De blauwe kleur van de vlindervleugels komt niet door pigment, maar door de microscopische structuur en textuur van de bovenlaag, die invallend licht weerschijnt als een deken van kleine prisma's. De kleur verandert wat met de waarnemingshoek en de intensiteit neemt sterk toe bij invallend licht. Dit iriserende effect zorgt voor de felblauwe weerschijnkleur. De mannetjes zijn feller van kleur dan de vrouwtjes, die ook een bruine rand met witte vlekken aan de voorvleugel hebben. De onderzijde van de vleugels is bruin met een complexe tekening van verschillende oogvlekken. De vlinder heeft een spanwijdte van tussen de 100 en 120 millimeter.
Verspreiding en leefgebied
Deze vlindersoort komt voor in de neotropischeregenwouden van Midden- en Zuid-Amerika. De volwassen vlinders leven het grootste deel van de tijd in de onderste lagen van het bos en boven riviertjes, maar wanneer ze op zoek gaan naar een partner, komen ze ook in hogere regionen en durven ze zelfs boven de boomkruinen uit vliegen.
Leefwijze
De waardplant van de rupsen is Erythroxylum pilchrum waaraan in de nachtelijke uren wordt gepeuzeld. De volwassen vlinders drinken het sap van rottend fruit.
Taxonomie
De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Carl Linnaeus.
Ondersoorten
De soort Morpho menelaus omvat de volgende lijst aan voorgestelde ondersoorten: