Foptandzwam

Foptandzwam
Foptandzwam in Oostenrijk
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Klasse:Agaricomycetes
Orde:Hymenochaetales
Familie:Schizoporaceae
Geslacht:Basidioradulum
Soort
Basidioradulum radula
(Fr.) Nobles (1967)
Synoniemen

Xylodon radula
Hydnum radula
Hyphoderma radula
Radulum orbiculare
Sistotrema molariforme
Hydnum molariforme

Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

De foptandzwam (Basidioradulum radula, synoniem: Xylodon radula) is een schimmel uit de orde Hymenochaetales, die doorgaans tot de familie Schizoporaceae wordt gerekend. Het is een saprotrofe korstzwam die op dood hout van vooral loofbomen groeit. De soort vormt korstvormige vruchtlichamen met een crème- tot okergeel, opvallend getand oppervlak.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

Vruchtlichaam

Het vruchtlichaam is resupinaat (korstvormig) en ligt grotendeels vlak tegen het substraat. Aanvankelijk ontstaan afzonderlijke, ronde tot ovale plekken van enkele centimeters doorsnede, die later kunnen samenvloeien tot grotere korsten van enkele decimeters. De consistentie is in vochtige toestand zacht en wasachtig, maar bij uitdroging wordt het vruchtlichaam steviger. De kleur varieert van witachtig crème tot geelachtig of okergeel. De groeiende rand is meestal lichter, witachtig en vaak fijn vezelig of viltig.

Hymenofoor

De hymenofoor is aanvankelijk vrijwel glad, maar ontwikkelt later opvallende tanden of stekels. Deze zijn onregelmatig verdeeld en kunnen cilindrisch, kegelvormig, stomp of zijdelings afgeplat zijn. De stekels worden ongeveer 1–5 mm lang en kunnen 1–2 mm breed worden. Ze zijn doorgaans het sterkst ontwikkeld in het centrale gedeelte van het vruchtlichaam. Hun kleur komt overeen met die van de overige hymenofoor.

De geur is onopvallend. De sporenafdruk is wit.

Microscopische kenmerken

De foptandzwam heeft een monomitisch hyfensysteem, dat uitsluitend uit generatieve hyfen bestaat. Deze zijn kleurloos, meestal dunwandig en ongeveer 2–5,5 µm breed. Bij de dwarswanden komen gespen voor. De hyfen in de onderliggende laag zijn overwegend recht, terwijl die in het subhymenium sterker vertakt en vaak kronkelig zijn.

De basidiën zijn aanvankelijk breed elliptisch tot peervormig en worden later min of meer cilindrisch, smal knotsvormig of enigszins urnvormig, vaak met een insnoering. Ze meten ongeveer 20–30 × 4–6 µm, bezitten doorgaans vier sterigmata en hebben een gesp aan de basis.

Cystidiale elementen zijn variabel aanwezig. Vooral cilindrische tot kralensnoervormige (moniliforme), dunwandige elementen kunnen voorkomen. Deze meten volgens verschillende beschrijvingen ongeveer 35–70 × 5–8 µm. Ze worden in de literatuur deels als cystiden en deels als cystidiolen beschreven. In sommige collecties zijn dergelijke elementen schaars of ontbreken ze.

De basidiosporen zijn glad, dunwandig, kleurloos en cilindrisch tot worstvormig (allantoïde). Ze meten doorgaans ongeveer 7–11 × 2,3–3,5 µm en bezitten een klein apiculus. De sporen zijn inamyloïde, niet dextrinoïde en niet cyanofiel.

Ecologie

De foptandzwam leeft als saprotroof op dood hout en veroorzaakt witrot. De soort groeit voornamelijk op dode stammen en takken van loofbomen, vaak op hout waaraan de schors nog aanwezig is. Zowel afgestorven, nog aan de boom zittende takken als gevallen takken en stammen kunnen worden gekoloniseerd.

In Nederland wordt de soort vooral aangetroffen op berk (Betula). Daarnaast is hij bekend van onder meer wilg (Salix), populier (Populus), haagbeuk (Carpinus) en esdoorn (Acer). Ook van andere loofbomen zijn vondsten bekend. Incidenteel komt de soort voor op naaldhout, waaronder den (Pinus).

De soort groeit in loofbossen, gemengde bossen en struwelen, vooral op matig voedselrijke tot voedselrijke bodems. In de Nederlandse ecologische indeling wordt hij vooral geassocieerd met loofbossen op rijkere zandgronden.

De vruchtlichamen kunnen gedurende een groot deel van het jaar worden gevonden en zijn in vochtige perioden doorgaans het duidelijkst ontwikkeld.

Verspreiding

Wereldwijde verspreiding

De foptandzwam heeft een ruime verspreiding op het noordelijk halfrond. De soort komt voor in Europa, Azië en Noord-Amerika. Uit Europa zijn onder meer vondsten bekend uit Nederland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland. Ook uit China, Korea en verschillende delen van Noord-Amerika zijn vondsten door morfologisch en moleculair onderzoek bevestigd.

Moleculair onderzoek uit 2021 aan materiaal uit Eurazië en Noord-Amerika bevestigde dat de geografisch verspreide populaties tot één soort behoren, ondanks verschillen in de vorm van het vruchtlichaam en de afmetingen van de sporen.

Nederland

In Nederland komt de foptandzwam vrij zeldzaam voor. De NMV Verspreidingsatlas classificeert de soort op basis van gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023 als vrij zeldzaam. Volgens de Rode Lijst-beoordeling uit 2008 is de soort 'thans niet bedreigd'.

De soort is uit verschillende delen van Nederland bekend. Historische collecties zijn onder andere afkomstig uit Oostvoorne, Rockanje, Wassenaar, Rijssen en de omgeving van de Sint-Pietersberg. Deze vondsten zijn beschreven in een mycologische studie van W. Jülich uit 1974.

Gelijkende soorten

De foptandzwam kan worden verward met andere korstzwammen die een getande hymenofoor ontwikkelen.

Voor een zekere determinatie is microscopisch onderzoek van onder meer de sporen, basidiën en cystidiale elementen gewenst.

Taxonomie

De soort werd in 1818 door Elias Magnus Fries oorspronkelijk beschreven onder de naam Hydnum radula. In 1967 plaatste de Canadese mycoloog Mildred Katherine Nobles de soort in het geslacht Basidioradulum. In 2011 werd de combinatie Xylodon radula gepubliceerd door Ţura, Zmitrovich, Wasser en Spirin.

De plaatsing in Xylodon is niet algemeen aanvaard. Fylogenetisch onderzoek uit 2020 liet zien dat Basidioradulum een zelfstandige afstammingslijn binnen de Hymenochaetales vormt, onderscheiden van Xylodon. De precieze plaatsing op familieniveau werd daarbij als onzeker beschouwd. Een vervolgonderzoek uit 2021 ondersteunde de opvatting dat Basidioradulum radula een afzonderlijke soort binnen dit geslacht is en concludeerde bovendien dat Hyphodontia syringae een later synoniem van deze soort is.

De naam Xylodon radula wordt niettemin nog als geaccepteerde naam vermeld in Index Fungorum, terwijl de Nederlandse NMV Verspreidingsatlas de naam Basidioradulum radula gebruikt.

Foto's