| Ferdinand Cornet de Grez d'Elzius | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Ferdinand Gommaire Joseph Ghislain graaf Cornet de Grez d'Elzius | |||
| Geboortedatum | Brussel, 5 oktober 1797 | |||
| Overlijdensdatum | Brussel, 25 januari 1869 | |||
| Partij | regeringsgezind | |||
| Titulatuur | graaf | |||
| Functies | ||||
| 1828 - 1869 | burgemeester van Dworp | |||
| 1829 - 1830 | lid Tweede Kamer der Staten-Generaal | |||
| 1830 - 1831 | lid Nationaal Congres van België | |||
| 1834 - 1837 | lid Kamer van volksvertegenwoordigers | |||
| ||||
Graaf Ferdinand Gommaire Joseph Cornet de Grez d'Elzius (Brussel, 5 oktober 1797 – aldaar, 25 januari 1869) was een Belgisch burgemeester, lid van het Nationaal Congres en volksvertegenwoordiger.
Graaf Ferdinand Cornet de Grez d'Elzius werd geboren als zoon van François Cornet de Grez (1771-1827), lid van de Tweede Kamer en kamerheer van koning Willem I der Nederlanden, en Thérèse de Beughem (1775-1847). Zijn grootvader, Gommaire Cornet de Grez, was staatsraad in de Oostenrijkse tijd. De familie Cornet werd voor het eerst in de adelstand verheven in 1711, door reversie van de grafelijke titel van Léonard d'Elzius op zijn zus en schoonbroer, Thérèse d'Elzius (1671-1747) en François Cornet (1670-1739), heer van Grez en Peissant. In 1816 werd Ferdinands vader in de adelstand bevestigd met de titel van graaf, overdraagbaar op al zijn nakomelingen.
Hij trouwde in 1834 in Brussel met zijn nicht barones Eulalie Snoy d'Oppuers (1812-1862), dochter van baron Idesbalde Snoy d'Oppuers, senator, en kleindochter van baron Philippe Snoy d'Oppuers. Ze kregen een zoon en een dochter die jong overleed.
Hij was een schoonbroer van markies Théodore d'Yve de Bavay, burgemeester van Lessenbos en lid van het Nationaal Congres, en baron Charles Snoy, industrieel, provincieraadslid van Brabant en volksvertegenwoordiger.
Cornet volgde zijn vader op onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als lid van de Tweede Kamer. In oktober 1830 werd hij verkozen voor het arrondissement Brussel in het Nationaal Congres. Hij nam slechts eenmaal het woord, en het was om zich tegen de eeuwigdurende uitsluiting van de Nassaus te keren. Bij de stemming was hij een van de 25 die tegen deze uitsluiting stemden. Het is waarschijnlijk dat hij zich als orangist na deze beslissing niet meer op zijn plaats achtte in het Congres en hij nam op 7 februari 1831 ontslag.
In 1834 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel en bleef dit tot in 1837.
Hij was ook van 1828 tot aan zijn overlijden burgemeester van Dworp, een ambt dat na hem werd uitgeoefend door zijn zoon Raymond en door zijn kleinzoon Ferdinand Cornet (1869-1947).