Flory de Vries

Flora (Flory/Florrie) de Vries (Amsterdam, 29 juli 1917 – Den Haag, 26 maart 1985) was een secretaresse, tussen 1940 en 1945 actief binnen het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog.

Achtergrond

Ze was dochter van het Joodse echtpaar Henriette Blok (1887-1943) en makelaar in effecten Johan de Vries (1887-1943). Ze had een broer, Sydney Henry (1915-1944). Deze drie werden allen in concentratiekamp Auschwitz omgebracht. Vanaf 1946 was ze getrouwd met Dries Ekker, die tijdens die oorlog eveneens werk in het verzet had verricht.

Leven

Ze kreeg haar opleiding aan het Amsterdams Lyceum van Christiaan Pieter Gunning. Een studie lag in het vooruitzicht, maar zij koos ervoor au pair te worden in Engeland. Eenmaal terug in Nederland begon ze aan de Schoeversopleiding tot secretaresse; ze leerde er blindtypen, telefoneren en stenografie. In 1939 trad ze in dienst bij het Algemeen Nederlands Persbureau, dat haar in mei 1940 direct na de capitulatie ontsloeg, net als nog 21 collegae. Haar vader, tevens lid van de vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux, werd al snel opgepakt. Flora moest onderduiken en nam de naam Dido van Marken aan. Ze ging werken voor Psychotechniek in Utrecht, waar ze kennismaakte met Jan Meijer, die op zich via luchtvaartjournalist Jaap Nunes Vaz (een van de ontslagene bij het ANP) betrokken raakte bij de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen, de voorloper van Het Parool. Ze werd onder invloed van die twee actief voor Het Parool in Den Haag, waar Meijer en ook Wim van Norden werkten. Ze werd er een soort chef-de-bureau.

De maatregelen van de bezetter tegen Joden werden in 1942 zo stringent dat ze zich moest terugtrekken en wederom onderduiken. De dood van verzetsman Jan Stallinga, die een aantal namen heeft moeten prijsgeven aan de Sicherheitsdienst bracht haar weer naar Het Parool, dit keer in Amsterdam, en werd daar hoofd koeriersdienst. De Vries zou vanwege gebrek aan vervoersmiddelen tot in de hongerwinter op de fiets naar Den Haag en Rotterdam gaan om kopij af te leveren dan wel op te halen. Ten tijde van schaarste aan energie hield ze met fiets en dynamo de cilinderpers draaiende, en was zij ook nog verantwoordelijk voor het volgen van BBC-uitzendingen. Tijdens de laatste periode kreeg ze een opleiding gewapend verzet met vuurwapen en al. Ze werd voor haar verzetswerk onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis.