Cornelis Gerrit (Cor) Karssen (Bodegraven, 2 juni 1903 – aldaar, 17 januari 1972) was een Nederlands boekhandelaar, uitgever, verzetsstrijder en politicus voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Hij was redacteur van het illegale blad De Kroniek en werd in april 1945 gearresteerd en ter dood veroordeeld, maar door het verzet bevrijd. Van 1952 tot 1970 was hij wethouder van Bodegraven. In de Gereformeerde Kerken in Nederland gaf hij zijn naam aan een groep bezwaarden tegen de leerbeslissingen van de synode.
Karssen was een zoon van de Bodegraafse boekhandelaar Willem Karssen (1873–1945). In 1918 kwam hij in het bedrijf van zijn vader, de latere firma W. Karssen & Zoon, waaraan hij een fotohandel toevoegde. Hij was redacteur van het weekblad Bodegravensch Nieuws- en Advertentieblad, dat de firma uitgaf. In 1927 trouwde hij met Margje (Mar) van Muiswinkel. In 1935 schreef hij in De Standaard over de grote brand van Bodegraven in 1870. Vanaf 1941 was hij ouderling van de Gereformeerde Kerk van Bodegraven.
Karssen werkte 37 jaar in de gereformeerde jeugdbeweging. In 1927 werd hij bestuurslid van de afdeling Zuid-Holland van de Nederlandse Bond van Jongelingsvereenigingen op Gereformeerden Grondslag, waarvan hij later jarenlang secretaris was. In 1941 werd hij gekozen in het landelijke bondsbestuur. Na de splitsing van de afdeling in 1953 was hij voorzitter van Zuid-Holland-Noord. Bij zijn afscheid in 1959 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau en maakte de bond hem erelid.
Tijdens de Duitse bezetting schreef Karssen de overzichten van het buitenlandse nieuws zo dat er tussen de regels door over de geallieerden te lezen viel, en bekritiseerde hij de NSB. In april 1941 rekende het NSB-blad De Weerklank zijn krant tot de 'kleine, laffe hitsers'. Na twee waarschuwingen van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten werd het blad verboden en vervangen door Het Nieuws. Omdat de vergunning voor dat blad bij vergissing naar Karssen werd gestuurd, gaf hij zijn krant onder die naam uit. Toen dat ontdekt werd, verscheen zij van 7 november 1941 tot 16 april 1943 onder de kop van De Rijnbode uit Alphen, maar met de inhoud van het oude Bodegraafse blad.
Van 4 mei tot 17 december 1942 werd Karssen als gijzelaar vastgehouden in het gijzelaarskamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Na zijn terugkeer werkte hij in de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en verzamelde hij met burgemeester Vonk en de heer Burggraaf inlichtingen over de Duitse troepen, die via een tuinder in Boskoop naar Engeland werden doorgeseind. In 1944 verscheen in Bodegraven een editie van het illegale blad Kroniek van de Week uit Leiden. Na Dolle Dinsdag ging Karssen het zelf schrijven. Met onderwijzer J. Oppe luisterde hij met kristalradiootjes naar buitenlandse zenders en tikte hij het nieuws op stencil. Volgens L.E. Winkel vroeg de LO hem in december 1944 de redactie op zich te nemen; het blad werd daarna in Nieuwerbrug gestencild en had een oplage van 200 tot 2000 exemplaren.
Op 29 april 1945 werd Karssen met zijn vrouw en zijn zwager Chiel Edelman gearresteerd. Na een verhoor werd hij met een doodvonnis naar de gevangenis in Gouda gebracht. Op 2 mei wist het Goudse gewapende verzet hem met een list te bevrijden. In zijn eigen terugblik dankte hij de mannen van de N.B.S. 'zoowel hier als te Gouda, die hun leven veil hadden om het onze te redden'. Na de bevrijding verscheen De Kroniek als dagblad voor Bodegraven en omstreken en als orgaan van de LO, met Karssen als redacteur. Later bleef het een plaatselijk nieuwsblad met Karssen als uitgever.
In september 1947 werd Karssen voor de ARP lid van de gemeenteraad van Bodegraven. In november 1952 werd hij wethouder. Hij was ook locoburgemeester en in 1962 voorzitter van de ARP-kiesvereniging in Bodegraven. In 1970 werd hij niet herkozen: KVP, CHU en VVD kozen een andere kandidaat, en Karssen kwam één stem tekort. Hij bleef raadslid tot zijn dood.
Als voorzitter van de marktcommissie van de Bodegraafse kaasmarkt bracht Karssen in 1953 Aristaios, de kaasmaker uit de Griekse mythologie, ten tonele; die kwam per helikopter naar de markt. In 1957 verwelkomde hij minister Sicco Mansholt bij het 75-jarig bestaan van de markt.
Na de Vrijmaking van 1944 behoorde Karssen tot de bezwaarden in de Gereformeerde Kerken: zij wezen de vrijmaking af, maar bleven pleiten voor herziening van de leerbeslissingen van de generale synode. In 1948 kwam hij in het bestuur van hun persvereniging, en zijn firma gaf haar blad Waarheid en Eenheid uit. In 1952 bood hij de generale synode een adres aan met 241 handtekeningen, onder wie die van veertien predikanten, om de zogenoemde vervangingsformule los te laten. In 1955 verscheen bij zijn firma het bezwaarschrift Verzoek opheffing Vervangingsformule, dat hij met twaalf andere bezwaarden had ondertekend. De synode van Leeuwarden besprak in 1956 'een brochure van een broeder C. G. Karssen te Bodegraven' en benoemde deputaten om met 'de heren C.G. Karssen te Bodegraven c.s.' in gesprek te gaan. In 1958 werden deze bezwaarden ook wel 'de groep-Karssen' genoemd. In 1960 was Karssen een van de initiatiefnemers van de Zwolse vergadering, die toenadering zocht tussen de gescheiden gereformeerden.

Karssen overleed op 17 januari 1972 onverwacht, 68 jaar oud. De Leidse Courant noemde hem 'een man met ongekende werkkracht en grote kennis'. In 2025 werd ter gelegenheid van tachtig jaar vrijheid een heruitgave van De Kroniek gemaakt. De eerste exemplaren werden uitgereikt in zijn vroegere woon- en werkhuis, waar een kleinzoon een winkel heeft.
Karssen behoorde tot de familie Karssen. Tot zijn kinderen behoren de boekhandelaar Wim Karssen, de hoogleraar en rector magnificus Cees Karssen, de historica Cock Karssen en de politicus Koos Karssen.