| Stegonotus | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Stegonotus diehli | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Stegonotus Duméril, Bibron & Duméril, 1854 | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Stegonotus is een geslacht van slangen uit de familie toornslangachtigen (Colubrinae) en de onderfamilie Colubrinae.
De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door André Marie Constant Duméril, Gabriel Bibron en Auguste Duméril in 1854. Er zijn 26 soorten die voorkomen in Azië.
De lichaamsbouw is vrij slank, slangen hebben een donkerbruine lichaamskleur zonder een duidelijke tekening. De buikzijde is lichter van kleur. Op het midden van het lichaam zijn zeventien tot negentien lengterijen schubben aanwezig. Het anaalschild is ongedeeld.
De slangen zijn 's nachts actief en bodembewonend. Op het menu staat kleine gewervelde dieren zoals amfibieën, zoogdieren en reptielen en hun eieren. De verschillende soorten staan bekend als erg agressief als ze worden benaderd, de slangen zijn echter niet giftig. De vrouwtjes zetten eieren af op de bodem.
De soorten komen voor in delen van zuidelijk Azië en in Australië. De soorten komen binnen Azië voor in de landen Maleisië, Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea. In Australië behoort alleen Queensland tot het verspreidingsgebied. De meeste soorten komen endemisch voor in Indonesië.
De habitat bestaat voornamelijk uit vochtige tropische en subtropische laaglandbossen en daarnaast uit drogere en gematigde bossen en tropische moerassen. Ook in door de mens aangepaste streken zoals plantages kunnen de slangen worden aangetroffen.
Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan zes soorten een beschermingsstatus toegewezen. Drie soorten worden beschouwd als 'veilig' (Least Concern of LC), twee als 'onzeker' (Data Deficient of DD) en een als 'gevoelig' (Near Threatened of NT).
Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied.
Referenties
Bronnen