| August Conrady | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Titulatuur/graad | doctoraat | |||
| Geboortedatum | 28 april 1864 | |||
| Geboorteplaats | Wiesbaden | |||
| Overlijdensdatum | 4 juni 1925 | |||
| Overlijdensplaats | Leipzig | |||
| Academische achtergrond | ||||
| Archieflocatie(s) | University Library Würzburg | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied | taalkunde, sinologie | |||
| Onderzoek | Onder meer Nepal, Thailand en Peking | |||
| Bekende werken | Zie Nationalbibliothek | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Saksische Academie van Wetenschappen (24 mei 1916) | |||
| ||||
August Conrady (Wiesbaden, 28 april 1864 - Leipzig, 4 juni 1925) was een Duits oriëntalist en professor in Oost-Aziatische talen aan de Universiteit Leipzig.
Conrady studeerde klassieke en Indiase filosofie, vergelijkend taalonderzoek, Sanskriet, Tibetaans en Chinees. Hij promoveerde aan de Universiteit van Würzburg en verwierf zijn habilitatie in 1891 in Leipzig.
In 1896 publiceerde hij zijn onderzoeksresultaten in zijn werk Eine Indo-Chinesische causative-Denominativ-Bildung und ihr Zusammenhang mit den Tonaccenten.
In 1896 werd hij buitengewoon professor in Leipzig en in 1920 gewoon professor. Tot zijn studenten in Leipig behoorden belangrijke, latere sinologen onder wie Gustav Haloun, Otto Mänchen-Helfen, Lin Yutang, Bruno Schindler, Johannes Siegfried Schubert en zijn neef en opvolger in Leipzig, Eduard Erkes.
In 1905 publiceerde hij zijn werk Acht Monate in Peking. Eindrücke und Studien aus der Zeit der chinesischen Wirren.