Ondergrondse CO2-opslag

Schematische voorstelling van de opslag van CO2, afkomstig uit een steenkoolcentrale

Ondergrondse CO2-opslag (internationaal afgekort met CCS van carbon capture and storage), met name in Vlaanderen CO2-captatie of koolstofcaptatie genoemd, is het ondergronds opslaan van afgevangen kooldioxidegas dat vrijkomt bij de verbranding van (fossiele) brandstoffen.

CCS is een techniek waarmee fossiele brandstoffen (bijna) klimaatneutraal kunnen worden toegepast. Door het broeikasgas CO2 dat uit de verbranding van deze koolwaterstoffen ontstaat af te vangen en in ondergrondse reservoirs op te slaan komt die CO2 niet in de atmosfeer terecht.

Toepassing van CCS bij energieopwekking wordt ook wel 'schoon fossiel' genoemd. Er komen bij toepassing van CCS wel afvalgassen vrij die niet worden opgevangen.

CCS is een verzamelnaam van veel verschillende opties voor het afvangen, transporteren en het ondergronds opslaan van CO2. CCS kan ook worden toegepast in de industrie, bijvoorbeeld bij cement-, kunstmest- of staalproductie, waarbij ook CO2 vrijkomt.

Projecten

Locatie van K12-B
Locatie van de velden Barendrecht en P18
Protestdoek tegen CO2-opslag onder Boerakker in het dorp
Protestbord tegen CO2-opslag onder Sebaldeburen aan de rand van het dorp
Sinds 2018 werken Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie en EBN aan een alternatief project onder de naam Porthos. De gebruikte aanduiding voor de techniek is Carbon Capture Utilisation and Storage, kortweg CCUS. CO2 uit de Haven van Rotterdam moet daarbij worden verzameld en opgeslagen in het P18-veld.

Afvang

De CO2 die wordt gevormd bij de verbranding van fossiele brandstoffen kan op twee plaatsen in het verbrandingsproces worden afgevangen: voor en na de verbranding. Hiervoor bestaan verschillende technieken, die 85 tot 95 % van alle CO2 kunnen afscheiden uit de rookgassen. Afscheiden en opslaan kosten 10 tot 40% extra energie, afhankelijk van de gebruikte technologie. De afgescheiden CO2 kan worden opgeslagen in lege gasvelden en watervoerende lagen.

Dit proces wordt al lang toegepast in de industrie, bijvoorbeeld bij ammoniakproductie en bij raffinaderijen. Toegepast in een kolenvergasser voor stroomproductie is pre-combustion erg flexibel. Het kan fluctuaties in de stroomvraag opvangen doordat bij een lage stroomvraag het gas in het aardgasnet kan worden ingevoed.[bron?]

BECCS

Zie BECCS voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Negatieve CO2-emissies kunnen verkregen worden door biobrandstofcentrales te voorzien van een afvangtechnologie. Biobrandstof wordt verkregen uit biologische organismen zoals koolzaad die tijdens hun levensloop CO2 uit de atmosfeer opnemen. Tijdens de verbranding in de centrale wordt deze CO2 opgevangen en nadien in de ondergrond opgeslagen. Deze methode voor het reduceren van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer wordt BECCS (Bio-Energy Carbon Capture Storage) genoemd.

Geologische effecten

Immobilisatie van koolstofdioxide in voormalige gas- en oliereservoirs of in zoutwatervoerende lagen geschiedt in poreuze gesteentelagen op een diepte van veelal 0,8 tot 3 kilometer. De reservoirgesteenten die hiervoor geschikt zijn, zijn veelal zandsteen, kalk en dolomiet.[bron?]

Insluiting

In het begin zal het CO2 vooral aanwezig zijn in de grootste poriën van het gesteente. Het zal door een drukverschil opwaarts migreren naar de afsluitende bovenlaag (structurele insluiting). Na verloop van tijd begint het CO2 naar de microscopische poriën te migreren, waaruit het maar moeilijk kan ontsnappen als gevolg van de capillaire krachten (residuale insluiting). Komt het opwaarts migrerende CO2 onderweg het zoute formatiewater tegen, met een maximum van 400 gram zout per liter, dan zal een zeer klein gedeelte in het water oplossen (insluiting door oplossing). Het chemisch opgeloste CO2 in het zwaarder wordende zoute formatiewater kan nu een permanente chemische binding aangaan met het reservoirgesteente (minerale insluiting).

Transport door diffusie

De twee laatstgenoemde stappen, die van de mineralisatie en de insluiting door het chemische oplossen (geochemische insluiting), verlopen in het reservoir maar uiterst langzaam in vele eeuwen tot duizenden jaren. Uiteindelijk zal al het opwaarts migrerende CO2 chemisch in het uiterst langzaam neerwaarts bewegende formatiewater door diffusie zijn opgelost. Diffusie is het trage transport van CO2 in een vloeistof door verschil in concentratie.

Chemische aspecten

Voornamelijk de aanwezigheid van basische gesteenten, kleien en veldspaten kunnen in de minerale insluiting met het chemisch opgeloste CO2 nieuwe vaste mineralen vormen. Ook kunnen carbonaten (CO32-) als vrije anionen afhankelijk van de kationensamenstelling (Fe3+, Ca2+, Mg2+) uit het water als een nieuwe vaste stof neerslaan op randen van korrels en in kleine breuken. Hiervoor is altijd wel een weinig ijzer, calcium en magnesium aanwezig om tot mineralisatie te komen. Zo kunnen op kleinschaligheid breukjes indien de afsluitende bovenlaag uit kleisteen bestaat, worden opgevuld met een carbonaatneerslag.

Fysische aspecten

Het zoutgehalte in het formatiewater neemt op diepten tussen 1 en 4 kilometer toe van 100 naar 400 gram per liter maar kan afhankelijk van de geologische formatielaag met een factor 10 kleiner zijn. Het fysisch zwaarder wordende formatiewater heeft geen opwaartse stuwkracht en maakt geen deel uit van de hydrologische kringloop, (geologische insluiting). Hierop is het onderscheid geformuleerd tussen de diepe en ondiepe ondergrond.

Diepe en ondiepe ondergrond

De ondiepe ondergrond is dat deel waarin het grondwater van nature via stromingspatronen deelneemt aan de hydrologische kringloop van het water. De diepe ondergrond is dan dat deel waarin het water niet in stroming is en dus geen deel kan uitmaken van de hydrologische kringloop. Ontsnapping van het chemisch opgeloste CO2 uit een watervoerende diepe laag of voormalig gasreservoir naar het erboven gelegen watercirculatiesysteem van de ondiepe ondergrond kan alleen plaatsvinden via het zeer trage transport van 'koolstofdioxide'-diffusie op basis van concentratieverschil.

CO2-leidingen en bestemmingsplannen

De transportleidingen van CO2 moeten worden opgenomen in bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen kunnen worden bekeken op de website Ruimtelijke Plannen. De leidingen worden verantwoord onder het hoofdstuk Extern risico. De buisleidingen met een verhoogd risico zijn ook terug te vinden op de Risicokaart. Gewoonlijk wordt een milieueffectrapportage (MER) opgesteld en een risicoanalyse uitgevoerd. Anders is dat in de gemeente Zoetermeer. Daar wordt een olieleiding in strijd met het bestemmingsplan al vanaf 2005 hergebruikt voor CO2 opslag en transport. In het najaar 2012 probeert men met een "vrijwillige Milieueffectrapportage Beoordeling" (geen MER dus), de leiding te legaliseren. Om planschadeclaims te voorkomen heeft men technieken ontwikkeld om gevaarlijke leidingen in bestemmingsplannen aan de aandacht te onttrekken.

Afwegingen

Risico's van CO2

Het transport per pijpleiding en de ondergrondse opslag zijn niet zonder gevaar. Kooldioxide is niet giftig maar kan in hoge concentraties de zuurstof verdringen en verstikkend werken. Wanneer de CO2 zich niet mengt met de omliggende lucht kan het, door de hoge massadichtheid, dicht aan het aardoppervlak blijven hangen en verstikkend werken voor de mens en leiden tot uitval van verbrandingsmotoren.

CO2 hoeft niet gevaarlijk te zijn wanneer het zich kan mengen met de lucht uit de omgeving. CO2 is zwaarder dan de omringende lucht en zuurstof. Het gevaar bestaat dat CO2 als een deken aan het oppervlak blijft liggen en de zuurstof verdringt. Een lekkende leiding kan daarom gevaarlijker zijn dan een opengescheurde leiding omdat de CO2 zich minder snel zal mengen met de omringende lucht. Windstil weer en inversie (mist) zijn omstandigheden die bij een lekkende leiding tot gevaarlijke situaties kan leiden.

Voordelen

Van de optie 'CCS in Nederland' heeft de "Argumentenfabriek" in 2010 in opdracht van het nationale onderzoekprogramma "CATO-2" een 'Argumentenkaart' gemaakt. Daarin staan de voor- en nadelen van CCS in Nederland op een rij. Enkele belangrijke voordelen:

Nadelen

De nadelen van CO2-opslag lopen deels parallel met de twijfels rond BECCS, en zijn onder andere:

Alternatieven

CO2 dat ontstaat uit verbranding van (fossiele) brandstoffen kan ook gebruikt worden voor:

Kritiek

In de discussie over antropogene klimaatverandering, populair de opwarming van de Aarde genoemd, wordt de opslag van CO2 aangewend als een manier om het klimaat wereldwijd te beïnvloeden. Men vraagt zich echter af of de enorme financiële investeringen ten koste gaan van slimmere oplossingen om eventuele klimaatverandering tegen te gaan. Verder is bebossing een goedkopere manier om CO2 op te slaan dan CO2-afvang en -opslag. Een onderzoek binnen de Universiteit van Oxford berekende dat een klimaatscenario waarin het afvangen van CO2 een belangrijke rol speelt, duizenden miljarden dollars zou kosten.

Het meest toegepaste gebruik van CCS in de praktijk is verbeterde oliewinning. Dit combineert het afvangen van CO2 met injectie van samengeperste CO2 in uitgeputte olievelden om op deze manier extra olie te winnen. Hierdoor wordt de winning uit verouderde olie- en gasvelden winstgevender. Het probleem hierbij is dat de extra oliewinning zal zorgen voor extra uitstoot van CO2.

Zie ook