Filippo Finazzi

Filippo Finazzi
Persoonsgegevens
Geboortedatum 7 juli 1705
Geboorteplaats Gorlago
Overlijdensdatum 21 april 1776
Overlijdensplaats Bargfeld-Stegen
Opleiding en beroep
Beroep(en) zanger, componist, muziekleraar
Oriënterende gegevens
Stijl(en) operaBewerken op Wikidata
Zangstem sopraan
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Filippo Finazzi (Gorlago, 7 juli 1705 - Bargfeld-Stegen, 21 april 1776) was een Italiaanse castraatzanger en componist. Zijn carrière begon in Italië, maar na een periode als soldaat te hebben gediend kwam hij terecht in Duitsland. Hij zou daar de rest van zijn leven blijven wonen en werken.

Levensloop

Filippo was de zoon van de jurist Antonio Sergio Finazzi en zijn echtgenote Lucia. Hij ging tot zijn tiende jaar naar school in het nabijgelegen Bergamo, om vervolgens tot zijn zestiende in Brescia een opleiding aan het gymnasium te volgen. Hierna begon hij aan een muziekopleiding.

In 1723 zong Finazzi in Crema in de opera L'Innocenze giustificata van Andrea Stefano Fiorè. Een jaar later was hij actief in Rome. In 1726 was Finazzi in Venetië in het Teatro S. Angelo waar hij tijdens het carnaval en in de herfst optrad in onder andere Vivaldi's pasticcio Dorilla in Tempe. Hierna werkte hij twee seizoenen in het Teatro S. Cassiano.

Van 1728 tot 1730 was hij werkzaam bij het Italiaanse operagezelschap van Santo Burigotti te Breslau. Hij was hier niet alleen actief als zanger, maar schreef ook enkele aria's voor de pasticcio Merope. Het operagezelschap verkeerde echter in financieel zwaar weer en Finazzi keerde terug naar Italië.

In 1731 was Finazzi in Bologna. Een jaar later was hij opnieuw in Venetië om op te treden tijdens het carnaval. Drie jaar later werd hij lid van de Accademia Filarmonica van Bologna.

In het leger

Finazzi was van 1731 tot 1741 officieel werkzaam als kapelmeester aan het hof van de hertog van Modena, maar van 1733 tot 1739 onderbrak hij deze aanstelling: hij had namelijk besloten om in militaire dienst te gaan bij de koning van Sardinië, die betrokken was geraakt bij de Poolse Successieoorlog (1733-1738). In 1740 brak de Oostenrijkse Successieoorlog (1740-1748) uit en Finazzi trad nu in dienst van de koning van Spanje. Hij werd ritmeester bij een nieuw regiment huzaren maar raakte in 1743 in krijgsgevangenschap te Oostenrijk.

Mingotti

In de zomer van 1743 werd Finazzi in Linz onderdeel van het operagezelschap van Pietro Mingotti. Met dit gezelschap trad hij onder andere op in Praag, Leipzig en Hamburg. Mede dankzij Finazzi en collegazangers als Rosa Costa en Francesco Arrigoni had Mingotti's gezelschap veel succes. Finazzi verzorgde tevens een deel van het componeerwerk binnen het gezelschap. In december 1743 werd Finazzi's intermezzo L'Amor fa l'uomo cieco opgevoerd in de Oper am Gänsemarkt te Hamburg.

Zijn betrokkenheid bij Mingotti lijkt na 1744 te zijn afgenomen en hij werkte nog slechts af en toe mee aan opvoeringen in Hamburg. In februari 1746 stond hij voor het laatst op het podium en wel in de titelrol van zijn eigen opera Temistocle.

Inwoner van Hamburg

In 1746 werd Finazzi inwoner van Hamburg en bekeerde hij zich tot het Lutheranisme. De komende tien jaar hield hij zich bezig met het geven van zangles. Ook componeerde hij nog steeds, zoals de zes symfonieën uit 1754. Verder zette hij een reeks gedichten van zijn vriend Friedrich von Hagedorn op muziek.

Met de componist Johann Friedrich Agricola voerde hij een polemiek over de verdiensten van Johann Sebastian Bach. Finazzi was weinig gecharmeerd van Bachs composities.

Huwelijk

Finazzi verkreeg in 1756 een nieuw landhuis met grond nabij Bargfeld-Stegen. Dit was geregeld door Bendix von Ahlefeldt en diens zoon Adolph Jasper, die daar het landgoed Jersbek bezaten. Het huis van Finazzi kreeg de bijnaam 'Lombardei' vanwege Finazzi's Lombardijse herkomst.

Hij maakte in 1757 op zijn nieuwe woonplek kennis met de 28-jarige weduwe Gertrud Steinmetz die hem verzorgde toen hij een jaar later beide benen brak. Ze trok bij hem in als huishoudster terwijl Finazzi ervoor zorgde dat haar zoon een goede opleiding kreeg.

In 1761 vroeg hij Gertrude ten huwelijk, maar omdat hij een castraat was ging de lokale predikant hier niet mee akkoord. Finazzi vroeg hierop de Hamburgse senaat om toestemming voor het huwelijk te geven, wat inderdaad ook gebeurde. Hij werd in de stadsdocumenten omschreven als een man met een goed karakter en een fatsoenlijk leven. Het hielp ook dat hij beschikte over goede contacten binnen de elite van Hamburg, waaronder Friedrich von Hagedorn en de componist Georg Philipp Telemann. Op 21 april 1762 werd het huwelijk voltrokken.

Begin 1776 kreeg Finazzi in Hamburg een hartaanval. Op 22 april overleed hij op 71-jarige leeftijd, waarna hij in Sülfeld werd begraven. Zijn weduwe Gertrud hertrouwde in 1777. Ze overleed in 1781 in het huis Lombardei.

Werken

Finazzi schreef zowel vocale als instrumentale muziek, maar de meeste van zijn composities zijn verloren gegaan.

Hieronder volgt een selectie van zijn werken: