Deldense moppen zijn traditionele roomboterkoekjes die al meer dan een eeuw in het Twentse stadje Delden gebakken worden en ook daarbuiten bekendheid genieten.
Bakker Antonius (Toon) Hemmelder had samen met zijn echtgenote Cis Hemmelder-Hodes zijn bakkerszaak en lunchroom op de hoek van de Noordwalstraat en de Langestraat in Delden. Hoewel het koekje destijds al een bekende lokale lekkernij was, maakte bakker Hemmelder er zijn absolute specialiteit van. Op de zolder van het pand stond een kist met geheime kruiden en het recept van de Deldense Moppen. Op een bord aan de gevel van zijn pand prikte hij trots de tekst: 'Eerste Deldense Moppen'.
Deldense moppen zijn tamelijk harde, brosse koekjes met een ietwat grof uiterlijk op basis van tarwebloem met een kenmerkende smaak waarin de ingrediënten kaneel, speculaaskruiden, kruidnagel en amandel het duidelijkst herkenbaar zijn.

Andere ingrediënten die bijdragen aan de smaak zijn gember, foelie, nootmuskaat en koriander. De lekkernij wordt in twee afmetingen aangeboden, waarbij de grote variant een diameter van circa acht centimeter heeft en de kleine mopjes een centimeter of vijf meten.