De Fibonacciwoorden zijn woorden in een rij van opeenvolgende "woorden" of "strings" uit een binair alfabet van twee letters. Waar een Fibonaccigetal de som is van de twee voorgaande getallen in de rij van Fibonacci, is een Fibonacciwoord de concatenatie van de twee voorgaande Fibonacciwoorden.
Fibonacciwoorden zijn een bijzonder geval van Sturmiaanse woorden.
Stel dat het alfabet bestaat uit de "letters" 0 en 1. Sn is het n-de Fibonacciwoord. Begin met S0 = "0" en S1 = "01". Voor n > 1 is dan:
Sn = Sn−1Sn−2 (dus de concatenatie van het vorige en het voor-vorige Fibonacciwoord).
De opeenvolgende Fibonacciwoorden zijn dan:
Het (oneindig lange) Fibonacciwoord begint dus met: 010010100100101001010010010100100101001010010010100101....
Uit het n-de Fibonacciwoord kan men het n+1-de Fibonacciwoord bekomen door toepassing van een substitutie of morfisme:
Men kan dit schrijven als: waarin het morfisme is dat als volgt is gedefinieerd:
Het oneindige woord van Fibonacci is dan .

Men kan het woord van Fibonacci ook bekomen door de opeenvolgende snijpunten van een rechte lijn met helling of , met de horizontale en verticale lijnen van de gehele coördinaten (zie figuur hiernaast). is het gulden getal. De snijpunten met de horizontale lijnen duidt men aan met "1" en die met de verticale lijnen met "0".
Er bestaat een nauw verband tussen de Fibonaccigetallen Fn en de Fibonacciwoorden Sn. De lengte van het n-de Fibonacciwoord Sn is gelijk aan het n-de Fibonaccigetal Fn. Het aantal "0" in het Sn is gelijk aan Fn−1 en het aantal "1" is gelijk aan Fn−2.