Pietro Mingotti

Pietro Mingotti
Persoonsgegevens
Geboortedatum circa 1702
Geboorteplaats Venetië
Overlijdensdatum 28 april 1759
Overlijdensplaats Kopenhagen
Opleiding en beroep
Beroep(en) impresario
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1731-1755
Stijl(en) opera
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Pietro Mingotti (Venetië, circa 1702 - Kopenhagen, 28 april 1759) was een Italiaans impresario en leider van een reizend operagezelschap. Samen met zijn broer Angelo heeft hij jarenlang een belangrijke rol gespeeld in de uitvoering en verspreiding van Italiaanse opera's in vooral Duitstalige landen.

Angelo en Pietro Mingotti hadden elk een eigen operagezelschap waarmee ze door Midden-Europa reisden. Soms werkten de broers samen en verzorgden ze optredens in dezelfde steden. Het is dan ook niet geheel duidelijk of de broers zelfstandig te werk gingen of dat ze in feite één operabedrijf vormden dat in twee losse groepen rondreisde. In ieder geval stond het gezelschap van Pietro enigszins in hoger aanzien dan dat van zijn broer.

Levensloop

Samen met zijn broer Angelo kreeg Pietro op 2 oktober 1736 toestemming om in Graz een houten theater te bouwen waar ze gedurende tien jaar mochten optreden. Pietro hield het echter in 1742 voor gezien. In datzelfde jaar nam hij Paolo Scalabrini aan als kapelmeester voor zijn gezelschap. Hij verzorgde optredens in onder andere Hamburg en Praag (1743). In 1744 was Giovanni Battista Locatelli bij het gezelschap betrokken als dichter.

Mingotti verzorgde in 1744 zijn eerste uitvoering in Leipzig tijdens de beursdagen. Ook het jaar daarop was hij weer actief in deze stad, maar nu samen met de groep van zijn broer. De broers kregen toestemming om in het Reithaus een eigen houten theater te bouwen.

In 1745 gaf Pietro Mingotti met zijn groep een muziekuitvoering bij de kroning van Frans I te Frankfurt.

In 1746 was het gezelschap actief in Dresden, waar Mingotti een concessie had gekregen om optredens te verzorgen. Met zijn broer Angelo bouwde hij hier een houten theater. Dit theater zou in 1748 afbranden.

Begin januari 1747 trouwde Mingotti met Regina Valentini. Zij was al sinds eind 1743 werkzaam als zangeres binnen zijn gezelschap.

Gluck

De componist Christoph Willibald Gluck had zich inmiddels ook bij de groep van Mingotti gevoegd. Glucks opera La nozze d’Ercole e d’Ebe werd in 1747 opgevoerd vanwege het dubbelhuwelijk van Frederik Christiaan van Saksen met Maria Antonia Walpurgis en Maximiliaan Jozef met Maria Anna. De uitvoering van deze opera pakte goed uit voor hoofdrolspeelster Regina: ze kreeg nu een aanbieding om bij de hofopera te gaan werken als tweede zangeres, tegen een jaarsalaris van 2000 thalers.

Denemarken

Mingotti vertrok in 1747 met zijn groep richting Kopenhagen, samen met Gluck. In december vond daar hun eerste opera-opvoering plaats. Hoewel het gezelschap van Mingotti ook in Duitse steden als Hamburg en Lübeck optrad, was het koninklijk hof van Frederik V te Kopenhagen de voornaamste werklocatie. Hier voerden ze de opera's uit van Scalabrini, die inmiddels kapelmeester aan het Deense hof was geworden. Gluck volgde hem in september 1748 op als kapelmeester van Mingotti's gezelschap, maar hij vertrok al weer een jaar later.

In 1749 was Mingotti in Oslo in het gevolg van koning Frederik.

In 1752 voegde de componist Francesco Uttini zich bij het gezelschap. Ook componist Giuseppe Sarti zou in 1753 deel gaan uitmaken van Mingotti's groep.

Het ging inmiddels niet zo goed meer met Mingotti's onderneming. Het publiek in Kopenhagen was relatief klein en dat leidde tot financiële problemen. Mingotti wilde in 1755 zijn contract met het Deense hof dan ook verbreken. Vervolgens werden zijn bezittingen in beslag genomen en verkocht, waarmee zijn schulden afbetaald werden. Uttini vertrok in 1755 met enkele leden van het gezelschap naar Stockholm en wist daar een succesvolle carrière aan het hof op te bouwen. Mingotti bleef berooid achter en moest leven van een klein pensioen dat de Deense koning hem verstrekte. Hij overleed in 1759 in armoede.

Repertoire en samenstelling

Het gezelschap van Mingotti richtte zich voornamelijk op de opera seria. Overigens stond soms ook een opera buffa op het programma. Uitvoeringen vonden voornamelijk plaats in de lente en de herfst en tijdens het carnavalsseizoen.

Het gezelschap bestond doorgaans uit drie zangers en vijf zangeressen. Soms werden er ook dansers aangetrokken. Muzikanten werden ter plekke ingehuurd in de steden waar de uitvoeringen plaatsvonden.

Het gezelschap van Mingotti beleefde in de jaren 40 zijn hoogtepunt. Hij wist sopranen als Giovanne della Stella en Rosa Costa te contracteren en castraatzangers als Filippo Finazzi en Settimio Canini. In de jaren 50 ging de kwaliteit van zijn gezelschap echter achteruit.

Zie de categorie Pietro Mingotti van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.