| Hannah Neise | ||||
|---|---|---|---|---|
Hannah Neise in 2018 | ||||
| Persoonlijke informatie | ||||
| Naam | Hannah Neise | |||
| Geboortedatum | 26 mei 2000 | |||
| Geboorteplaats | Arnsberg, Duitsland | |||
| Nationaliteit | ||||
| Lengte | 168 cm | |||
| Gewicht | 60 kg | |||
| Sportieve informatie | ||||
| Discipline | ||||
| Trainer/coach | Wolfram Schweizer | |||
| Olympische Spelen | 2022, 2026 | |||
| Debuut | 2012 | |||
| Medailles | ||||
| Officiële website | ||||
| ||||
Hannah Neise (Arnsberg, 26 mei 2000) is een Duits skeletonster.
Neise maakte in november 2014 haar internationale debuut op veertienjarige leeftijd in de Europe Cup waar ze tweemaal elfde werd. Het seizoen erop kwam ze uit in de OMEGA Youth Series Competition waar ze eenmaal tweede werd en twee keer derde werd. Ze nam aan het einde van het seizoen deel aan de Olympische Jeugdspelen waar ze tweede werd achter de Britse Ashleigh Fay Pittaway. In het seizoen 2016/17 nam ze voornamelijk deel in de Europe Cup waar ze eenmaal tweede werd achter haar landgenote Maxi Just en eenmaal derde achter haar landgenote Just en Tamara Seer. In de eindstand werd ze achtste. Daarnaast was ze in twee wedstrijden van de Intercontinental Cup actief. Op het einde van het seizoen nam ze deel aan het WK voor junioren waar ze als tiende eindigde op 2,27 seconden van winnares Joelia Kanakina.
In het seizoen 2017/18 nam ze deel aan vier wedstrijden in de ICC, ze had als beste resultaat een derde plaats in Altenberg waar ze enkel Lelde Priedulēna en Sophia Griebel voor zich moest dulden. In de eindstand werd ze zestiende. In de Europe Cup in het seizoen 2018/19 won ze haar eerste wedstrijd, daarnaast werd ze ook twee keer tweede en twee keer derde. Dit leverde haar de tweede plaats op in het eindklassement enkel haar landgenote Janine Becker deed beter. Op het WK voor junioren werd ze zevende op 2,39 seconde van de Tsjechische Anna Fernstädt.
In het seizoen 2019/20 nam ze deel aan vier wedstrijden in de ICC, ze won eenmaal en eindigde een keer tweede achter haar landgenote Susanne Kreher en twee keer zesde. Dit leverde haar een negende plaats op in het eindklassement. Op het WK voor junioren aan het einde van dat seizoen werd ze derde achter Anna Fernstädt en Susanne Kreher. In het seizoen 2020/21 maakte ze haar wereldbekerdebuut, na zes wedstrijden van acht te hebben deelgenomen werd ze negende in de eindstand. Aan het einde van het seizoen werd ze wereldkampioene bij de junioren toen ze Kreher en Ashleigh Fay Pittaway voorbleef op het WK voor junioren. Op het wereldkampioenschap daarna werd ze zevende individueel.
In het seizoen 2021/22 nam ze opnieuw deel aan de wereldbeker met een vierde plaats als beste resultaat, in de eindstand werd ze opnieuw negende. Op de Olympische Winterspelen 2022 werd ze olympische kampioene voor de Australische Jaclyn Narracott en Nederlandse Kimberley Bos. In het seizoen 2022/23 won Neise de eerste wereldbekerwedstrijd, daarnaast werd ze ook eenmaal derde. In de eindstand van de wereldbeker werd ze vijfde. Op het einde van het seizoen verlengde ze haar wereldtitel bij de junioren. Op het wereldkampioenschap werd ze vijftiende.
Ook in het seizoen 2023/24 won ze een wedstrijd en werd eenmaal derde, in de eindstand van de wereldbeker werd ze zevende. Op het wereldkampioenschap werd ze individueel derde achter Hallie Clarke en Kim Meylemans en in de gemengde competitie aan de zijde van Christopher Grotheer werd ze wereldkampioene. In het seizoen 2024/25 werd ze tweemaal tweede en twee keer derde in de wereldbeker, in de eindstand werd ze derde achter de Oostenrijkse Janine Flock en de Nederlandse Kimberley Bos. Op het wereldkampioenschap aan het einde van het seizoen werd ze zeventiende.
In de eerste wereldbeker wedstrijd van het seizoen werd Neise meteen tweede achter haar landgenote Jacqueline Pfeifer maar daarna ging het minder goed. Ze eindigde zelfs eenmaal buiten de top 20 wat resulteerde in een zevende plaats in de eindstand. Ze nam aan het einde van het seizoen deel aan de Olympische Winterspelen 2026 waar ze vierde werd individueel.
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2022 | ||
| 2026 | 4e Individueel |
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2021 | 7e Individueel | |
| 2023 | 15e Individueel | |
| 2024 | ||
| 2025 | 17e Individueel |
| Seizoen | Divisie | Niv. | #1 | #2 | #3 | #4 | #5 | #6 | #7 | #8 | Punten | Rang |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2014/15 | Europe Cup | III | 11e | 11e | - | - | - | - | - | - | 60 | 29e |
| 2015/16 | Kwam uit in de OMEGA Youth Series Competition | |||||||||||
| 2016/17 | Europe Cup | III | 6e | - | - | 5e | - | - | 205 | 8e | ||
| Intercontinental Cup | II | 11e | 9e | - | - | - | - | - | - | 144 | 28e | |
| 2017/18 | - | - | - | - | 12e | 6e | 5e | 346 | 16e | |||
| 2018/19 | Europe Cup | III | 4e | 6e | DNF | 405 | ||||||
| 2019/20 | Intercontinental Cup | II | - | - | 6e | 6e | - | - | 406 | 9e | ||
| 2020/21 | Wereldbeker | I | 13e | 14e | 8e | 10e | 5e | 4e | - | - | 912 | 9e |
| 2021/22 | 18e | 10e | 4e | 9e | 7e | 16e | 14e | 8e | 1104 | 9e | ||
| 2022/23 | 6e | 6e | - | 10e | 11e | 7e | 1225 | 5e | ||||
| 2023/24 | - | 5e | 9e | 10e | 8e | 14e | 1177 | 7e | ||||
| 2024/25 | Asian Cup | II | 7e | 9e | - | - | - | - | - | - | 124 | 12e |
| North American Cup | - | - | - | - | - | - | 9e | 176 | 14e | |||
| Wereldbeker | I | 6e | 4e | 14e | 9e | 1452 | ||||||
| 2025/26 | - | 9e | 6e | 5e | 19e | 21e | 5e | 1042 | 7e | |||