| Coen Hemker | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Hendrik Coenraad Hemker | |
| Geboortedatum | 21 juli 1934 | |
| Geboorteplaats | Amsterdam | |
| Nationaliteit | ||
| Beroep | wetenschapper, hoogleraar, bestuurder | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | geneeskunde, bloedstolling, trombose | |
| Soort hoogleraar | gewoon hoogleraar | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Lid van | Academia Europaea (1990), Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1987) | |
| Functies | ||
| 1967-1975 | hoogleraar Universiteit Leiden | |
| 1975-1999 | hoogleraar Rijksuniversiteit Limburg / Universiteit Maastricht | |
| 1982-1985 | rector magnificus Rijksuniversiteit Limburg | |
Hendrik Coenraad ("Coen") Hemker (Amsterdam, 21 juli 1934) is een Nederlands emeritus hoogleraar, bestuurder en internationaal gelauwerd biochemicus. Van 1982 tot 1985 was hij rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg (thans Universiteit Maastricht). Hij geldt als een van de pioniers van de medische faculteit van deze universiteit.
Coen Hemker groeide op in een gezin met vijf kinderen in Amsterdam. Omdat zijn moeder hartpatiënt was, zorgde Coen vaak voor zijn vier jongere broers. Zijn broer Piet Hemker werd later hoogleraar numerieke wiskunde. Zijn vader werkte aanvankelijk bij de PTT. Hij bezat een microscoop en was oprichter van de Nederlandse Vereniging voor Microscopie. Van de ouderlijke slaapkamer had hij een soort laboratorium gemaakt. Uiteindelijk verruilde hij zijn betrekking bij de PTT voor een baan als instrumentmaker bij het Fysiologisch Laboratorium in Amsterdam. Op zijn vijftigste ging hij biologie studeren om op zijn zeventigste te promoveren.
Hij wilde kindergeneeskunde studeren aan de Gemeentelijke Universiteit in zijn geboortestad, maar op advies van de kinderarts Simon van Creveld studeerde hij eerst een jaar biochemie. Hemker behaalde zijn artsdiploma in 1959. Omdat hij academisch goed presteerde, werd hij gevraagd om zijn studie voort te zetten als promovendus. Hij promoveerde in 1962 aan dezelfde universiteit onder begeleiding van de Australische biochemicus Edward Slater op een proefschrift getiteld: Mechanisme van de werking van ontkoppelende fenolen op de ademhalingsketen-fosforylering. Hemker begon vervolgens aan de specialistenopleiding tot kinderarts, maar stopte hiermee omdat hij liever onderzoek deed.
Hij werd vervolgens aangenomen als onderzoeker bij de afdeling hemostase en trombose van de Rijksuniversiteit Leiden. Tijdens deze periode werd hij voor verdere training naar Oxford gestuurd, waar hij de hematoloog Robert Gwyn Macfarlane ontmoette. Macfarlane had een eerste theorie over bloedstolling ontwikkeld. Hemker twijfelde aan de geldigheid van de theorie en dacht dat een van de enzymen een andere rol speelde. De twee mannen ontdekten dat Hemkers idee correct was en publiceerden hun bevindingen vervolgens in Nature.
In de jaren zestig werkte hij onder professor E.A. Loeliger aan vitamine K-onderzoek. Hij ontdekte een stollingsfactor die alleen voorkwam bij gebruik van vitamine K-antagonisten of bij een vitamine K-tekort. In 1967 werd hij hoogleraar interne geneeskunde en twee jaar later lector cardiologie in Leiden.
Begin jaren zeventig ontstonden er plannen voor de oprichting van een nieuwe medische faculteit (de "achtste"), waarbij Maastricht als mogelijke locatie werd genoemd. In 1973 werd Hemker door de politicus Sjeng Tans en de Maastrichtse burgemeester Fons Baeten, de drijvende krachten achter de Maastrichtse lobby, gevraagd zich bij het project aan te sluiten. Vanaf 1974 maakte hij deel uit van een groep van zeven hoogleraren die de oprichting van de Faculteit Geneeskunde aan de toekomstige Rijksuniversiteit Limburg (RL) voorbereidden, de zogenoemde "Bende van Zeven". Doordat de dringende behoefte aan een nieuwe medische faculteit al gauw afnam, werd gezocht naar een vernieuwend profiel voor de faculteit in oprichting. Dit werd gevonden in eerstelijnszorg, huisartsgeneeskunde en een nieuw onderwijsconcept, het probleemgestuurd onderwijs. In 1975 verhuisde hij formeel naar Maastricht, waar hij hoofd werd van de afdeling biochemie. Met zijn onderzoeksgroep − van zijn twintig Leidse medewerkers gingen er zeventien mee naar Maastricht − richtte hij zich opnieuw op trombose en hemostase. In 1976 was hij de eerste promotor van een doctoraat aan de Rijksuniversiteit Limburg. Hoewel Hemker aanvankelijk positief gestemd was over het Maastrichtse systeem van probleemgestuurd onderwijs, werd hij later neutraal tot negatief over deze aanpak. Tot 1985 bleef hij tegelijkertijd als onbetaald deeltijdhoogleraar biochemie verbonden aan de Leidse universiteit.
Begin jaren tachtig waren de economische vooruitzichten in Nederland negatief en werd de Rijksuniversiteit Limburg door andere universiteiten en het politieke establishment niet als een volwaardige universiteit beschouwd, waardoor er aanvankelijk nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden waren. Hemker stelde zich in 1982 kandidaat voor de functie van rector magnificus om het wetenschappelijke profiel van de universiteit te versterken en het belang van onderzoek aan te tonen in een tijd waarin de universiteit zich vooral op onderwijs richtte. Het universiteitsbestuur, onder leiding van Rob van den Biggelaar, stond aanvankelijk niet positief tegenover zijn benoeming. Omdat het college van decanen Hemker steunde, kreeg hij de functie toch.
Na zijn aftreden als rector in 1985 werd Hemker door Wim Deetman, de minister van Onderwijs en Wetenschap, gevraagd om voorzitter van het college van bestuur te worden. Hij weigerde, omdat hij verder wilde met zijn onderzoek. Hij nam een sabbatical in Parijs en was daar gasthoogleraar aan de Université Paris-Descartes, de Université Pierre-et-Marie-Curie en het Collège de France. In 1988 ging hij weer fulltime aan de slag bij de Rijksuniversiteit Limburg. In 1995 kreeg hij een academisch conflict met een van zijn collega's, wat leidde tot een tuchtprocedure bij het universiteitsbestuur. Hemker werd berispt omdat hij zijn eigen zakelijke activiteiten onvoldoende had gescheiden van zijn werk aan de faculteit. Later verklaarde hij dat hij te laks was geweest met zijn administratieve verplichtingen.
Tussen 1995 en 2005 was hij verbonden als adjunct-hoogleraar interne geneeskunde aan de Mount Sinai School of Medicine in New York. Hemker ging in 1999 officieel met emeritaat aan de RL, enkele jaren eerder omgedoopt tot Universiteit Maastricht, maar bleef nog tot 2019 actief. Ook bleef hij onderzoek doen bij het door hem opgerichte bedrijf Synapse BV. Tijdens zijn academische loopbaan begeleidde Hemker zo'n zeventig proefschriften, waaronder dat van zijn eigen vader toen deze op zeventigjarige leeftijd promoveerde.
Hemker is getrouwd met de psychiater en psychoanalist Constance Hemker-Boer, dochter van de hoogleraar Scandinavische talen, Nel Boer-den Hoed. Het echtpaar heeft drie kinderen, een dochter en twee zonen. Eind jaren tachtig leed Hemker aan ernstige colitis ulcerosa, een familiekwaal waardoor hij twintig kilogram verloor en die hem bijna fataal werd. Tijdens een operatie werd zijn dikke darm verwijderd, waarna hij herstelde. Hemker is literatuurliefhebber en houdt van koken. Hij schreef een kookboek met chef-kok Jacques Zeguers. Een andere hobby is het bouwen en restaureren van klarinetten.
Hemker publiceerde meer dan 500 wetenschappelijke artikelen en boeken, als auteur of co-auteur.
| Voorganger: W.H.F.W. Wijnen |
Rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg 1982–1985 |
Opvolger: F.I.M. Bonke |