| Friedrich Staude | ||||
|---|---|---|---|---|
| Overleden | 1861 | |||
| Geboorteland | Duitsland | |||
| Bekend van | Die Schwämme Mitteldeutschlands (1857) | |||
| Standaardafkorting | Staude | |||
| Toelichting | ||||
De bovenaangeduide standaardaanduiding, conform de database bij IPNI, kan gebruikt worden om Friedrich Staude aan te duiden bij het citeren van een botanische naam. In de Index Kewensis is een lijst te vinden van door deze persoon (mede) gepubliceerde namen. | ||||
| ||||
Friedrich Staude (overleden 1861) was een Duitse arts, mycoloog en natuuronderzoeker. Hij was stadsarts (Stadtphysicus) en directeur van het natuurhistorische kabinet in Coburg. Staude is vooral bekend vanwege zijn werk Die Schwämme Mitteldeutschlands, insbesondere des Herzogthums Coburg uit 1857. Dit werk leverde een bijdrage aan de kennis van de schimmelflora van Midden-Duitsland en aan de taxonomische indeling van paddenstoelen.
Staude was in de eerste helft en het midden van de 19e eeuw actief als natuuronderzoeker in de omgeving van Coburg. Naast zijn werkzaamheden als arts hield hij zich bezig met het verzamelen, beschrijven en systematisch indelen van schimmels. Als directeur van het natuurhistorische kabinet van Coburg was hij betrokken bij de natuurhistorische studie van de regio.
In 1857 publiceerde hij Die Schwämme Mitteldeutschlands, insbesondere des Herzogthums Coburg. Het boek behandelt de schimmels van Midden-Duitsland, met bijzondere aandacht voor het toenmalige hertogdom Coburg. Het verscheen bij de Dietz'sche Hofbuchdruckerei in Coburg en bevatte tien gekleurde platen. Het werk was tevens een feestuitgave voor de negentiende bijeenkomst van Duitse land- en bosbouwkundigen in Coburg.
De mycoloog Heinz Engel besprak Staudes werk in zijn historische overzicht Hundert Jahre Pilzkunde in Nordwestoberfranken uit 1981. Volgens Engel vormde het boek een belangrijke mijlpaal in de regionale mycologie, vooral voor het gebied rond Coburg.
De officiële botanische en mycologische auteursafkorting van Friedrich Staude is Staude.
Staude leverde een bijdrage aan de taxonomie van de Agaricales. In zijn publicatie uit 1857 behandelde hij verschillende groepen die eerder door de Zweedse mycoloog Elias Magnus Fries binnen het omvangrijke geslacht Agaricus waren onderscheiden, als zelfstandige geslachten.
Tot de geslachten waarvan de wetenschappelijke auteursvermelding naar Staude verwijst, behoren:
Vooral de afbakening van Collybia onderging later ingrijpende veranderingen. Staude volgde daarbij een relatief ruim geslachtsconcept, waarin zowel soorten met een collybia-achtig als met een taailingachtig uiterlijk waren opgenomen. In latere taxonomische studies werden verschillende van deze soorten ondergebracht in andere geslachten, waaronder Gymnopus en Rhodocollybia.
Ook het door Staude behandelde geslacht Clitocybe heeft later meerdere taxonomische herzieningen ondergaan. Moderne moleculair-fylogenetische onderzoeken hebben aangetoond dat de traditionele afbakening van dit geslacht verschillende evolutionaire afstammingslijnen omvat. De nomenclatuur van Clitocybe is daardoor nog steeds onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.