| Fokker F.II | ||||
|---|---|---|---|---|
| Fabrikant | Fokker | |||
| Lengte | 10,3 m | |||
| Spanwijdte | 17,6 m | |||
| Hoogte (vanaf de grond) | 3,7 m | |||
| Stoelen voor passagiers | 4-5 | |||
| Leeggewicht | 1650 kg | |||
| Max. startgewicht | 2300 kg | |||
| Motoren | 1 x BMW IV zescilinder watergekoelde lijnmotor | |||
| Max. stuwkracht per motor | 230 pk | |||
| Kruissnelheid | 120 km/u (Max. 150 km/u) | |||
| Kruishoogte | 4000 m | |||
| Max. reikwijdte | 600 km | |||
| Eerste vlucht | oktober 1919 | |||
| Status | historisch | |||
| Voornaamste gebruikers | KLM | |||
| Aantal gebouwd | 23 | |||
| ||||

De Fokker F.II is een door het Nederlandse bedrijf Fokker gebouwd vliegtuig uit de jaren 10 van de 20e eeuw. De F.II is ontworpen door ingenieur Reinhold Platz en betreft het eerste passagiersvliegtuig uit de Fokker-fabrieken. Het prototype is gebouwd in Duitsland waar de eerste proefvlucht plaatsvond in oktober 1919.
De F.II is een eenmotorig, tweeblads propellervliegtuig. Het is een hoogdekker met vrijdragende vleugels. De half open cockpit heeft twee zitplaatsen met dubbele besturing. Achter de cockpit bevindt zich een gesloten cabine met plaats voor 4 passagiers. Het vliegtuig werd vaak gevlogen door één piloot, waardoor op de tweede zitplaats in de cockpit een extra passagier mee kon, een navigator of een mecanicien. De constructie van de F.II bestaat uit een romp van metalen buizen bespannen met doek. De vleugels zijn geheel van hout en bekleed met multiplex platen. Het vaste landingsgestel is uitgerust met twee hoofdwielen en een staarthak. Door de vorm van de rompdoorsnede, een diepe rechthoek, kon voor de richtingstabiliteit worden volstaan met een klein verticaal staartvlak.
De Fokker F.II is geleverd met verschillende merken zescilinder watergekoelde lijnmotoren van 178-320 pk: Mercedes (178 pk), BMW IIIa (185pk), BMW IV (230 pk), BMW Va (320 pk) en Armstrong Siddeley Puma (240 pk). De vorm van de koelradiator bepaalde de geometrie van de F.II rompneus. Soms was deze rond en soms rechthoekig.
Nadat KLM in mei 1920 haar eerste lijndienst met een geleased vliegtuig had geopend tussen Schiphol en Londen ontstond er bij de toenmalige administrateur, Albert Plesman al snel behoefte aan eigen machines. Zijn keus viel op de Fokker F.II. Hij plaatste zijn order voor 2 machines in juli 1920 voor het bedrag van 45 000 gulden. Overdracht van de H-NABC en de H-NABD vond plaats op 25 augustus 1920. Op 30 september vond de eerste proefvlucht plaats. Het betrof een retourvlucht tussen Schiphol en Londen. Aan boord bevonden zich behalve de vlieger, een vlieger van Fokker, een journalist en een grondwerktuigkundige.
De F.II's gaven meteen aanleiding tot wrijving tussen Plesman en Fokker. Laatstgenoemde was reeds begonnen aan de bouw van de Fokker F.III waarvan KLM er 8 bestelde. Plesman wilde zijn F.II daarbij graag inruilen. Fokker stond dit niet toe. De F.II's bleven dan ook na de aflevering van de F.III's nog in gebruik bij KLM (al werden ze slechts sporadisch ingezet). Uiteindelijk werden ze in 1927 doorverkocht aan het Belgische Sabena.
In het Aviodrome op vliegveld Lelystad bevindt zich een Fokker F.II replica met registratie HNABC. Deze bijzondere replica is tussen 1994 en 1996 gebouwd in de Fokker fabriek zelf met een nieuw origineel Fokker constructienummer: 1598.