| Ceylontok IUCN-status: Niet bedreigd (2020) | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ceylontok in Kandy (2022) | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Ocyceros gingalensis (Shaw, 1811) | ||||||||||||
| Verspreidingsgebied van de Ceylontok | ||||||||||||
| ||||||||||||
De ceylontok (Ocyceros gingalensis) is een neushoornvogel die endemisch voorkomt op Sri Lanka.
De ceylontok is een middelgrote neushoornvogel van circa 45 cm. De soort heeft een grijsbruine bovenzijde en een witachtige onderzijde. Het mannetje heeft een zwarte snavel met geelachtige vlekken en een prominente casque; het vrouwtje heeft een kleinere, geheel gele snavel. Er is een duidelijk seksueel dimorfisme in snavelvorm en -kleur.
De ceylontok is endemisch op Sri Lanka met een EOO van circa 71.900 km². De soort is een hoogtemigrrant en komt voor in zowel vochtige laaglandbossen als droge bossen, gecultiveerde gebieden, tuinen en bosrestanten. Slechts circa 2.492 km² van het leefgebied wordt als optimaal beschouwd.
De ceylontok is aangetroffen tot op 1.200 meter boven zeeniveau. De voorkeursnestbomen zijn Manilkara hexandra (50% van gevallen) en Azadirachta indica (30%). De generatieduur bedraagt 5,5 jaar.
De ceylontok is omnivoor; het dieet bestaat voor een groot deel uit vijgen (met name vroeg op de dag, circa 83% van de voedselaflevering) en voor de rest uit dierlijk materiaal zoals insecten. Het broedseizoen loopt van maart tot juni. Het vrouwtje legt 1–3 eieren en wordt circa 76 dagen ingesloten in de nestholte; de gemiddelde totale nestcyclus duurt circa 104 dagen.
De ceylontok staat als niet bedreigd (Least Concern) op de Rode Lijst van de IUCN (beoordeling 2020). De populatieomvang is niet nauwkeurig gekwantificeerd, maar de soort is plaatselijk algemeen. De populatietrend is stabiel; er zijn geen significante bedreigingen bekend. De soort is aangetroffen in beschermde gebieden, tuinen en in de omgeving van steden.