

Het BACH-motief is een muzikale handtekening, en in dit geval de noten Bes, A, C, B. Het BACH-motief is in de Nederlandse muzieknotatie niet direct herkenbaar. Dat komt door het verschil met de Duitse muzieknotatie. In de Duitse muzieknotatie komen de letters BACH overeen met de muzieknoten b, a, c en h. In de Nederlandstalige muzieknotatie zijn dat Bes, A, C en B.
Het bekendste voorbeeld van het BACH-motief is in het laatste, onvoltooide Contrapunctus in Die Kunst der Fuge (BWV 1080) van Johann Sebastian Bach. Het motief verschijnt bovendien in een aantal van zijn andere muziekstukken, zoals aan het eind van de variaties op Vom Himmel Hoch, BWV 769. Het motief komt ook voor in de Matthäus-Passion, in het deel waar het koor zingt: Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen. In vele stukken worden echter niet de exacte noten B-A-C-H gebruikt, maar een transpositie ervan, bijvoorbeeld een halve toon hoger, of een terts lager.
De aanwezigheid van het motief in de laatste maat van het Kleines harmonisches Labyrinth, BWV 591, wordt niet betekenisvol geacht. Dit werk is wellicht niet eens van Bach, maar mogelijk van Johann David Heinichen.
Er bestaat nog een fuga in F-majeur, geschreven door een van de zonen van Bach, hetzij Johann Christian Bach of Carl Philipp Emanuel Bach, waarin het motief wordt gebruikt.
Het BACH-motief is gebruikt door een aantal componisten, gewoonlijk als eerbetoon aan Johann Sebastian Bach. Het vroegste voorbeeld komt voor in een stuk van Jan Pieterszoon Sweelinck. Het is mogelijk, maar niet zeker, dat hij het gebruikte als eerbetoon aan een van de voorouders van Johann Sebastian, velen van hen waren namelijk ook musici of componisten.
Pas in de negentiende eeuw, toen de belangstelling voor de oude Bach opnieuw opkwam, werd het motief door verschillende andere componisten gebruikt. Waarschijnlijk omdat Bach het zelf in een fuga gebruikte, wordt het motief door andere componisten vooral gebruikt in fuga's of in andere complexe composities in contrapunt.
Werken waarin het BACH-thema prominent naar voren komt, in chronologische volgorde:
Het motief komt ook nog voor in een aantal andere werken, waaronder Arnold Schoenbergs Variaties voor Orkest (1926-28) en zijn Strijkkwartet Nr. 3 (1927), Krzysztof Penderecki's Lucas Passie, en Johannes Brahms' cadens voor het eerste deel van Beethovens Pianoconcert nr. 4.