| Foraminifera | ||||
|---|---|---|---|---|
| Ammonia beccarii | ||||
| Taxonomische indeling | ||||
| ||||
| Stam | ||||
| Foraminifera | ||||
| (en) World Register of Marine Species | ||||
| ||||
Foraminifera, Granuloreticulosa of foraminiferen (of populair Anglo-Amerikaans: forams) zijn heterotrofe, eukaryote eencelligen, met een uitwendig kalkskelet, dat meestal is opgebouwd uit kamers. De naam is afgeleid van het Latijnse foramen = opening en ferre = dragen. Door openingen in de tussenwanden van de kamers, komen uitstulpingen van celplasma (pseudopodiën) naar buiten in de vorm van lange, dunne draden. Hiermee kunnen de cellen zich verplaatsen en voeden.
Sommige soorten vormen schalen bestaande uit één kamer (monoloculair), de meeste vormen verscheidene kamers (multiloculair) in zeer uiteenlopende configuraties. De grootte van de schaal varieert van 0,1 tot 5 mm in diameter met extremen van 0,01 mm (sommige Lagynidae) tot 190 mm (Syringammina).
De meeste foraminiferen hebben een kalkskelet opgebouwd uit calciet dat zeer goed fossiliseert. Daarnaast bestaan er zand-agglutinerende soorten zonder kalkskelet maar met een vliezig hoornachtig omhulsel waaraan sedimentpartikels, vaak zandkorrels, met slijm worden vastgeplakt. Hoewel ook hier fossielen van bekend zijn, fossiliseren deze huisjes minder goed en zijn er daardoor ook minder soorten als fossiel van bekend. Uit de geologische geschiedenis van de aarde zijn veel foraminiferensoorten met een calcitisch skelet bekend. Ze zijn meestal microscopisch klein, maar ze kunnen ook enkele centimeters groot worden. Vanaf het Cambrium worden foraminiferen in gesteenten teruggevonden en ze komen nog steeds wijdverbreid voor. Door hun snelle evolutie zijn het gidsfossielen bij uitstek waardoor ze vaak gebruikt worden voor biostratigrafische datering. Daarnaast worden foraminiferen ook gebruikt om het afzettingsmilieu van een sedimentair gesteente te achterhalen.

Er worden twee typen foraminiferen onderscheiden:

Door spoelen en zeven van het sediment kan men door onderzoek van het zeefresidu achterhalen welke foraminiferensoorten aanwezig zijn. Door de verhouding tussen de soorten te bepalen kunnen paleoecologische conclusies getrokken worden. In harde gesteenten kan door onderzoek aan slijpplaatjes (zeer dunne -30 μm dikte- plakjes gesteente) worden achterhaald welke foraminiferen zich in het gesteente bevinden en in welke verhouding.

Foraminifera zijn van groot belang in veel paleoklimatologische studies. Niet alleen kan de aanwezigheid van de fossielen van bepaalde koude- of warmteminnende soorten in een gebied informatie over vroegere klimaatsverandering opleveren. Maar ook de isotopenverhouding in het kalkskelet kan als proxy dienen voor zowel watertemperatuur, als landijsvolume.
De ontelbare kalkskeletjes van foraminiferen bij elkaar zijn verantwoordelijk voor de helft van al het kalk dat in de oceaan wordt gemaakt. Deze kalkvorming is een belangrijk onderdeel van de wereldwijde koolstofcyclus. Door de stijging van CO2 in de atmosfeer worden de oceanen zuurder en dergelijke organismen zouden minder goed hun skelet kunnen opbouwen. Een studie uit 2025 toont daarentegen aan dat foraminiferen de zuurgraad rond hun cel kunnen aanpassen, waardoor kalkvorming toch mogelijk blijft.