Hyracodon

Hyracodon
Status: Uitgestorven
Fossiel voorkomen: Vroeg-Oligoceen tot Vroeg-Mioceen
Hyracodon
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Onderklasse:Theria
Infraklasse:Eutheria (Placentadieren)
Orde:Perissodactyla
Superfamilie:Rhinocerotoidea
Familie:Hyracodontidae
Geslacht
Hyracodon
Leidy, 1856
Typesoort
Rhinoceros nebraskensis
  • H. browni † Russell 1934
  • H. leidyanus † Troxell 1921
  • H. medius † Peterson 1934
  • H. nebraskensis † Leidy 1850
  • H. petersoni † Wood 1926
  • H. priscidens † Lambe 1905
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Hyracodon op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

Hyracodon is een geslacht van uitgestorven zoogdieren, behorende tot de Perissodactyla, dat voorkwam van het Vroeg-Oligoceen tot het Vroeg-Mioceen.

Naamgeving

In 1850 benoemde Joseph Leidy de typesoort Rhinoceros nebraskensis. In 1856 benoemde hij het aparte geslacht Hyracodon, de "klipdastand". Het dier was overigens niet speciaal verwant aan klipdassen welke verwanten zijn van olifanten.

Beschrijving

Deze honderdvijftig centimeter lange hoornloze neushoorn was lichtgebouwd en kon snel rennen. Dit kwam door de lichte voeten, die snel en beweeglijk waren, omdat het aantal tenen was gereduceerd. De spieren waren geconcentreerd in het bovenbeen. Omdat het dier geen wapens had om zich te verdedigen, was de vlucht de enige manier om te ontkomen aan zijn natuurlijke vijanden, zoals de carnivore Hyaenodon en de vele basale hondachtigen.

Hyracodons schedel was groot in vergelijking met de rest van het lichaam. Het gebit van Hyracodon leek op dat van latere neushoorns, maar het was een veel kleiner dier en verschilde heel weinig in uiterlijk van de "primitieve" paarden waarvan het een tijdgenoot was (32-26 miljoen jaar geleden). De laagkronige kiezen waren uitermate geschikt voor het kauwen van bladeren. Het had een korte, brede snuit en zijn lange, slanke ledematen hadden drie vingers of tenen. Net als de basale paarden leefden hyracodonten in open bossen en beboste steppen. Door verdroging moesten ze hun dieet veranderen van bladeren naar grazend gras. Ze stierven uit zonder afstammelingen achter te laten en markeren het einde van de fylogenetische tak van hoornloze, rennende neushoorns. Dit kleine, snel lopende wezen was nauw verwant aan het grootste landzoogdier dat ooit heeft geleefd, het twintig ton zware Paraceratherium.

Vondsten

Resten van dit dier werden gevonden in Noord-Amerika (Saskatchewan, North Dakota, South Dakota en Nebraska).