Eetappel

Eetappel
Eetappel
Taxonomische indeling
Rijk:Plantae (planten)
Stam:Embryophyta (landplanten)
Klasse:Spermatopsida (zaadplanten)
Clade:Bedektzadigen
Clade:'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade:Fabiden
Orde:Rosales
Familie:Rosaceae (rozenfamilie)
Geslacht:Malus (appel)
Nothospecies
Malus ×domestica
(Suckow) Borkh. (1803)
Basioniem
Pyrus malus var. domestica Suckow (1786)
Eetappel
Dwarsdoorsnede sterappel
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Eetappel op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Appelbloesem

Eetappel (Malus ×domestica) is een nothospecies uit het geslacht appel (Malus). De plant groeit zowel als boom, struik of spil. De plant is op het noordelijk halfrond vooral bekend vanwege haar vruchten, de appels ofwel handappels. Eetappel groeit in de gematigde streken.

Geschiedenis

Eetappel werd al 10.000 v.Chr. in Europa in het wild verzameld en al in het Nabije Oosten geteeld in 4000 v.Chr. Waarschijnlijk is eetappel langs de oude zijderoute verspreid, omdat ook het genencentrum van eetappel in de omgeving van deze route ligt. De eetbare handappel is het eindresultaat van een eeuwenlang proces van kruising in Centraal-Azië, waar meer dan 25 wilde appelsoorten voorkomen. Geselecteerde rassen werden later in stand gehouden door de door Chinezen uitgevonden techniek van enting.

Ten tijde van de oude Grieken en Romeinen tussen de achtste eeuw v.Chr. en de vijfde eeuw na Chr. was er een florerende teelt van appels. De Romeinen hebben deze rassen verder verspreid over West-Europa. Later is dit gevolgd door verschillende herintroducties vanuit het genencentrum. In de negentiende eeuw hadden vele steden in Europa en Nederland hun eigen rassen. Deze rassen waren zoet of halfzuur, verschillend gekleurd en met verschillende vormen en grootte. Enkele voorbeelden hiervan zijn 'Lunterse Pippeling', 'Brabantse Bellefleur', 'Groninger Kroon', 'Eijsdener Klumpke' en 'Gronsvelder Klumpke'. Europeanen introduceerden eetappel in Noord-Amerika. Met het verdwijnen van de hoogstamboomgaarden zijn veel rassen weer verloren gegaan. De verschillende pomologische verenigingen in Nederland proberen zo veel mogelijk oude rassen in stand te houden.

Nachtvorstschade

De boom bloeit afhankelijk van het ras gemiddeld van half april tot eind mei. Tijdens de bloei kan er nachtvorstschade optreden, doordat de bloemen bevriezen en dus niet kunnen uitgroeien tot vruchten. Ook jonge vruchten kunnen beschadigd worden. Nachtvorstschade kan voorkomen worden door bij 0,5 °C met beregenen te beginnen en door te gaan tot de temperatuur boven nul is gekomen. Door de vrijkomende stollingswarmte blijvende de met ijs bedekte bloemen en bloemknoppen rondom de nul graden.

Geslacht

Zie Appel (geslacht) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In Nederland komt uit het geslacht appel (Malus) alleen wilde appel (Malus sylvestris) van nature voor. Hij is uiterst zeldzaam en groeit alleen hier en daar nog op de Veluwe, langs beken in de Achterhoek en Drenthe, op de stuwwal bij Nijmegen en in Noord-Limburg.
In België komen lokaal nog enkele populaties voor, bijvoorbeeld in de Voerstreek.
In bermen en bosranden komt eetappel regelmatig verwilderd voor door het wegwerpen van klokhuizen van handappels.

Rassen

Er bestaan duizenden rassen, terwijl ook nog steeds nieuwe rassen verschijnen.

Zie Lijst van appelrassen.

Voedingswaarde

Handappel
rauw, met schil, per 100 g
water: 85,56 g vezel: 2,4 g energie: 218 kJ (52 kcal)
proteïnes: 0,26 g lipiden: 0,17 g suikers: 10,39 g
Sporenelementen
calcium: 6 mg ijzer: 0,12 mg magnesium: 5 mg fosfor: 11 mg
kalium: 107 mg koper: 0,027 mg natrium: 1 mg zink: 0,04 mg
Vitamines
vitamine C: 4,6 mg vitamine B1: 0,017 mg vitamine B2: 0,026 mg vitamine B3: 0,091 mg
vitamine B5: 0,061 mg vitamine B6: 0,041 mg vitamine B9: 0 µg vitamine B12: 0,00 µg
vitamine A: 54 UI retinol: 0 µg vitamine E: 0,18 µg vitamine K: 2,2 µg
Vetzuren
verzadigde
vetzuren: 0,028 g
enkelvoudig
onverzadigde
vetzuren
: 0,007 g
meervoudig
onverzadigde
vetzuren
: 0,051 g
cholesterol : 0 mg

Ziekten en aantastingen

De bladeren van eetappel kunnen aangetast worden door onder andere de schimmels meeldauw en schurft. De stam en de takken door vruchtboomkanker (Nectria galligena). De vruchten door onder andere Monilia-rot en Botrytis-rot.
Insecten tasten naast de bladeren en bloemknoppen ook de vruchten aan. Enkele insecten zijn de bladrollers (o.a. fruitmot Cydia pomonella), appelbloedluis, bladluis en appelzaagwesp.

Sinds het eind van de jaren 1990 komt in Nederland in toenemende mate de heksenbezemziekte voor in appelbomen. De oorzaak is aantasting door fytoplasmen. Overdracht kan gebeuren door enten van een aangetaste boom te gebruiken en door zuigende insecten zoals de appelbladvlo of de cicade Fiebriella florii.

Symbolische betekenis

Trivia

Zie ook

Zoek eetappel op in het WikiWoordenboek.
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Malus domestica op Wikimedia Commons.