gebaseerd op schetsen van de Luxemburgse kunstenaar Auguste Trémont, die zelf tijdens de oorlog in een staalfabriek van Arbed in Dudelange had gewerkt. De munten met de Feiersteppler werden tot 1964 uitgebracht.

Door een muntsanering in 1935 liepen de waardes van de Belgische en Luxemburgse frank uiteen. Om verwarring te voorkomen maakte Bonnetain in opdracht van de Caisse Générale de l'Etat een nieuw munttype, met een maaister met in een bussel in haar linkerarm en een sikkel in de rechterhand. Zij stond symbool voor de Luxemburgse landbouw en was daarmee tegenhanger van de Feiersteppler die de industrie vertegenwoordigde. De munten, uitgegeven in 1939, waren de eerste geldstukken die de landnaam en waarde in het Luxemburgs vermelden.

In 1947 maakte Bonnetain ontwerpen voor een nieuwe serie van 20, 50, 100 franc met een beeltenis van erfgroothertog Jean van Luxemburg en aan de keerzijde de ridder Jan de Blinde (1296-1346), graaf van Luxemburg, wiens lichaam in dat jaar werd overgebracht naar de crypte onder de kathedraal van Luxemburg. Tijdens de muntslag bezocht de erfgroothertog de muntwerkplaats, ter gelegenheid daarvan werd een plaquette (43,02 x 65,52 mm) geslagen met diens door Bonnetain ontworpen portret.

Baskenland

Binnen de Tweede Spaanse Republiek (1931-1939) kreeg Baskenland (Baskisch: Euskadi) meer autonomie. De Belgische Munt kreeg van de Baskische regering de opdracht voor het slaan van munten. Bonnetain maakte een ontwerp van een naar rechts gekeerde beeldenaar van een vrouw met een Frygische muts, als allegorische voorstelling van vrijheid. De munt werd in 1937 uitgegeven met een waarde van 1 peseta en 2 pesetas. Door een nederlaag van de republikeinen bleef een geplande uitbreiding van de muntset uit.

Belgisch-Congo

In 1911 kreeg de Belgische kolonie Congo een eigen munteenheid, de Belgisch-Congolese frank. In 1943 ontwierp Bonnetain munten met een naar links lopende Afrikaanse olifant. Achter de staart van de olifant plaatste Bonnetain zijn AB-monogram. De voorzijde toonde de nominale waarde (1, 2, 5, 10 en een zilveren munt van 50 franc) en de naam van de Banque du Congo belge, aan de bovenzijde in het Frans en onder in het Nederlands. De munten werden tijdens de oorlog geslagen door de Philadelphia Mint en de South African Mint. In 1949 werd de laatste serie van dit ontwerp geslagen. In 1960 werd Congo onafhankelijk.

Galerij

Zie de categorie Armand Bonnetain van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.