Een vanggewas of dekgewas is een cultuurgewas dat hoofdzakelijk wordt geteeld om de bodem te beschermen. In de akkerbouw en tuinbouw wordt het vaak ingezet om achtergebleven stikstof (nitraat) en fosfor uit de bodem op te nemen, zodat deze voedingsstoffen tijdens de winter niet uitspoelen naar het grondwater of afspoelen naar het oppervlaktewater. Daarnaast bedekt een vanggewas de bodem in de winter, waardoor de kans op erosie aanzienlijk afneemt (een functie die vanggewassen delen met groenbemesters). Vanggewassen helpen ook bij het tegengaan van onkruidgroei en winderosie (verstuiving). Bovendien doorwortelt een vanggewas de bouwvoor, wat bodemverdichting helpt voorkomen.
Omdat het gewas meestal niet wordt geoogst, blijft alle koolstof die de plant uit de lucht haalt achter in de bodem. Bovendien kan de akkerbouwer de opgenomen voedingsstoffen in het voorjaar opnieuw ter beschikking stellen aan het toekomstige teelt door het vanggewas onder te werken. Men spreekt dan over een groenbemester, die de vastgelegde stikstof opnieuw vrijgeeft. Op die manier wordt het vanggewas dus een groenbemester.
Vanggewassen worden vaak in het najaar gezaaid, na de oogst van de hoofdteelt. Deze gewassen kunnen, voordat de winter begint, nog voor voldoende bodembedekking zorgen. Een alternatief is om het vanggewas onder te zaaien tijdens het zaaien van maïs in het voorjaar.
In sommige landen probeert men om de inheemse flora in te zetten als dekgewas, om zo delen van de bedreigde vegetatie weer een kans te geven. In Zuid-Afrika heeft men dat bijvoorbeeld als mogelijkheid onderzocht met inzet van soorten uit de fynbos- en renosterveld-vegetatie rond de wijngaarden in de streek van Stellenbosch. Het experiment was echter niet erg succesvol.
Vergelijking groenbemesters, vanggewassen en rustgewassen in Nederland
Vanaf 2006 is het in Nederland verplicht om op zand- en lössgronden direct na de oogst van snijmaïs een vanggewas in te zaaien om uitspoeling tegen te gaan. Sinds 1 januari 2019 is het op deze gronden verplicht om na de maisoogst voor 1 oktober een vanggewas te zaaien. Sinds 1 januari 2023 zijn vanggewassen verplicht na alle hoofdteelten op zand- en lössgronden, en in de waterschappen Hollands Noorderkwartier, Delfland en Brabantse Delta moet op alle grondsoorten na mais een vanggewas gezaaid worden. Enkele gewassen die wel geschikt zijn als onderzaai-groenbemester of rustgewas zijn echter niet toegestaan als vanggewas op een perceel waar daarvoor snijmais of andere soorten mais zijn geteeld, omdat er dan een te groot risico is op uitspoeling van stikstof naar het milieu.
Rogge, gerst of andere grassen worden bijvoorbeeld op stuifgevoelige grond in de bloembollenteelt gebruikt. Dit gewas wordt dan ruim voor de opkomst van het eigenlijke gewas, de bloembolgewassen, doodgespoten en sterft dan langzaam af, waardoor de bodem er nog lang bescherming van geniet. Vanggewassen kunnen ook simpelweg gemaaid worden zonder chemie te gebruiken. Vanwege het krimpende middelenpakket en de opgave vanuit de Kaderrichtlijn Water om uit- en afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen naar grond- en oppervlaktewater te minimaliseren is de sector ook steeds meer aan het verschuiven naar mechanische werkwijzen die de milieu-impact zo veel mogelijk beperken. Eenmaal gemaaid laat men de maaimeststoffen dan op het land liggen om zo de nutriënten in de bodem vast te houden en de bodem te beschermen.
Naast ondergenoemde voorbeelden zijn er ook mengels mogelijk, zoals grassen en klavers (grasklavers). Voorbeelden van raaigras zijn onder meer Italiaans raaigras (beste optie bij het onderzaaien van maïs), Westerwolds raaigras en Engels raaigras. Uit onderzoek van Wageningen University & Research in 2006–2009 bleek dat bladkool en rogge ongeschikt voor onderzaai bij mais; rogge nazaai bleek een betere stikstof- en fosfaatopbrengst te hebben dan bladkool nazaai en Italiaans raaigras nazaai, maar een lagere drogestofopbrengst. Geen van de drie najaarszaaigewassen produceerde echter bovengronds genoeg om zonder bemesting rendabel te zijn voor de oogst in het voorjaar; Italiaans raaigras onderzaai was zodoende de beste optie van de vier geteste vanggewassen om met zo min mogelijk bemesting een zo hoog mogelijke opbrengst te bereiken. Sinds de ingang van het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn in 2023 is het (in tegenstelling tot groenbemesters) niet meer toegestaan om vanggewassen te bemesten, omdat op zand en löss het risico op uitspoeling van stikstof naar de bodem te groot is.:20 Vanggewassen hebben daarom geen stikstofgebruiksnorm, groenbemesters wel.:20
Toegestane groenbemesters, vanggewassen en rustgewassen op zand- en lössgronden in Nederland
In Vlaanderen is de landbouwgrond in 4 gebiedstypen verdeeld, afhankelijk van hoeveel maatregelen er moeten worden genomen om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. In gebiedstype 0 voldoet de waterkwaliteit al aan de Nitraatrichtlijn en zijn vanggewassen niet verplicht. Op percelen in gebiedstype 1, 2 en 3 die geen zware kleigrond zijn, moet na een hoofdteelt (die uiterlijk op 31 augustus werd geoogst), een nateelt of vanggewas volgen. Als de enige nateelt een vanggewas is, moet dit uiterlijk op 15 september worden ingezaaid. Onder bepaalde voorwaarden kan een vanggewas meetellen als duurzame terugverdienpraktijk. De Begeleidingsdienst voor Betere Bodem en Waterkwaliteit (B3W) deelt vanggewassen op in drie groepen: bladrijke, grasachtige en vlinderbloemige vanggewassen.
Fragment vanggewassen uit de Teelttabel Vlaanderen
↑Het inzaaien van soja bij bijvoorbeeld zomerrogge is zeldzaam vanwege verschillende risico's, maar wordt door enkele akkerbouwers in Nederland toegepast.
123Gele (witte) mosterd is verreweg het populairste vanggewas in Nederland.:3:42–4:01 Het gebruik van gele mosterd als rustgewas of als vanggewas na mais is echter niet toegestaan en het wordt afgeraden om het als onderzaai-groenbemester; daarvoor werken klavers en grassen beter.:3:42–4:01
↑Bladraap heet ook wel raapstelen, bladmoes of Brassica rapa var. sylvestris. De cultivar paksoi (Brassica rapa var. chinensis) wordt apart gerekend en is niet toegestaan als onderzaai-groenbemester, vanggewas of rustgewas op zand- en lössgronden.
↑Miscanthus staat ook bekend als "olifantsgras", "olifantengras" of "mammoetgras", maar dat klopt eigenlijk niet; olifantsgras is Cenchrus purpureus.
↑Waaronder: Grasland (60), Gras in onderzaai (657), Grasluzerne (660), Graszoden (955), Zaaizaad grassen (601), Festulolium (Trosraaigras) (638), en een aantal welbepaalde mengsels, met name met bepaalde klavers (zoals Grasklaver (700)), kruiden of granen.
↑Grasklaver (700), Grasluzerne (660) en enkele mengsels vallen onder 'Voedergewassen'. Zaaizaad grassen (601) is het enige vanggewas dat onder 'Zaad- en plantgoed' valt.
↑Dit geldt voor Zomerraapzaad (4122) en Winterraapzaad (4112). Nootzoetraapzaad (651) valt onder 'Overige groenbedekkers'; Voederkool (bladkool) (741) valt onder 'Voedergewassen'.
↑Dillen, J. (2023). Vanggewas wordt groenbemester. Infofiche Begeleidingsdienst Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W), versie 1, publicatiedatum: januari 2023, 2p.
1234Hilhorst, Gerjan;J. Verloop,Opbrengst vanggewas na maïs.Koeien & Kansen..Animal Sciences Group(januari 2009).Geraadpleegd op 7 augustus 2026.“Sinds 2006 is het verplicht om op zand- en lössgrond na de oogst van de maïs een vanggewas te telen. (...) Een vanggewas kan als onderzaai worden toegepast of als najaarszaai. Bij onderzaai wordt het gewas in juni onder de maïs gezaaid en bij najaarszaai wordt eerst de maïs geoogst en daarna het vanggewas gezaaid. Hiervoor zijn meerdere gewassen geschikt. Voor onderzaai blijkt in de praktijk alleen Italiaans raaigras geschikt.”
↑Vanggewas zaaien verplicht in 2019 - Mest Nieuws.DLV Advies(1 januari 2019).Geraadpleegd op 7 augustus 2026.“Per 1 januari 2019 is het wettelijk verplicht om op zand- en lössgronden, waar mais geteeld is, voor 1 oktober een vanggewas te zaaien.”
↑Vanggewas na mais.RVO.nl(28 november 2019).Geraadpleegd op 5 augustus 2026.“Gewassen hebben stikstof en fosfaat nodig. Deze stoffen komen in de bodem en het water terecht als het gewas ze niet genoeg opneemt. Maisteelt op zand- en lössgrond heeft een groot risico voor uitspoeling, vooral voor stikstof. Er blijft veel stikstof in de bodem achter, wat nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu.”
↑Dillen, J. (2023). Een vanggewas kiezen: hoe doe ik dat? Infofiche. Begeleidingsdienst Betere Bodem- en Waterkwaliteit (B3W), versie 1, publicatiedatum: januari 2023.