Het geslacht bestaat uit kleine vlinders met een spanwijdte rond de 5–6cm en grotendeels doorschijnende glasvleugels met donkere aders. Op de achtervleugel bevindt zich een rossig- tot violetgekleurde vlek, met kleine oogvlek(ken) nabij de vleugelrand.
Verspreiding en leefgebied
De soorten van dit geslacht komen voor in het neotropisch gebied, in Centraal- en Zuid-Amerika. Op een hoogte van 500–1500m boven zeeniveau.
↑De moderne morfologische indeling beperkt de soort C. pireta tot spp. pireta en spp. magdalenensis; voorheen geaccepteerde ondersoorten zoals aurora, aurorina, aura, tambopata en cliftoni zijn grotendeels bij andere (onder)soorten ondergebracht.
123(en) Pierre Boyer & Jean-Claude Petit,Cithaerias pyropina.noreste.eu.Noreste: The butterflies of North East Ecuador - Napo, Orellana et Sucumbíos.Geraadpleegd op 19 juli 2026.
↑Cithaerias.ftp.funet.fi.Funet.Geraadpleegd op 20 juli 2026.
↑(en) Haeterini Classification.nymphalidae.net.Nymphalidae Systematics Group.Geraadpleegd op 16 juli 2026.
↑(en) Cithaerias.butterfliesofamerica.com.Butterflies of America.Gearchiveerd op 17 februari 2026.Geraadpleegd op 16 juli 2026.
↑(en) Pierre Boyer & Jean-Claude Petit,Cithaerias cliftoni.noreste.eu.Noreste: The butterflies of North East Ecuador - Napo, Orellana et Sucumbíos.Geraadpleegd op 19 juli 2026.