
De doptone is een draagbare echografietransducer die wordt gebruikt om de hartslag van de foetus te meten bij prenatale zorg door middel van ultrageluid. De geluidsgolven van de doptone weerkaatsen op de trillingen van de bloedsomloop van de foetus, waardoor het geluid van de hartslag kan worden opgevangen. De verloskundige weet precies waar naar geluisterd moet worden, en wanneer er verder onderzoek nodig is. De monitor wordt vooral door verloskundigen gebruikt. Het gebruikt het dopplereffect voor een hoorbare simulatie van de hartslag. Sommige modellen geven de hartslag ook weer in slagen per minuut. Het kan worden geclassificeerd als een vorm van dopplerechografie (hoewel het meestal niet technisch gezien -grafie is, maar eerder geluidgenererend).
Werken met de doptone verschaft informatie over de foetus die vergelijkbaar is met die van een foetale stethoscoop. Een voordeel van de doptone ten opzichte van een (puur akoestische) foetale stethoscoop is de elektronische audio-uitgang, waardoor andere mensen dan de gebruiker de hartslag kunnen horen.
Het apparaat werd in 1958 uitgevonden door Dr. Edward Harry Gee Hon (1917–2006).
De verschillende varianten van de doptone voor thuis- of ziekenhuisgebruik verschillen als volgt:
Een groot voordeel van het kunnen opnemen en delen van de opname is dat deze per e-mail naar een zorgverlener kan worden gestuurd om te worden gecontroleerd als er twijfels zijn over de vraag of het de hartslag van de foetus is en of deze normaal is. Meestal werken ze vanaf ongeveer 12 weken.
Als reactie op het toenemende thuisgebruik van de klinische variant van de doptone, heeft de FDA (Food & Drug Administration) in de Verenigde Staten een formele verklaring uitgegeven waarin het gebruik thuis wordt afgeraden.Varianten van de doptone die gebruikmaken van 2-3 MHz-ultrasound zijn voorgeschreven apparaten die zijn ontworpen en ontwikkeld voor gebruik door erkende en opgeleide professionals in de gezondheidszorg. Verkeerd gebruik van het systeem (duur, hoek) en systemen die buiten het beoogde bereik werken, kunnen thermische en niet-thermische effecten op foetaal weefsel veroorzaken, waaronder de mogelijkheid van oververhitting van foetaal weefsel en het introduceren van mechanische stress op de foetus door cavitatie, stralingskracht en akoestische stroming.