

Franciscus Lodewijk Johannes Lourijsen (Teteringen, 21 juli 1889 – Den Haag, 5 februari 1934) was een Nederlandse architect die een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de Nieuwe Haagse School. Lourijsen geldt als een vertegenwoordiger van deze architectuurstroming, die zich van de Amsterdamse School onderscheidt door een meer ingetogen vormgeving. Zijn oeuvre omvat diverse woonhotels en flatgebouwen in Den Haag. Sterk beïnvloed door Jan Wils en het werk van Frank Lloyd Wright, heeft Lourijsen een eigen plek binnen de Nederlandse architectuur.
Zijn ouders verhuisden in 1903 naar Den Haag. Daar werd de veertienjarige Frans in het bevolkingsregister ingeschreven als bouwkundig tekenaar. Hij volgde avondcursussen aan de Academie voor Beeldende Kunsten, en werkte daarnaast bij verschillende architecten en ingenieursbureaus. Hij was sinds 1920 lid van de Haagse Kunstkring. Vanaf zijn tweeëndertigste was hij zelfstandig architect.
Lourijsen begon in 1921 met de bouw van 71 traditionele woningen aan de Crispijnstraat. Enkele jaren later ontwikkelde zijn stijl zich richting modernisme, zichtbaar in de Mesdagstraat, waar herenhuizen elementen van De Stijl tonen. Het bescheiden oeuvre van Frans Lourijsen omvat enkele toonaangevende werken binnen de Nieuwe Haagse School.
Er zijn in totaal elf projecten van hem bekend. In de Mauvestraat ontwierp hij een kubistische villa met verspringende gevelvlakken. Hij was betrokken bij de realisatie van diverse woningbouwprojecten, waaronder het flatgebouw aan het Haagse Jozef Israëlsplein en het woongebouw aan de Van Hogenhoucklaan. In Rotterdam ontwierp hij een woonhotel aan de Westzeedijk met 24 appartementen, bereikbaar via drie met marmeren dierafbeeldingen versierde ingangen met bronzen deuren en smalle glas-in-loodramen.
Tussen ca. 1925 en 1930 werkte hij met donkere baksteen en platte vlakken. In 1931 brak hij met deze stijl; het woonhotel aan de Van Hogenhoucklaan toont cilindrische vormen en lichtgekleurde baksteen. Lourijsens ontwerpen kenmerken zich door horizontale geledingen, overstekende daken en het gebruik van betonnen luifels. Hij werkte tevens samen met kunstenaars als beeldhouwer Jan Altorf.
Op 44-jarige leeftijd overleed hij vermoedelijk aan een ziekte die zich in de zomer van 1933 openbaarde.