| Helvella fallax | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Helvella fallax Quél. (1876) | ||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||
|
Helvella nigricans Pers. nom. illeg. | ||||||||||||
| ||||||||||||
Helvella fallax is een schimmel uit de familie Helvellaceae. De soort behoort tot de kluifzwammen (Helvella) en vormt donkere, zadelvormige vruchtlichamen op de grond. De soort werd in 1876 beschreven door de Franse mycoloog Lucien Quélet.
Helvella fallax werd door Quélet beschreven aan de hand van materiaal uit Frankrijk. Bij een moderne taxonomische revisie van het geslacht Helvella werd Quélets oorspronkelijke afbeelding als lectotype aangewezen en werd een collectie uit de Franse Alpen als epitype geselecteerd.
De soort werd lange tijd meestal aangeduid als Helvella atra. Moleculair en morfologisch onderzoek heeft echter aangetoond dat onder die naam verschillende soorten werden samengevoegd. Skrede, Carlsen en Schumacher reserveerden de naam Helvella atra voor de soort met een duidelijk geribde steel en gebruikten Quélets naam H. fallax voor de soort die in veel oudere Europese literatuur als H. atra werd beschreven.
Helvella nigricans Pers. heeft eveneens betrekking op deze soort, maar die naam is een later homoniem en daarmee nomenclatorisch niet geldig.
Het vruchtlichaam is slank en wordt tot ongeveer 6 cm hoog. De hoed is ongeveer 1–3 cm breed en is bij volwassen exemplaren meestal uit twee of drie lobben opgebouwd. De lobben buigen naar beneden en naar de steel toe, waardoor de kenmerkende zadelvorm ontstaat.
Het sporenvormende oppervlak is donkergrijs tot vrijwel zwart. De buitenzijde van de hoed is grijsachtig en bij de rand fijn viltig, maar wordt in de richting van de steel vrijwel kaal. De steel is grijs, meestal wat lichter naar de voet toe, cilindrisch en niet voorzien van de opvallende lengteribben die kenmerkend zijn voor Helvella atra. Vooral het onderste gedeelte van de steel kan fijn behaard zijn.
Het vruchtvlees is dun en breekbaar. De steel is relatief stevig en bij H. fallax doorgaans massief.
De ascosporen zijn glad, hyalien en ellipsoïde en bevatten gewoonlijk één grote centrale oliedruppel. Afhankelijk van de onderzochte collectie worden afmetingen van ongeveer 17–22 × 10–13 µm opgegeven.
De asci zijn achtsporig en niet-amyloïde. De parafysen zijn gesepteerd en aan de top enigszins verbreed tot knotsvormig.
Helvella fallax groeit terrestrisch op de bodem. Uit Europa zijn vondsten bekend uit onder meer bossen, rivierterrassen en kalkrijke graslanden. De soort is gevonden bij zowel loofbomen als naaldbomen, onder andere bij hazelaar (Corylus), spar (Picea) en verschillende wilgensoorten (Salix).
Voor de Nederlandse verzamelgroep Helvella atra s.l., inclusief H. fallax, vermeldt de NDFF Verspreidingsatlas voornamelijk voedselrijke loofbossen op zand en leem. De groep wordt beschouwd als ectomycorrhizavormend en is vooral geassocieerd met loofbomen en -struiken.
Helvella fallax is bekend uit verschillende delen van Europa. In het onderzoek van Skrede et al. werden genetisch bevestigde collecties onderzocht uit onder andere Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Zwitserland en Estland. Daarnaast is de soort ook uit Noord-Amerika gemeld.
De Nederlandse verspreiding van H. fallax afzonderlijk is nog niet goed uit oudere gegevens af te leiden. De soort werd pas in september 2025 afzonderlijk in de NDFF Verspreidingsatlas opgenomen. Oudere waarnemingen die als Helvella atra waren gedetermineerd, zijn grotendeels ondergebracht in de verzamelgroep Helvella atra s.l., incl. fallax. Wanneer foto's of herbariummateriaal beschikbaar zijn kunnen sommige oude vondsten alsnog worden hergedetermineerd.
Helvella fallax kan vooral worden verward met Helvella atra. Volgens de moderne soortopvatting heeft H. atra een steel met duidelijke, scherpe en soms onderling verbonden lengteribben. Bij H. fallax is de steel daarentegen vrijwel cilindrisch en ontbreekt zo'n sterk ontwikkeld ribbenstelsel.
Ook enkele andere donkere soorten uit het geslacht Helvella kunnen macroscopisch sterk op H. fallax lijken. Bij twijfel kunnen microscopisch onderzoek en, bij sommige soortcomplexen, DNA-onderzoek nodig zijn voor een betrouwbare determinatie.