
ELISA is een laboratoriumtest voor het meten van macromoleculaire stoffen. De naam is een afkorting van enzyme-linked immunosorbent assay. Het is een van de bekendste en meest gangbare analytische technieken in de moleculaire biologie. Het speelt ook een belangrijke rol in de klinische diagnostiek. Met behulp van een ELISA kunnen onderzoekers zeer exact de concentratie van een gewenste stof, meestal een eiwit, kwantificeren.
ELISA is een immunochemische assay. Alle immunochemische bepalingen zijn gebaseerd op hetzelfde principe, de specifieke binding tussen antigeen en antilichaam. Door een enzym te koppelen aan een antilichaam kan na toevoeging van een geschikt substraat een kleurreactie worden opgewekt. Hoe intenser de kleurreactie, hoe groter de hoeveelheid doelstof in het monster. De kleurintensiteit wordt vaak gemeten met een spectrofotometer.
De techniek is relatief eenvoudig uit te voeren en geschikt voor het gelijktijdig analyseren van relatief grote aantallen monsters. ELISA's wordt onder meer gebruikt voor de detectie van infectieziekten, het meten van hormonen en cytokinen, het bepalen van biomarkers en het evalueren van immuunresponsen. Er bestaan verschillende formats, zoals de directe, indirecte, sandwich-ELISA en competitieve ELISA.
Het opsporen gebeurt door binding van de eiwitten met antilichamen die gelabeld zijn. Dit wil zeggen dat ze chemisch gekoppeld worden aan een enzym zoals peroxidase dat via een of meer tussenstappen een kleurstof doet ontstaan. Hoe meer van de te detecteren stof aanwezig was, hoe meer enzymwerking gebonden wordt en hoe meer kleurstof er uiteindelijk ontstaat.

Er kan ook gebruikgemaakt worden van twee verschillende antilichamen (secundaire detectie):
Het eerste antilichaam kan bijvoorbeeld afkomstig zijn van een konijn waarbij een immuunreactie is opgewekt tegen de gezochte stof (door boostervaccinatie met die stof). Het tweede antilichaam is afkomstig van een ander dier (bijvoorbeeld een ezel). Het gebruik van meerdere antilichamen levert aanzienlijke voordelen op:
Om de hoeveelheid te bepalen worden van tevoren verdunningen met bekende concentraties van de te meten stof gemaakt en tevens verdunningen van het monster. Omdat de hoeveelheid signaal evenredig is met de hoeveelheid enzym, kan bepaald worden wat de concentratie in het monster is. Een voorbeeld is de dopingtest: door concentraties te meten en te vergelijken met de toegestane (van nature aanwezige) concentraties, wordt een atleet gecontroleerd op doping.
Als de plaat gekleurd is, is de plaat klaar om gelezen te worden. Dit gebeurt met een ELISA reader op basis van een spectrofotometrische bepaling. Bij deze bepaling wordt gebruikgemaakt van twee golflengten zodat de bepaling nauwkeuriger is. Bij een hogere golflengte hebben sterke kleuringen namelijk geen invloed. Er bestaat ook een PCR-ELISA-test.