E.K. Grootes

E.K. Grootes
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboren 22 maart 1936
Anna Paulowna
Overleden 5 februari 2020
Heemstede
Nationaliteit Nederlands
Beroep Neerlandicus, letterkundige

Elidius Klaas (Eddy) Grootes (Anna Paulowna, 22 maart 1936 – Heemstede, 5 februari 2020) was een Nederlandse neerlandicus. Van 1976 tot 1997 was hij hoogleraar historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gold als een van de belangrijkste kenners van Bredero en van het literaire leven in de Gouden Eeuw.

Loopbaan

Grootes studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1963 zijn doctoraalexamen haalde. Hij werd tot de leerlingen van Wytze Hellinga gerekend. Na een korte periode als leraar kwam hij in september 1965 als wetenschappelijk medewerker in dienst van het Instituut voor Neerlandistiek, dat toen sterk groeide.

Op 18 september 1973 promoveerde hij cum laude op Dramatische struktuur in tweevoud, een vergelijkend onderzoek naar P.C. Hoofts komedie Schijnheiligh en het Italiaanse voorbeeld daarvan, Lo Ipocrito van Pietro Aretino. Per 1 maart 1976 werd hij gewoon hoogleraar historische letterkunde van het Nederlands. Zijn oratie, Literatuurhistorie en Cats' visie op de jeugd, hield hij pas op 9 juni 1980. Daarin toetste hij de stelling van Philippe Ariès dat de adolescentie pas in de achttiende eeuw werd 'uitgevonden', aan het werk van Jacob Cats.

In het academisch jaar 1988-1989 was hij fellow aan het Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS), waar hij werkte aan de theorie van de literatuurgeschiedschrijving, als onderdeel van een project over de Nederlandse literatuur van circa 1560 tot 1670. Op 1 september 1997 ging hij met vervroegd emeritaat. Zijn afscheidscollege heette Terug naar Bredero.

Grootes had een groot aandeel in de organisatie van zijn vak. Hij was de eerste directeur van het Instituut voor Cultuurgeschiedenis van de UvA, en op zijn initiatief werd het Huizinga Instituut opgericht, de landelijke onderzoekschool voor cultuurgeschiedenis. In de jaren tachtig stond hij aan de basis van het tijdschrift Literatuur en van de Griffioen-reeks met teksten uit de oudere letterkunde. Hij was lange tijd redacteur van Spektator en Literatuur. Hij begeleidde ongeveer vijftien promoties.

Werk

Bredero

Bredero was het middelpunt van Grootes' onderzoek. Bij de herdenking van Bredero's 350ste sterfjaar in 1968 was hij al secretaris van het Bredero-comité, waarin hij door Garmt Stuiveling was betrokken. In 1979 verscheen zijn editie van Schyn-heyligh in de wetenschappelijke uitgave van Bredero's Werken. Daarna volgden uitgaven van Bredero's Liederen (1985) en van Moortje en Spaanschen Brabander (1999). In 1984 verzorgde hij met anderen een Bredero-nummer van Spektator.

Bij de herdenking van Bredero's 400ste sterfdag in 2018 was Grootes eregast. Hij ontving het eerste exemplaar van de Bredero-biografie van René van Stipriaan.

Het literaire leven

Grootes' onderzoek richtte zich niet alleen op de grote namen, maar ook op minder bekende auteurs als Jan van der Veen, Barent Fonteyn en Cornelis Pietersz. Biens. Hij was vooral geïnteresseerd in de verhouding tussen teksten, hun lezers en de maatschappelijke context, en in de vraag waardoor de literatuur van de zeventiende eeuw vernieuwde. Zijn schoolboek Het literaire leven in de zeventiende eeuw (1984) werd een standaardoverzicht van hoe literatuur in die periode functioneerde. Hij publiceerde onder meer ook over het jeugdige publiek van de liedboeken uit het begin van de zeventiende eeuw, over populaire literatuur en over de literaire organisatievormen van de Republiek.

Bij zijn zestigste verjaardag verzamelden Marijke Spies en Jeroen Jansen twaalf van zijn belangrijkste artikelen in Visie in veelvoud (1996), aangevuld met een bibliografie. De bundel bevat stukken over Hooft, Vondel, Huygens, Cats en Bredero.

Na zijn emeritaat bleef hij actief. In 2008 hield hij de vijfde Gouden Eeuw-lezing, over Huygens' Dagh-werck en Hoofts Dankbaar genoegen. Zijn laatste grote project was een integrale vertaling van Hoofts Nederlandsche Historien in hedendaags Nederlands, die in juni 2019 als digitale editie bij het Huygens Instituut verscheen.

Bibliografie (selectie)