| Grasslangen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gladde grasslang (Opheodrys vernalis), exemplaar uit Illinois, Verenigde Staten | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Opheodrys Fitzinger, 1843 | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Grasslangen (Opheodrys) zijn een geslacht van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubridae) en de onderfamilie Colubrinae.
De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Leopold Fitzinger in 1843.
Er zijn drie soorten, de slangen werden eerder tot andere geslachten gerekend, zoals Coluber, Chlorosoma, Herpetodrays, Liopeltis, Contia en Liochlorophis.
Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied.
| Naam | Auteur | Verspreidingsgebied |
|---|---|---|
| Ruwe grasslang (Opheodrys aestivus) |
Linnaeus, 1766 | Verenigde Staten, Mexico |
| Opheodrys carinatus | Grobman, 1984 | Verenigde Staten (Florida) |
| Gladde grasslang (Opheodrys vernalis) |
Harlan, 1827 | Canada, Verenigde Staten, Mexico |
De soorten danken zowel hun Nederlandstalige als hun Engelstalige naam green snakes aan de grasgroene lichaamskleur. Deze is geheel uniform, patronen zoals vlekken en strepen ontbreken. De gladde grasslang heeft gladde schubben op de bovenzijde van het lichaam, de ruwe grasslang heeft gekielde schubben die het lichaam een ruw oppervlak geven.
De gladde grasslang blijft met maximaal 66 centimeter kleiner dan de ruwe grasslang, die tot 1,15 meter lang kan worden.

De gladde grasslang is overwegend een bodembewoner terwijl de ruwe grasslang juist veel in planten en bomen klimt. Op het menu van de soorten staan voornamelijk kleine ongewervelde dieren zoals insecten en spinnen. Ook schorpioenen worden wel buitgemaakt en slechts zelden kleine gewervelde dieren.
Grasslangen komen voor in delen van Noord-Amerika en leven in de landen Canada, de Verenigde Staten en Mexico.
De habitat bestaat uit scrubland, graslanden en draslanden.
Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan twee soorten een beschermingsstatus toegewezen. Allebei deze soorten worden beschouwd als 'veilig' (Least Concern of LC).
Referenties
Bronnen