Een artsenstaking is een gebeurtenis waarbij artsen en soms andere medische beroepen een staking houden.
Tijdens de artsenstaking van 1 tot 18 april 1964 staakte een groot deel van de Belgische artsen en tandartsen als reactie op de geplande hervormingen in de sociale zekerheid.
Dit hard conflict was gericht tegen de geplande besparingen in de sociale zekerheid door de toenmalige minister Edmond Leburton, de zogenaamde wet Leburton. Deze wilde de geneeskunde, die tot dan praktisch vrij was, aan banden leggen. De staking werd georganiseerd door het Nationaal Verbond der Syndicale Kamers, onder leiding van Roger Thoné en André Wynen, onder de vlag van therapeutische vrijheid van de arts en de patiënt en tegen elke verstaatsing. Negentig tot vijfennegentig percent van de Belgische artsen en tandartsen nam deel aan deze grootste artsenstaking uit de Belgische geschiedenis. De staking duurde achttien dagen. Het protest had internationale repercussies, omdat tijdens de staking verschillende sterfgevallen waren toe te schrijven aan het gebrek aan medische hulp.
Als reactie werden artsen door de overheid opgevorderd in hun functie van reserveofficier van het leger. Om hieraan te ontsnappen vertrokken de artsen op "vakantie" naar het buitenland, meestal juist over de Franse of Nederlandse grens. André Wynen was een keiharde en compromisloze onderhandelaar. Uiteindelijk werd het merendeel van zijn eisen ingewilligd, de wet moest herschreven worden.
Van december 1979 tot januari 1980 was er een tweede, minder algemene artsenstaking in België.
Voor het eerst in meer dan twintig jaar legden dokters in ziekenhuizen, huisartsen en ook tandartsen op 7 juli 2025 in België het werk neer uit onvrede met de hervormingsplannen van Frank Vandenbroucke (Vooruit), minister van Volksgezondheid, die onder meer de ereloonsupplementen wilde plafonneren. Volgens de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) bracht het voorontwerp van de kaderwet van de minister "een aantal perverse effecten" met zich mee "die nadelig zijn voor de kwaliteit van de zorg en voor de patiënt". "De evolutie naar een staatsgeneeskunde, met lange wachtrijen en zonder gepersonaliseerde zorg of keuzevrijheid voor arts en patiënt, moet koste wat het kost worden vermeden", aldus het artsensyndicaat. In Wallonië werd op 7 juli de niet-dringende zorg uitgesteld. In het Universitair Ziekenhuis van Namen legden bijvoorbeeld 350 van de 400 artsen het werk neer. In Vlaanderen was de hinder kleiner.
De antisemitische artsenstaking in Montreal van 1934 was een werkonderbreking van arts-assistenten in het Hôpital Notre-Dame en verschillende andere katholieke ziekenhuizen in Montreal, in de Canadese provincie Quebec, die plaatsvond van 14 tot 18 juni 1934. De staking was gericht tegen de aanstelling van Samuel Rabinovitch (1909–2010), een Franstalige Joodse arts die aan de Université de Montréal was afgestudeerd en tot hoofdassistent van het Hôpital Notre-Dame was benoemd. De stakers eisten dat het ziekenhuis zijn aanstelling ongedaan zou maken. De werkonderbreking breidde zich uit naar andere ziekenhuizen en eindigde op 18 juni, nadat Rabinovitch zijn ontslag had ingediend.
De artsenstaking in Saskatchewan (Engels: Saskatchewan doctors’ strike) was een 23 dagen durende collectieve werkonderbreking door het merendeel van de artsen in de Canadese provincie Saskatchewan, van 1 tot en met 23 juli 1962. De staking was gericht tegen de invoering van The Saskatchewan Medical Care Insurance Act, 1961, waarmee de provinciale regering een publiek gefinancierde, universele verzekering voor artsendiensten invoerde. Het conflict eindigde met het Saskatoon Agreement van 23 juli 1962.
De Israëlische artsenstaking van 1983 was een langdurig arbeidsconflict van artsen in de Israëlische gezondheidszorg dat liep van 2 maart tot 27 juni 1983. De staking duurde 118 dagen en omvatte bijna 8.000 artsen die in de publieke sector werkzaam waren. De belangrijkste twistpunten waren de salarissen, de lengte van de werkweek en andere arbeidsvoorwaarden.
In Nederland was er een artsenstaking in 1943, uit solidariteit met de Joodse bevolking.