
De Pitteurs is een hoofdzakelijk Limburgs-Luikse familie van wie leden in de negentiende eeuw in de adel werden opgenomen.
De familie de Pitteurs behoorde minstens van het begin van de achttiende eeuw tot de notabelen van Sint-Truiden. Henri-Bonaventure-Trudo de Pitteurs was er burgemeester en was tevens raadgever voor financies bij de prins-bisschop van Luik en bij het Hooggerechtshof in Luik.
Slechts één familielid liet zich onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in de adel opnemen. Het ging om Lambert-Trudo de Pitteurs de Budingen, die in 1816 adelserkenning verkreeg en in 1821 een erfelijke baronstitel.
Een neef en drie achterneven van deze, lieten zich respectievelijk in 1871 en in 1876 in de adel opnemen, met een baronstitel en onder de naam de Pitteurs-Hiegaerts (soms ook Hiégaerts geschreven).
Nog andere leden bleven buiten de adel, gewoon als de Pitteurs.
Verschillende leden van de familie speelden een rol in het openbare leven, als volksvertegenwoordiger, senator, gouverneur, diplomaat, burgemeester, schepen, hoger ambtenaar of arrondissementscommissaris.
Door gebrek aan mannelijke gehuwde afstammelingen is de adellijke familie de Pitteurs op de weg naar de uitdoving.
