Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: In dit artikel is sprake van het onthouden van de lezer van essentiële informatie om tot een goed en gewogen oordeel over het onderwerp te komen. Het artikel is zeer selectief in de gegeven informatie. Zie verder de overlegpagina onder het tekstdeel Plaatsing sjabloon (sjabloon geplaatst op 8 oktober 2026)

De stem van de stilte. Fragmenten gekozen uit het 'Boek van de gulden voorschriften' voor het dagelijks gebruik van lanoes (discipelen) is een boek, dat door H.P. Blavatsky werd vertaald in 1889. Het wordt in de theosofie beschouwd als een heilig boek (Schrift). Het bestaat uit drie fragmenten: 'De stem van de stilte', 'De twee paden' en 'De zeven poorten' en gaat over de innerlijke weg van de leerling (lanoe), die op zoek is naar wijsheid en verlossing, tot het meesterschap en de keuze, die hem of haar gesteld wordt na door zeven poorten te zijn gegaan: wordt er voor het 'open pad' of het 'verborgen pad' gekozen. Het eerste leidt tot verlossing, maar het tweede tot zelfverloochening en het redden van de mensheid, wat lofwaardiger is. Het is echter wel het pad van smart.
Blavatsky maakte naar eigen zeggen gebruik van Het boek van de gulden voorschriften uit het oosten, bij het opstellen van haar geschrift. Het Boek van de gulden voorschriften zou, net als Nagarjuna's Paramartha (Twee Waarheden leer: samvriti of conventionele waarheid en paramartha of absolute waarheid) zijn ontleend aan dezelfde oude bron als de Stanza's van Dzyan waarop De Geheime Leer is gebaseerd. Ze zou jaren eerder 39 van de ongeveer 90 korte verhandelingen uit het boek van de gulden voorschriften uit het hoofd hebben geleerd en die zouden liggen aan de basis van De stem van de stilte. Westerse historici en godsdienstwetenschappers (in de lijn van Max Müller) beschouwen De stem van de stilte als Blavatsky's eigen compilatie en 'pseudo-epigraaf' (tekst met valse toeschrijving). Oosterse boeddhistische denkers hebben de authentieke essentie van het boek erkend.
Ondanks de belangstelling voor theosofie en het belang van De stem van de stilte als heilig boek (Scripture, Schrift), duurde het tot 2024 eer het eerste wetenschappelijke artikel van Julie Mattos-Hall (Chajes) van de University of Haifa verscheen om de unieke status als theosofisch heilig boek te onderschrijven (The Silent Treatment: Helena P. Blavatsky’s The Voice of the Silence and the Construction of Theosophical Scripture). Eerder hadden academische studies het boek slechts zijdelings behandeld. Volgens Eugene V. Gallaher is een heilig boek essentieel voor een nieuwe, religieuze beweging.
Blavatsky schreef het grootste deel van het werk in Fontainebleau, toen haar arts haar had aangeraden rust te nemen en van omgeving te veranderen. Ze kreeg een uitnodiging om naar Fontainebleau te komen van Ida Candler, een Amerikaanse theosofe en vriendin uit Boston, vrouw van een senator van de Verenigde Staten. Blavatsky bleef er drie weken, daarna twee weken met mw. Candler op Jersey, waarna ze naar Londen terugkeerde.
In het eerste deel wordt uiteengezet dat de leerling door drie Hallen zal gaan: die van onwetendheid, lering en wijsheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het zelf en het Zelf en de kandidaat voor wijsheid dient zich goed te beseffen, waaraan hij of zij begint: eigen tekortkomingen zullen de voortgang op het Pad tot een voortijdig einde kunnen brengen. Wie volhoudt zal na de zeven poorten voor de keuze worden gesteld: kiest men voor verlossing (pratyekaboeddhaschap) of zelfverloochening om anderen te hulp te komen (bodhisattvaschap).
Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'De leer van het oog' (uiterlijk) en 'De leer van het hart' (innerlijk) en als de 'krijger' in staat is de leer van het hart te volgen, zal gekozen moeten worden of men verlossing zal nastreven (het open pad) of een redder van de wereld wenst te worden (het verborgen pad). Het laatste betekent cyclussen van lijden, maar getuigt van groot mededogen voor de wezens in de wereld, die baat zullen hebben van deze zelfverloochening.
De zeven poorten, die de kandidaat door 'de wateren' naar 'de andere oever' leiden, zijn achtereenvolgens:
De gouden sleutels om de poorten te openen, de deugden, hebben dezelfde naam: Dana, barmhartigheid en onsterfelijke liefde; Sila, harmonie in woord en daad; Kshanti, geduld; Viraga, gelijkmoedigheid; Virya, onverschrokkenheid; Dhyana en Prajna. Tijdens de gang over de paden door de poorten bestoken Mara en de Mara's, de veroorzakers van illusies en verlokkingen, de kandidaat met 'pijlen' (hartstochten) en treden de eigen zonden (eerzucht, boosheid, haat, begeerte) als vijanden in de weg. Uiteindelijk wordt de discipel een leraar, een 'arhan'.
Blavatsky zelf noemt Boek van de gulden voorschriften haar bron. Bronnen waren Bhagavad Gita en artikelen daarover in het tijdschrift The Theosophist. In The Theosophist waren ook artikelen verschenen over Patanjali's Yoga Soetra's en Truthseekers Yoga Philosophy (naar The Dream of Raven van een anoniem, in januari 1854 gepubliceerd in Dublin University Magazine en in januari 1880 in The Theosophist, naar de Dnyaneshwari van Sri Jnaneshvar, 1275-1296). Daarbij schreef Ruttum Chund Bary, lid van de Arya Samaj, waar Theosophical Society mee had willen samengaan, een artikel in The Theosophist over Brahmapuri, de binnenkamer van het hart. En Tookaran Tatya (1836-1898, theosoof sinds 1880) schreef in 1885 de eerste Engelse vertaling (met commentaar) van Patanjali's Yoga Soetra's, The Yoga Philosophy. In 1879, 1880, waren er drie artikelen in The Theosophist verschenen over Yoga Vidya, geschreven door F.T.S. (Fellow of the Theosophical Society), waarschijnlijk Tookaran Tatya. Maar bovenal was De stem van de stilte een herschrijving van Mabel Collins' Light on the Path (1885) en extra materiaal uit India. Collins was kort lid van de Esoterische Sectie, opgericht in 1888 (mogelijk na oprichting van Golden Dawn in 1877, dat zich op praktisch occultisme richtte). In april 1888 schreef Blavatsky zelf het artikel Practical Occultism: Important to Students over 'occulte vermogens' (siddhi's in het sanskriet, iddhi's in pali) en deugden (als morele verplichtingen, vriendelijke gedachten en woorden, goede daden, goede wensen voor allen en volledige zelf vergetelheid).
De stem van de stilte werd in juli 1889 geschreven na een machtsstrijd tussen Blavatsky en Mabel Collins.
Met haar strategische herschrijving van Collins' Light on the Path diende Collins' perspectief te worden gecorrigeerd en een meer complete, gezaghebbende, Aziatische versie te worden aangereikt. Blavatsky was van mening dat er onderscheid bestaat tussen hogere en lagere siddhi's (occulte of bovennormale vermogens). De lagere waren op het lichaam georiënteerd en hadden met grove, psychische en mentale energie van doen, terwijl de hogere vergevorderde spirituele training vergden. Blavatsky was van mening dat Collins onwetend was van de gevaren van de ontwikkeling van de lagere siddhi's en gevaarlijke tantrische leringen uitgaf, mede in haar boek The Blossom and the Fruit (1887). Blavatsky bekritiseerde haar wegens het aanbevelen van zwarte magie. Blavatsky vond ook dat Collins ongepaste seksuele relaties had met de gebroeders Bertram (1860-1944) en Archibald Keightley (1859-1930), die Blavatsky assisteerden bij de voorbereiding van haar magnus opus De Geheime Leer (1888). In april 1889 werd collins uit de Theosophical Society verbannen om het praktiseren van zwarte en tantrische magie en wegens verraad en ontrouw. Daarop stuurde Collins een brief naar Elliot Coues (1842-1894), een ontevreden Amerikaanse theosoof, waarin ze schreef dat ze van Blavatsky had moeten liegen dat Light on the Path geïnspireerd was door een Meester Hilarion, terwijl het haar eigen visie betrof. Coues publiceerde de brief in mei-juni 1889 in het spiritististische tijdschrift Religio-Philosophical Journal, waarop Blavatsky Collins weer aanviel en Collins een klacht wegens smaad indiende. Ze trok de aanklacht in toen Blavatsky dreigde een brief van Collins, waarvan de inhoud onbekend is gebleven, aan de raad te tonen.
De stem van de stilte en Light on the Path kent overeenkomsten en verschillen. Een overeenkomst is dat de 'Hal van Lering' in beide boeken voorkomt en waar Collins spreekt over een taal in 'astrale cijfers' die ze daar leest, spreekt Blavatsky van Gouden voorschriften in Senzar schrift als originele bron. In 1827 had Joseph Smith Junior (1805-1844) het al over 'gouden platen', die hij vertaald had als The Book of Mormon en zowel mormonisme als theosofie kenden de Royal Arch Freemasonry's ondergrondse tempelmythe over een gouden driehoek met ingeschreven onuitsprekelijke karakters. En waar Collins schreef over een lijst met regels had Blavatsky het over een set instructies. Er zijn ook verschillen: Collins gebruikte een meer christelijke toon en bijbelse referenties, waar Blavatsky met mantra's afsloot. En Blavatsky heeft het over de siddhi's en het gevaar van de ontwikkeling van lagere siddhi's door onwetenden. Volgens verschillende hindoeïstische en boeddhistische stromingen kunnen hogere siddhi's (iddhi's) ontwikkeld worden door het rijzen van kundalini, waardoor men een skywalker (keshara) kan worden en een met het al. Blavatsky verdeelt de mens in zeven beginselen, een hogere triade en een lager viervoud. De drie hogere beginslen hebben met de hogere siddhi's van doen en de vier lagere met de lagere siddhi's. De mens dient zijn lagere zelf te overwinnen om tot bevrijding te komen. Het zesde beginsel buddhi en de zesde chakra ajna tussen de wenkbrauwen maken de ziener, als het kundalinivuur als een slang van de binnenkamer van het hart (brahmapuri, de stad van Brahma) daarheen opstijgt. Blavatsky stelt hatha yoga (op het lichaam georiënteerd, lager, zelfzuchtig en demonisch) tegenover raja yoga (koninklijke yoga), de 'open weg' (van zelfzuchtige verlossing) tegenover de 'geheime weg' en zwarte magie tegenover witte magie.
Max Müller beschouwde Blavatsky's boek als fictie en compilatie. Hij was zelf overtuigd van de christelijke en westerse superioriteit en hoopte, net als zijn inspirator en mentor baron Christian Karl Josias Bunsen - Pruisische ambassadeur in Londen, tot 1838 Pruisische gezant bij de Heilige Stoel in Rome - en de East Indian Compagny (EIC, Britse Oost-Indische Compagnie) als financier, met zijn vertaling van het 'oudste boek' Rig Veda de basis van het hindoeïsme in India te doen wankelen. De mythologie van India behoorde volgens Müller tot de kindertijd en het christendom tot de volwassenheid van de mensheid.
William Emmette Coleman (1843-1909) beschuldigde Blavatsky van plagiaat.
Theosofische commentaren benoemen vrijwel altijd de steunbetuigingen van William James (1842-1910), Daisetzu Teitaro Suzuki (1870-1966), Thubten Choekyi Nyima, de 9e panchen lama (1883-1937) en Tenzin Gyatso, de 14e dalai lama (geboren 1935).
Een recensent van Daisetsu Teitaro Suzuki's Eastern Buddhist Society schreef: 'Ongetwijfeld was Madame Blavatsky op een bepaalde wijze ingewijd in de diepere lagen van Mahayana en gaf ze aan de Westerse wereld door wat ze wijs achtte.' In het tijdschrift van de Buddhist Society schreef Suzuki: 'Hier is het ware Mahayana Boeddhisme'.
De 14e Dalai lama schreef het voorwoord voor de centennial (100 jaar) uitgave door Concord Grove Press.