Booglengte is in de meetkunde de lengte van een kromme of van een deel daarvan.
Voor een kromme in het platte vlak, gegeven door de parametervergelijkingen voor en , wordt de booglengte bepaald door een infinitesimaal klein stukje van de kromme te integreren. Voor een klein stukje geldt bij goede benadering volgens de stelling van Pythagoras:
De definitie van een boog is, dat het een deel van een kromme is. komt hier dus met een infinitesimaal kleine boog overeen. In de limiet is:
zodat:
mits de afgeleiden bestaan.
In het geval van een expliciete functie wordt dit:
en in poolcoördinaten:
De booglengte van de kromme tot aan het punt wordt dan:
Betreft de kromme de grafiek van een differentieerbare functie , dan kan deze formule anders worden geschreven door de variabele als parameter te kiezen. De booglengte van tot wordt dan:
Zelfs in eenvoudige gevallen bestaat er vaak geen gesloten vorm van deze integraal en moet deze numeriek worden berekend.
Bovenstaande definitie kan ongewijzigd op krommen in de driedimensionale ruimte en in de algemene -dimensionale euclidische ruimte worden overgedragen:
Het enige verschil is dat het tot uiting moet komen dat het om meer dimensies gaat. De lengte van de kromme is opnieuw de integraal van de lengte van de snelheidsvector:
Deze definitie blijft ook gelden voor algemenere normen en in plaats van kan ook een algemene genormeerde ruimte worden genomen. Dat kan eventueel een reële of complexe banachruimte zijn. Het is een voorwaarde dat differentieerbaarheid ondubbelzinnig wordt gedefinieerd.
De euclidische ruimte kan ook door een gekromde -dimensionale riemann-variëteit worden vervangen. De afgeleide is dan een vector in de raakruimte en zijn lengte wordt door de metrische tensor bepaald:
of een variant hierop waarbij binnen het wortelteken een absolute waarde staat, of, afhankelijk van het geval, een minteken.
Als een kromme door een differentieerbare functie wordt gedefinieerd van een reële parameter , dan noemen we deze parametrisering regulier als de afgeleide van op het beschouwde interval nergens nul wordt.
Bij een reguliere kromme is de functie
differentieerbaar, strikt stijgend en de afgeleide is overal strikt positief. De volledige beeldverzameling van is dus het interval De inverse functie
is eveneens strikt stijgend en differentieerbaar met positieve afgeleide. Dat betekent dat we de oorspronkelijke kromme kunnen herparametriseren in termen van de booglengte . De nieuwe kromme
heeft dezelfde beeldverzameling in als de oorspronkelijke kromme , maar heeft ook de bijkomende eigenschap dat de snelheidsvector ervan overal lengte één heeft: