| Behangersbijen | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Grote behangersbij (Megachile lagopoda) | ||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||
| Megachile Latreille, 1802 | ||||||||||||||||||
| M. centuncularis (Tuinbladsnijder) snijdt een stukje uit een blad voor bekleding van het nest | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
De behangersbijen (Megachile) zijn een geslacht van bijen uit de familie Megachilidae. De naam voor het geslacht werd in 1802 voorgesteld door Latreille. De soorten leven in holletjes van bijvoorbeeld bamboe of in hout. Typerend voor deze soorten is onder meer dat ze geen arolia tussen hun klauwtjes hebben; in tegenstelling tot veel andere bijen kunnen ze dus niet tegen gladde oppervlakken zoals glas oplopen. Megachile pluto, de grootste bij ter wereld, is in dit geslacht te vinden.
Veel behangersbijensoorten knippen, meestal ronde stukjes, uit bladeren van planten en nemen die tussen hun kaken mee naar hun nestholtes. Dit zijn meestal lange gangen in hout, plantenstengels of in de grond. Hierin worden meerdere broedkamertjes gemaakt die allemaal bekleed worden met dit uitgeknipte plantmateriaal. Dit is waar de behangersbijen hun naam aan te danken hebben. Vervolgens wordt in het kamertje een eitje gelegd en wordt het voorzien van voedsel voor de larve. De nestholte bevat meestal meerdere van deze kamertjes.