| Stad in Duitsland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Deelstaat | |||
| Landkreis | Ludwigslust-Parchim | ||
| Coördinaten | 53° 22′ NB, 10° 43′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 47,42 km² | ||
| Inwoners (31-12-2020) |
10.722 (226 inw./km²) | ||
| Hoogte | 9 m | ||
| Rico Reichelt (Die Linke) | |||
| Overig | |||
| Postcode | 19258 | ||
| Netnummer | 038847 | ||
| Kenteken | LUP, HGN, LWL, PCH, STB, LBZ | ||
| Stad | 10 Ortsteile | ||
| Gemeentenr. | 13 0 76 014 | ||
| Website | Officiële website | ||
| Locatie van Boizenburg/Elbe in Ludwigslust-Parchim | |||
| Foto's | |||
| Gezicht op de haven en de stad | |||
| Stadhuis (1711-1712) | |||
| |||
Boizenburg is een gemeente in de Duitse deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren, gelegen in de Landkreis Ludwigslust-Parchim. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek 10.722 inwoners. De plaatsnaam werd, vooral in historische documenten van vóór circa 1850, ook wel als Boitzenburg gespeld.
Vanwege de langdurige invloed van de plaatselijke fabricage van o.a. wand- en vloertegels noemt Boizenburg/Elbe zichzelf ook wel Fliesenstadt, Tegelstad.
De gemeente bestaat uit de volgende tien Ortsteile:
Boizenburg heeft een oppervlakte van 47,27 km² en ligt in het noordoosten van Duitsland. De plaats ligt aan, en is genoemd naar, het riviertje de Boize. Dit is een zijriviertje van de Sude, die op haar beurt een zijrivier van de Elbe is. De Elbe stroomt ongeveer 2 kilometer ten zuiden van het stadje langs.
Het stadje ligt aan de Bundesstraße 5 (de oude route Hamburg-Berlijn v.v.) en de Bundesstraße 195.
Boizenburg heeft sinds 1846 een station aan een spoorlijn, die Hamburg en Berlijn met elkaar verbindt; zie: Spoorlijn Berlijn - Hamburg. Dit station staat bijna 3 kilometer ten oosten van het stadscentrum.
De stad heeft al sedert 1422 een binnenhaven, die sedert plm. 2000 vrijwel alleen voor de pleziervaart wordt gebruikt. De meeste naoorlogse woonwijken van Boizenburg liggen ten noorden en oosten van het oude stadscentrum.
Vanaf de 8e eeuw woonden hier, bij de monding van de Boize in de Sude en de Elbe, leden van de Slavische stam der Abodriten. In de jaren vóór 1142 had hertog Hendrik de Leeuw het gebied op hen veroverd. Ter hoogte van het thans tot Boizenburg behorende dorp Gothman lag tot en met de 12e eeuw, aan een handelsroute van Midden-Duitsland naar de Oostzee, een strategisch belangrijke burcht. Deze handelsroute stond in de 10e eeuw bekend als Boizenburger Frachtweg en liep over een vlak parcours van Lüneburg, via Neetze, een voorde in de Elbe tussen Radegast (tegenwoordig gemeente Bleckede) en Gothmann, een voorde in de Boize te Boizenburg, vervolgens oostelijk voorbij Mölln naar Fredeburg, dat tegenwoordig niet meer is dan een gehucht ten zuiden van Ratzeburg; vanaf de 14e eeuw werden voor de Große Salzstraße om verschillende redenen andere routes gebruikt. In 1201 werd het gebied veroverd door vazallen van de koning van Denemarken. Het gebied rond Boizenburg kwam, na vele verwikkelingen in het eerste kwart van de 13e eeuw, in een Graafschap Schwerin, en vanaf het midden van de 14e eeuw in het hertogdom Mecklenburg te liggen. Boizenburg beschouwde zich vanaf 1255 als stad, hoewel de officiële stadsrechten pas in 1267 werden verleend.
In 1492 vond, na een vermeende hostie-schending, een pogrom tegen de Joden uit de stad plaats.
Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd Boizenburg in 1627 door katholieke troepen onder Tilly op de Denen veroverd. Vier jaar later heroverden Zweedse troepen de stad voor de protestantse coalitie. Een poging van de keizerlijken, om in 1644 Boizenburg te heroveren, mislukte. De gehele Dertigjarige Oorlog (1618-1648) was een periode van grote rampspoed voor de burgers van Boizenburg, want evenals eerder in 1581 brak er ook een pestepidemie uit.
In 1709 en 1720 werd Boizenburg getroffen door grote branden; de brand van 1709 verwoestte de stad bijna geheel. Overgeleverd is, dat een postiljon tijdens het voederen van de postpaarden in juni 1709 met hooi onvoorzichtig met zijn brandende lantaarn was omgesprongen; na deze brand werd binnen de stad een, streng gehandhaafd, verbod op strooien daken ingesteld. Na deze branden werden o.a. de belangrijkste kerk en het stadhuis nieuw gebouwd.
Van 1793 tot 1998 waren er scheepswerven te Boizenburg gevestigd. In de nazi-periode was de werf Thomsen & Co berucht als producente van allerlei oorlogsmaterieel, waaronder onderdelen van onderzeeboten en gevechtsvliegtuigen. In de oorlogsjaren was hier een groot dwangarbeiderskamp (waar ook Nederlanders en Belgen hebben moeten werken), en in 1944-1945 ook een vrouwenkamp, een Außenlager (buitenkamp) van concentratiekamp Neuengamme. Veel Joodse tienermeisjes en vrouwen stierven in dit kamp als gevolg van de onmenselijke behandeling en arbeidsomstandigheden. Van het kamp is de keukenbarak bewaard gebleven en ingericht als gedenkplaats met klein museum. De scheepswerf werd in de DDR-tijd onder een andere naam heropgericht, was in de jaren-1970 en -1980 belangrijk (export van o.a. rondvaartboten naar de Sovjet-Unie), maar was na 1990 niet meer rendabel en ging acht jaar later failliet.
Van 1949 tot 1990 lag Boizenburg in de DDR, dichtbij de Duits-Duitse grens. Tot 1972 lag de gemeente in een Sperrgebiet. Om de gemeente in en uit te kunnen reizen, waren speciale documenten vereist, en moest men zich aan scherpe controles onderwerpen.
Tussen 1890 en 1998 bestond een apart, 2½ kilometer lang, spoorlijntje tussen het hoofdstation en het centrum en de haven van Boizenburg. Het reizigersvervoer was reeds in 1967 gestaakt. Tegenwoordig rijdt hier een busdienst.
In de DDR-periode was hier een zeer grote fabriek gevestigd met de naam VEB Kombinat Fliesen und Sanitärkeramik „Kurt Bürger“ Boizenburg. Dit bedrijf produceerde o.a. keramieken wand- en vloertegels, sanitair zoals toiletpotten, badkuipen enz., en was een voortzetting van een Plattenfabrik die hier al vóór de Tweede Wereldoorlog, sinds 1903, was gevestigd. Toen het bij de Duitse hereniging moest worden opgeheven (het bedrijf was naar westerse maatstaven niet rendabel) werkten er, medio 1990, bijna 6.200 mensen. Van 1990 tot 2023 is nog door diverse ondernemers geprobeerd, deze fabriek in gemoderniseerde vorm voort te zetten; met zeer weinig succes. De laatste fabriek op deze locatie ging in 2023 failliet.
Na de Val van de Muur ontwikkelden zich op de bedrijventerreinen ten oosten van de stad en het spoorwegstation talrijke kleine en middelgrote bedrijven, waaronder kleine fabrieken in de metaalsector, de productie van allerlei plastic voorwerpen en de agrarische sector, waaronder een middelgrote veevoederfabriek.
De gemeente ligt ten dele in een biosfeerreservaat, het natuurgebied Biosphärenreservat Flusslandschaft Elbe-Mecklenburg-Vorpommern. Het is een oeverreservaat langs de Elbe.
De evangelisch-lutherse Mariakerk van Boizenburg/Elbe werd gebouwd in de middeleeuwen in gotische stijl. In de 18e eeuw werd de kerk na verwoesting in de Dertigjarige Oorlog en de stadsbrand van 1709 herbouwd. Na de Duitse hereniging (jaren 1990 en 2000) is het gebouw gerenoveerd. Het interieur is grotendeels neogotisch, hoewel ook nog voorwerpen uit de baroktijd aanwezig zijn.