| Plaats in Nederland | |||
|---|---|---|---|
![]() | |||
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 51° 23′ NB, 5° 34′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 45,96 km² | ||
| - land | 45,38 km² | ||
| - water | 0,58 km² | ||
| Inwoners (2023-01-01) |
10.130 (223 inw./km²) | ||
| Woningvoorraad | 4.390 woningen | ||
| Economie | |||
| Gem. WOZ-waarde | € 443.000 (2023) | ||
| Overig | |||
| Woonplaatscode | 1314 | ||
| Foto's | |||
| |||

Heeze (Brabants: Héésj) is een dorp in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Het maakte tot de tijd van de Bataafse Republiek deel uit van de heerlijkheid Heeze, Leende en Zesgehuchten. Vanaf het begin van de 19e eeuw was het een zelfstandige gemeente, en sinds 1997 is Heeze een onderdeel van de gemeente Heeze-Leende.
Heeze wordt vanwege de vele natuur, waaronder de Herbertusbossen en de Strabrechtse Heide de Parel van Brabant genoemd. In 2023 had het dorp 10.130 inwoners. In Heeze ontstaat de Kleine Dommel uit een samenvloeiing van de Groote Aa en de Sterkselse Aa. Heeze is bekend vanwege zijn kasteel en de bossen daaromheen.
De naam 'Heeze' betekent: 'Laag struikgewas'. De naam 'Heeze' is afkomstig van het Oergermaanse woord *haisjô, dat 'jong beukenbos' of 'kreupelhout' betekent.
Heeze ligt tussen Leende en Geldrop. Dichtstbijzijnde grote stad is Eindhoven. Naburige kernen zijn Stratum, Aalst, Valkenswaard en Sterksel.
Heeze bestond oorspronkelijk uit de kern Heeze, de aansluitende gehuchten Ginderover, Kruis, Strabrecht en Kreijl, Kerkhof en Ven, en de meer afgelegen gehuchten Rul en Heezerenbosch.
In 2016 is een urnenveld blootgelegd ten zuiden van het centrum van Heeze, waar inmiddels[(sinds) wanneer?] de nieuwe wijk 'de Bulders' is gerealiseerd. Het veld dateert uit 1000 voor Christus. Vanaf de middeleeuwen valt de geschiedenis van Heeze deels samen met die van het Kasteel Heeze, voorheen het Huis Eymerick. In het begin van de 12e eeuw was al sprake van de heerlijkheid Heeze, Leende en Zesgehuchten.
Na 1950 werden achtereenvolgens drie nieuwe wijken gebouwd, namelijk de Weibossen tussen de weg naar Geldrop en de spoorlijn, de Engelse tuin ten noorden van Strabrecht en de Nieuwe Hoeven ten westen van de spoorlijn. Anno 2019 wordt nog gewerkt aan de uitbreiding van het industrieterrein de Poortmannen. Door verplaatsing van bedrijven naar dit terrein komt elders plaats voor inbreiding.
De toen nieuwe wijk 'Engelse Tuin' kreeg in de jaren 1960 een nieuwe katholieke kerk, gewijd aan Sint Jan Evangelist, die echter in 1997 weer werd gesloten.

Heeze genoot in de 19e eeuw bekendheid als herstellingsoord voor ooglijders dankzij het werk van dominee Kremer. Voor de maandenlange behandeling van de talrijke ooglijders was veel logiescapaciteit nodig en het dorp kende daarom relatief veel hotels en pensions. Dit gevoegd bij de goede verbinding met Eindhoven zorgde ervoor dat schilders op zoek naar motieven uit het Brabantse boerenleven Heeze als woon- en werkplaats kozen. Het armoedige boerenbestaan werd om zijn eenvoud en authenticiteit geïdealiseerd door schilders als Paul Joseph Constantin Gabriël, Jacob Ritsema en August Allebé.
De bloeitijd van Heeze als schildersdorp viel in de periode 1910-1920. Roland Lary, Suze Robertson, Walter Castle Keith, Lammert van der Tonge, Nicolaas Bastert, Willy Sluiter en Jan Sluijters hebben korte of lange tijd in Heeze gewerkt.
Heeze is onder meer bekend vanwege haar prachtige en afwisselende omgeving. Ten zuidwesten van Heeze en ten noorden van deze plaats vinden we een akkerlandschap. Ook ten noorden van Heeze is er een cultuurhistorisch interessant akkerlandschap.
Er zijn wandelingen en fietstochten mogelijk door de diverse natuurgebieden. Zo loopt het Hertog Hendrikpad erdoor, en ook kortere wandelingen zijn er uitgezet. Verder zijn er fietsroutes.
Er is wel gesteld, dat de laatste waarneming van een levende wilde wolf in Nederland -- voor de herintroductie in de 21e eeuw --, plaatsvond bij Heeze, en wel in 1897. De laatste gedode wolf in Nederland zou in 1881 in Helvoirt zijn aangetroffen. Beide laatste waarnemingen zijn echter onderwerp van discussie. Waarschijnlijk is de laatste wolf in 1869 bij Schinveld gedood.
Oorspronkelijk was Heeze een agrarische gemeenschap. Heeze kende in de 19e eeuw thuiswevers. Hieruit ontwikkelden zich de tweede helft van de 19e eeuw weeffabriekjes voor band, veters, en etiketten met als bekendste ondernemingen Vullinghs en Van Engelen & Evers. De doorgaande weg van Eindhoven via Geldrop en Heeze naar Leende en Weert kwam er in 1853; later werd dit Rijksweg 67. De Spoorlijn Eindhoven - Weert werd aangelegd in 1913, met aanvankelijk station Heeze-Leende ten zuiden van het dorp en vanaf mei 1977 station Heeze in het dorp.
Winkels bevinden zich in de J. Deckersstraat en Kapelstraat. De weekmarkt is in de J. Deckersstraat op donderdagmorgen.

Op de laatste zondag van augustus vindt de Brabantsedag plaats, die jaarlijks zo'n 30.000 bezoekers trekt. Het hoogtepunt is de theaterparade, een cultuurhistorische optocht die door de straten van het dorp trekt. Zestien wagenbouwersgroepen kiezen uit een overkoepelend thema een eigen thema, waarover ze een huizenhoge wagen ontwerpen en bouwen. Al vanaf het begin in 1958 hebben de thema’s een connectie met Brabant.

Het doel is om het onderwerp op creatieve en eigentijdse wijze te verbeelden met behulp van een praalwagen, spel, muziek, dans, kleding en grime. Aan de parade doen jaarlijks zo'n 2.000 figuranten mee.
Heeze telt twee schuttersgilden, namelijk het gilde Sint Agatha en het gilde Sint Joris. Sportverenigingen zijn tennisvereniging TV Heeze, basketbalvereniging BC Heeze, voetbalvereniging RKSV Heeze, hockeyvereniging Hockey Heeze en korfbalvereniging Kv Eymerick. Ook telt de gemeente Heeze-Leende drie fanfares: Fanfare St. Nicasius (Heeze), Muziekvereniging de Heerlijkheid (Sterksel) en de Koninklijke fanfare Philharmonie (Leende).
Heeze is bereikbaar via de A67 en de A2.
Van 1907 tot 1921 liep er een paardentram van Eindhoven naar Heeze. Op zondagen reden ook stoomtrams op deze lijn. Bij de opening van de spoorlijn Eindhoven-Roermond in 1913 kreeg Heeze het station Heeze-Leende aan de weg naar Leende. In 1976 werd dit afgebroken en werd het nieuwe station Heeze een kilometer dichter bij Geldrop gebouwd. Behalve door de NS wordt het openbaar vervoer naar Heeze door buurtbussen verzorgd.
Aan de naam Kapellerput is een legende verbonden omtrent een monnik die een kapel bouwde voor de mensen in de omgeving, die horigen waren van roofridder Zwarte Narob, die graag kloosters vermocht te plunderen. De kapel echter werd niet geplunderd omdat de monnik ooit de dochter van de roofridder, Venka, veilig naar huis had gebracht nadat ze verdwaald was in het bos. Zij kwam, samen met haar moeder Euvelinde, regelmatig bidden in de kapel. De vader ontstak hierover in toorn en viel de kapel aan, terwijl moeder en dochter daar aan het bidden waren. Zij vluchtten via een onderaardse gang. Terwijl de mannen van Narob de kapel begonnen te plunderen spleet de aarde open en verdwenen zowel de kapel als de plunderaars in de diepte. De vijver naast de huidige gebouwen van Kapellerput is ervoor in de plaats gekomen.