| Enrico Betti | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Titulatuur/graad | laurea | |
| Geboortedatum | 21 oktober 1823 | |
| Geboorteplaats | Pistoia | |
| Overlijdensdatum | 11 augustus 1892 | |
| Overlijdensplaats | Soiana | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Universiteit van Pisa (1846), Liceo Statale Niccolò Forteguerri | |
| Promotor | Giuseppe Doveri | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | topologie, wiskunde, natuurkunde, politiek | |
| Erkenning en lidmaatschap | ||
| Ambt | Director of the Scuola Normale Superiore (1865 – 1874), Director of the Scuola Normale Superiore (1876 – 1892), senator van het Koninkrijk Italië (1884), member of the Chamber of Deputies of the Kingdom of Italy (18 februari 1861 – 7 september 1865), member of the Chamber of Deputies of the Kingdom of Italy (18 november 1865 – 13 februari 1867), member of the Chamber of Deputies of the Kingdom of Italy (23 november 1874 – 3 oktober 1876) | |
| Lid van | Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen, Göttinger Academie van Wetenschappen, Pruisische Academie van Wetenschappen, Turijnse Academie van Wetenschappen (4 december 1864), Accademia Pontificia dei Nuovi Lincei (11 mei 1851), Accademia dei Lincei (4 december 1870 – 31 januari 1875), Accademia dei Lincei (31 januari 1875) | |
Enrico Betti (Pistoia, 21 oktober 1823 - Soiana, 11 augustus 1892) was een Italiaans wiskundige die nog steeds bekend is vanwege de naar hem genoemde Betti-getallen. Dit naar aanleiding van een artikel van zijn hand uit 1871 over topologie. Hij werkte ook aan de theorie van de wiskundige vergelijkingen. Ook formuleerde hij de stelling van Betti, een resultaat in de theorie van de elasticiteit.
Hij werd geboren in Pistoia in Toscane. Hij studeerde in 1846 af aan de Universiteit van Pisa. Na een tijd les gegeven te hebben werd hij in 1857 in Pisa tot hoogleraar benoemd. In 1858 maakte hij samen met Francesco Brioschi en Felice Casorati, een reis door Europa, waarbij hij onder meer Bernhard Riemann ontmoette. Later werkte hij op het gebied van de theoretische natuurkunde, waarbij hij aansloot op werk van Riemann. Hij speelde ook een actieve rol in zowel de universiteitspolitiek als in de politiek van de nieuwgevormde Italiaanse staat.