10 - Napoleon Bonaparte marcheert met Franse troepen (ongeveer 8.000 man) onder bevel van kolonel Jean Lannes naar de Pauselijke Staat. Hij arriveert in Bologna en probeert druk uit te oefenen op paus Pius VI, die zich blijft verzetten tegen de expansiepolitiek van Frankrijk. Kort daarna, ontvangt Napoleon nieuws over een Oostenrijkse inval in Noord-Italië en geeft generaal Pierre-Charles Augereau opdracht de Franse stellingen bij Legnago en Ronco te verdedigen. Hij stuurt Franse troepen om de stellingen langs rivier de Adige ten zuiden van Legnago te versterken en maakt een geforceerde opmars naar zijn hoofdkwartier in Roverbella.
14 - Slag bij Rivoli: In de ochtend, rukken Franse troepen (2.900 man) op naar de San Marco-kapel en drijven de Oostenrijkse buitenposten terug. Ze worden gevolgd door de rest van de divisie (7.300 man) onder leiding van generaal Barthélemy Joubert. Maar de Fransen rukken te ver op – er breken schermutselingen uit langs de frontlinie, met hevige gevechten op de hoogten van San Marco. Bij zonsopgang vallen de Oostenrijkers het plateau in groten getale aan. De Franse 85e Demi-Brigade (1.400 man) wordt overrompeld en op de vlucht gejaagd door Oostenrijkse troepen (5.000 man). Om 9:00 uur 's ochtends arriveren Franse troepen (8.900 man) onder bevel van generaal André Masséna. Ze nemen posities in aan Jouberts linkerflank, de bedreigde Franse linie wordt gestabiliseerd. Oostenrijkse troepen arriveren aan de overkant van de rivier de Adige, opgestelde kannonen veroorzaken paniek onder het Franse leger. Onder dit dekkingsvuur rukken de Oostenrijkers de smalle weg op en bestormen in felle gevechten de Franse stellingen. Om 11:00 uur beveelt Napoleon Bonaparte Masséna's 18e Demi-Brigade (1.600 man) met ondersteunende troepen van Joubert een tegenaanval uit te voeren. Generaal Charles-Victoire Leclerc valt tevens aan met zijn Franse cavalerie (ongeveer 400 ruiters). De Oostenrijkers worden teruggedreven, in de chaotische vlucht ontploft een munitiewagen. Om 13:00 uur geeft veldmaarschalk József Alvinczi orders voor een algehele terugtocht. De Franse verliezen zijn 3.000 doden en gewonden. De Oostenrijkse verliezen zijn 4.000 doden en gewonden met ongeveer 8.000 krijgsgevangenen. Tijdens de terugtocht door de bergpassen worden er nog eens 5.000 Oostenrijkers gevangengenomen.
15 - Barthélemy Joubert ontvangt versterkingen en krijgt van Napoleon opdracht de aanval bij Rivoli tegen de Oostenrijkers te hervatten. Hij neemt kort na zonsopgang de heuvels bij San Marco in en omsingelt de Oostenrijkse rechterflank. Joubert snijdt hun de terugtocht af en verdrijft de Oostenrijkers, die zich over de bergen moeten terugtrekken. Hij maakt hierbij enkele duizenden krijgsgevangenen. Ondertussen rukken Oostenrijkse troepen (ongeveer 9.000 man) onder leiding van generaal Giovanni di Provera op naar Mantua, geschaduwd door de Fransen onder bevel van generaal Pierre-Charles Augereau. De achterhoede van Provera wordt overvallen en Augereau neemt 2.000 man gevangen. Provera stuurt een bericht naar veldmaarschalk Dagobert von Wurmser (bevelhebber van het belegerde garnizoen) om een gezamenlijke aanval bij Mantua te lanceren. Provera probeert tevergeefs de Franse belegeringslinies te doorbreken. In Mantua, na een belegering van vier maanden, zijn er 9.000 soldaten gestorven aan ziektes, verwondingen of de gevolgen van ondervoeding. Overlevenden leven van paardenvlees; burgers van ratten en honden. Wurmser heeft een garnizoen van bijna 10.000 man met een voedsel- en munitievoorraad voor enkele weken.
16 - Dagobert von Wurmser lanceert samen met Giovanni di Provera een gecoördineerde aanval bij Mantua tegen de Franse troepen (16.000 man) onder leiding van generaal Jean-Mathieu Sérurier. De stad wordt door ondersteunende troepen van André Masséna van alle kanten omsingeld. De zwakke, uitgehongerde Oostenrijkse troepen worden teruggedreven naar de Citadel. Terwijl een aanval van de 57e Demi-Brigade de troepen van Provera overrompeld. Franse troepen onder bevel van Pierre-Charles Augereau, die vanuit het oosten naderen, dwingen Provera zich bij Villa La Favorita met zijn volledige troepenmacht (7.000 man) over te geven. In één week tijd heeft Napoleon Bonaparte 23.000 soldaten gevangengenomen, 60 kanonnen buitgemaakt en 24 regimentsvaandels veroverd.
28 - Het Kollumer Oproer breekt uit als een van de deelnemers aan het verzet tegen de burgerdienst van de patriottenregering wordt gearresteerd na het roepen van "Oranje boven". De orangisten richten op weg naar het Rechthuis om hem te bevrijden vernielingen aan aan huizen van patriotten.
28 - De toren van de Grote Kerk van Harderwijk stort neer op het kerkhof, waarbij de graven openspringen. Het kerkvolk denkt, dat de dag van het Laatste Oordeel is aangebroken.
februari
2 - Dagobert von Wurmser geeft Mantua met zijn militaire staf en een escorte van 700 man over aan Jean-Mathieu Sérurier. Ze mogen terugkeren naar Oostenrijk; de rest van het garnizoen (ongeveer 16.000 man) mag onder voorwaarde de vestingstad verlaten met hun regimentsvlaggen (ze beloven plechtig niet meer tegen Frankrijk te vechten, totdat de oorlog voorbij is). Mantua, met 325 kanonnen, komt in Franse handen. Napoleon Bonaparte krijgt de 179 kanonnen terug die hij in augustus 1796 heeft verloren, hij consolideert zijn positie in Noord-Italië.
3 - Franse troepen (ongeveer 9.000 man) onder leiding van generaal Claude-Victor Perrin verslaan bij Faenza het pauselijke leger. De havenstad Ancona geeft zich over aan Perrin – samen met het pauselijke garnizoen (1.200 man en 120 kanonnen). De divisie van Perrin wordt ondersteund door Italiaanse huurlingen en een bataljon grenadiers onder bevel van kolonel Jean Lannes.
19 - Paus Pius VI wordt door het Directoire gedwongen de Vrede van Tolentino te ondertekenen. Hij doet afstand van de pauselijke leengoederen in Frankrijk, Avignon (dit betekent het einde van de eeuwenlange pauselijke enclave) en het Comtat Venaissin. Tevens in overeenstemming met de eisen van Napoleon Bonaparte moet hij de pauselijke legaatschappen Bologna, Ferrara en Romagna afstaan aan de nieuwe Cisalpijnse Republiek. Het Directoire krijgt bovendien 30 miljoen franc aan schadevergoeding, samen met een groot aantal kunstwerken en heilige manuscripten uit het Vaticaan.
21 - De krijgers op Trinidad geven zich over aan een Britse invasiemacht.
26 - Ten gevolge van de kosten van de oorlog moet Groot-Brittannië de gouden standaard loslaten. Pandbrieven en bankbiljetten zijn voorlopig niet inwisselbaar. Voor het eerst worden er briefjes van 1 pond uitgegeven.
10 - Napoleon Bonaparte begint een nieuwe veldtocht tegen Oostenrijk. Hij mobiliseert ongeveer 70.000 man en stuurt de linkerflank onder leiding van Barthélemy Joubert met een leger van ongeveer 20.000 man om Tirol binnen te vallen. De rechterflank onder bevel van André Masséna rukt op naar de Piave-vallei met een leger van 43.000 man. Napoleon leidt een leger (ongeveer 9.000 man) over een rechtstreekse weg naar Wenen. De Oostenrijkse troepen zijn ongeorganiseerd en moreel verzwakt door de vele nederlagen. De Oostenrijkers, gelegerd langs de rivier de Tagliamento, zijn georganiseerd in zes brigades van elk ruim 4.000 man. Om zijn verbindingen te beschermen, stationeerd Jozséf Alvinczi twee kleine brigades (ongeveer 2.000 man) in de vallei ten zuiden van Pontebba.
16 - Franse troepen onder leiding van Barthélemy Joubert jagen de Oostenrijksers via het dal van de Adige terug naar Brixen. André Masséna rukt op langs de rivier de Brenta, terwijl Napoleon Bonaparte het tegen aartshertog Karel opneemt. De Oostenrijkse troepen worden door generaal Jean-Baptiste Bernadotte bij de rivier de Tagliamento omsingeld. Hij neemt 2.000 krijgsgevangenen, 10 kanonnen en 8 regimentsvaandels in beslag. De Fransen verliezen slechts 500 soldaten. Napoleon doorbreekt de Oostenrijkse verdediging en drijft Karel terug naar Graz. Inmiddels hebben de Fransen twee strategische bergpassen in handen, Karel wordt gedwongen zich haastig met de restanten van het Oostenrijkse leger naar Wenen terug te trekken.
20 - Napoleon Bonaparte lanceert een militaire expeditie in Tirol. Franse troepen (18.000 man) onder bevel van Barthélemy Joubert steken de besneeuwde Tarvisio bergpas over en slaan bij Salorno een Oostenrijkse aanval af. De Fransen verliezen slechts 200 man en maken 3.500 krijgsgevangenen buit. Ondertussen trekt André Masséna zonder tegenstand Pontebba binnen. Franse troepen onder leiding van Jean-Baptiste Bernadotte en Jean-Mathieu Sérurier marcheren naar Gorizia, langs de oostelijke oever van de rivier de Isonzo. Franse troepen onder bevel van Jean-Joseph Guieu trekken noordwaarts bij Caporetto de Isonzo-vallei binnen.
21 - Franse troepen onder bevel van André Masséna bereiken Tarvisio en verdrijven het kleine Oostenrijkse garnizoen. Kort daarna, worden de Fransen teruggedreven door Oostenrijkse troepen die langs de rivier de Isonzo oprukken en een bagagetrein begeleiden. Napoleon Bonaparte vestigd zijn hoofdkwartier in Gorizia, terwijl Franse troepen onder leiding van Jean-Baptiste Bernadotte oprukken naar Leibach. Hij geeft de Franse reserve cavalerie orders om zich te verplaatsen naar Triëst om de havenstad in te nemen. Later die dag herovert Masséna Tarvisio en verhindert hij de terugtocht van de Oostenrijkse troepen uit de Isonzo-vallei. Na drie dagen neemt Napoleon opnieuw 3.000 krijgsgevangenen, samen met een bagagetrein met 30 kanonnen en ongeveer 400 wagens in beslag.
maart - Vierentwintig prominente leden scheiden zich samen met rabbijn Isaac Graanboom af van de Hoogduitse joodse gemeente van Amsterdam. Ze zijn allen lid van het patriotse genootschap Felix Libertate en steunen de Bataafse Revolutie. De 24 vormen een nieuwe gemeente die Adath Jessurun of Adath Jeschurun wordt genoemd.
27 - Met de dood van de vorst sterft het regerende huis Nassau-Saarbrücken uit. Opvolger is de vorst van Nassau-Usingen. Het land is echter bezet door Frankrijk en zal nooit meer in bezit komen van Nassau.
2 - Stichting in Amsterdam van het effectenkantoor Joukes & Oyens.
9 - Met het decreet ‘tot herstel der Academie’ wordt de leeropdracht van Everwinus Wassenbergh in Franeker uitgebreid met Nederlandse taalkunde. Hij is daarmee de eerste hoogleraar die officieel Nederlands doceert.
8 - Tijdens een referendum stemde de Bataafse bevolking tegen het aannemen van het Ontwerp van Constitutie.
28 - Onder de voorwaarden van de Vrede van Bazel (1795) wordt het koninkrijk Pruisen gedwongen al zijn gebieden ten westen van de Rijn af te staan en samen met de West-Rijnlandse gebieden van de prins-bisschoppen van Trier, Mainz en Keulen, de Keur-Palts, de hertogdommen Gulik en Kleef en het Rijk van Aken worden zij samengevoegd tot de kortstondige Cisrheniaanse Republiek onder het bewind van een "protector", de Franse generaalLazare Hoche.
15 - Hans en Parkie, de twee Ceylonese olifanten van de uitgeweken stadhouder Willem V, worden in Deventer ingescheept om via de binnenwateren te worden overgebracht naar de Jardin des Plantes in Parijs.
29 - De Franse Conventie verwerpt een voorstel van Sieyès om alle aristocraten uit te wijzen. Wel krijgen zij de status van buitenlander.
december
6 - Napoleon Bonaparte wordt door het Directoire uitgenodigd naar Parijs te komen. Hij wordt ontvangen door de minister van Buitenlandse Zaken Charles-Maurice de Talleyrand en gefeliciteerd met zijn succesvolle veldtocht in Italië. Daarna vertrekt Napoleon voor een vergadering met de vijf directeuren, die zich hebben verzameld in het Palais du Luxembourg. Hij wordt hierbij vergezeld door de generaals Louis Alexandre Berthier en Jean-Étienne Championnet. Napoleon wordt door Paul Barras hartelijk begroet en door hem benoemd tot opperbevelhebber van het Franse invasieleger dat Engeland (mogelijk over drie jaar) moet binnenvallen.
9 - Opening van het Congres van Rastatt. Op dit congres, dat zal duren tot 9 april 1799, onderhandelen Frankrijk en het Heilige Roomse Rijk over een vredesverdrag.
Ludwig van Beethoven componeert zijn Pianosonate voor vier handen in D gr.t. Opus 6, zijn Pianosonate nr 4 in Es gr.t. Opus 7 en zijn Strijktrio nr. 2 (Serenade) in D gr.t. Opus 8
↑Fiebeger, G.J. (1911). The Campaigns of Napoleon Bonaparte of 1796–1797, p. 52. West Point, New York: US Military Academy Printing Office.
↑ Fiebeger, G.J. (1911). The Campaigns of Napoleon Bonaparte of 1796–1797, pp. 55–57. West Point, New York: US Military Academy Printing Office.
↑Fiebeger, G. J. (1911). The Campaigns of Napoleon Bonaparte of 1796–1797, pp. 57–58. West Point, New York: US Military Academy Printing Office.
↑Zamoyski, Adam (2018). Napoleon: De man achter de mythe, pp. 192–193. Uitgeverij Balans, Amsterdam. ISBN 978-94-600-3872-3.
↑Smith, Digby (1998). The Greenhill Napoleonic Wars Data Book: Actions and Losses in Personnel, Colours, Standards and Artillery, 1792–1815, pp. 132–133. Mechanicsburg, Pennsylvania: Stackpole Books. ISBN 1-85367-276-9.
↑ Smith, Digby (1998). The Greenhill Napoleonic Wars Data Book: Actions and Losses in Personnel, Colours, Standards and Artillery, 1792–1815, p. 133. Mechanicsburg, Pennsylvania: Stackpole Books. ISBN 1-85367-276-9.
↑Zamoyski, Adam (2018). Napoleon: De man achter de mythe, pp. 194–195. Uitgeverij Balans, Amsterdam. ISBN 978-94-600-3872-3.
↑Fiebeger, G. J. (1911). The Campaigns of Napoleon Bonaparte of 1796–1797, pp. 64–65. West Point, New York: US Military Academy Printing Office.
↑Zamoyski, Adam (2018). Napoleon: De man achter de mythe, p. 195. Uitgeverij Balans, Amsterdam. ISBN 978-94-600-3872-3.
↑Fiebeger, G. J. (1911). The Campaigns of Napoleon Bonaparte of 1796–1797, p. 66. West Point, New York: US Military Academy Printing Office.
↑Smith, Digby (1998). The Greenhill Napoleonic Wars Data Book: Actions and Losses in Personnel, Colours, Standards and Artillery, 1792–1815, pp. 134–135. Mechanicsburg, Pennsylvania: Stackpole Books. ISBN 1-85367-276-9.