Casallum

Het historische centrum van Kessenich, de locatie van Casallum
Oorkonde uit 950, waarin Casallum genoemd wordt (HCL, Maastricht)
De Drie Eijghen, waarschijnlijk nog een geheel ten tijde van de Ansfrieds

Casallum was een 10e-eeuws stadje in de Maasgouw, het huidige Kessenich.

Geschiedenis

In de jaren 940 (mogelijk na de dood van Giselbert II, die in dat geval als lekenabt van de abdij van Aldeneik fungeerde) vinden we diverse vazallen in het zgn. "Kessenich-Eik". De plaats Casallo in comitatu Ruodolfi komt in het bezit van Ansfried de Oudere. Later sticht Ansfrieds neef en opvolger, Ansfried de Jongere, in de omgeving een eigenkerk: de abdij van Thorn. Ansfrieds domein zal na 1100 uiteenvallen, waardoor uiteindelijk de Drie Eijghen ontstaan.

De "Casallumoorkonde" is de oudste oorkonde in Nederlands bezit. Het document werd eeuwenlang bewaard in de abdijkerk van Thorn, maar bevindt zich thans in het Regionaal Historisch Centrum Limburg in Maastricht, waar het een ereplaats inneemt in de schatkamer. Ze draagt 7 oktober 966 als datum, maar wordt gedateerd in 950. Mogelijk is het een kopie van de oorkonde uit 950. Met deze oorkonde verleent koning Otto de Grote aan Ansfried de toestemming om in loco qui dicitur Casallo het marktrecht, het muntrecht en het tolrecht – dit laatste ter vervanging van het tolrecht dat hij reeds geniet te Ehti (misschien Echt) – uit te oefenen. Casallum wordt, met andere woorden, verheven tot Ansfrieds hoofdplaats.

Voorgestelde locaties

Men weet over Casallum dat het overeenstemt met een oudere versterkte plaats (een castellum is een Romeinse versterking). Het lag dus niet ver van de heirbaan Maastricht-Nijmegen. Ook is duidelijk dat Casallum vlak bij Thorn moest liggen.

Vermoedelijke ligging

Tegenwoordig wordt Kessenich als het oude Casallum beschouwd, dankzij de inspanningen van vele historici. De volgende argumenten pleiten daarvoor:

Bronnen

  1. ↑ Archief Peel en Maas (2011). Oudste archiefstuk van Nederland, webpagina.
  2. ↑ Theodor von Sickel (1881). Erklärung anomaler Datierungsformeln in den Diplomen Otto I – in Mitteilungen des Instituts für österreichische Geschichtsforschung vol 2, Innsbruck: Wagnersche Universitätsbuchhandlung, p 272.
  3. ↑ Maurits Gysseling (1960). Toponymisch woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland, Leuven: Belgisch Interuniversitair Centrum voor Neerlandistiek, p 560. Gearchiveerd op 6 maart 2014.
  4. ↑ Bernd Kluge (1991). Deutsche Münzgeschichte von der späten Karolingerzeit bis zum Ende der Salier, Sigmaringen: Jan Thorbecke Verlag, p 27-36.
  5. ↑ J. Flament en Dewit (1911) – in Het oude Land van Loon, Hasselt: Van Langenacker, p 53.
  6. ↑ Pieter Otto van der Chijs (1862). Munten van het graafschap Hoorne – in De munten der leenen van de voormalige hertogdommen Braband en Limburg, Haarlem, p 147.
  7. ↑ Gilbert Minten (1981). Cassallum werd Nieuw-Eycke – in Limburg, Maaseik, p 97-127.
  8. ↑ P.J. Maes (1900). Le droit de monnaie à Cassal au Xe siècle – in Het oude Land van Loon vol 4, Hasselt: Van Langenacker, p 60-61.
  9. ↑ P.J. Maes (1905). Nog de ligging van Cassal – in Het oude Land van Loon vol 5, Hasselt: Van Langenacker, p 6-7 en 33-34.
  10. ↑ P.J. Maes (1905). Geschiedenis van Neeroeteren, Roeselare: Deraedt, p 113.
  11. ↑ Guido Rotthoff (1953). Studien zur Geschichte des Reichsguts in Niederlothringen und Friesland während der sächsisch-salischen Kaiserzeit, Bonn: Röhrscheid, p 165.
  12. ↑ Jean Baerten (1961). Les Ansfrid au Xe siècle – in Belgisch tijdschrift voor filologie en geschiedenis vol 39, Brussel: Fondation universitaire, p 1145.
  13. ↑ Guillaume Joseph de Corswarem (1857). Mémoire historique sur les anciennes limites et circonscriptions de la province de Limbourg, Brussel: Hayez, p 295.
  14. ↑ Jozef Habets (1900) – in Het oude Land van Loon vol 4, Hasselt: Van Langenacker, p 75.
  15. ↑ Lodewijk de Crassier (1934). Dictionnaire historique du Limbourg néerlandais – in Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg vol 71, p 307.
  16. ↑ Jules Vannérus (1943). Le limes et les fortifications gallo-romaines de Belgique vol 11, Brussel: Academiënpaleis, p 157.
  17. ↑ Hubert Van de Weerd (1923-1927). Het landdekenaat Eyck – in Limburg vol 5 t/m 8, Maaseik.
  18. ↑ Jozef Habets. Over de munten door de tijdelijke heren van Kessenich geslagen – in handschrift, p 709.