Hysterobrevium

Hysterobrevium
Hysterobrevium mori
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota (Zakjeszwammen)
Klasse:Dothideomycetes
Onderklasse:Pleosporomycetidae
Orde:Hysteriales
Familie:Hysteriaceae
Geslacht
Hysterobrevium
E.W.A. Boehm & C.L. Schoch (2009)
Typesoort
Hysterobrevium mori
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Hysterobrevium is een geslacht van schimmels uit de familie Hysteriaceae. Het geslacht werd in 2009 beschreven door E.W.A. Boehm en C.L. Schoch. De typesoort is Hysterobrevium mori.

De naam is afgeleid van Hysterographium en het Latijnse brevis ("kort"), een verwijzing naar de relatief korte sporen van de typesoort H. mori.

Taxonomie

Hysterobrevium werd ingevoerd naar aanleiding van moleculair-fylogenetisch onderzoek naar de Hysteriaceae en verwante families. Daarbij werden 121 isolaten onderzocht aan de hand van vier nucleaire genregio's. Uit dit onderzoek bleek dat verschillende traditioneel op de vorm van hun sporen onderscheiden geslachten niet monofyletisch waren.

De soorten die tegenwoordig tot Hysterobrevium worden gerekend waren eerder gedeeltelijk ondergebracht in onder meer Hysterographium en Gloniopsis. De typesoort, H. mori, werd voorheen als Hysterographium mori aangeduid, terwijl H. constrictum en H. smilacis in Gloniopsis waren geplaatst. Moleculaire gegevens toonden aan dat deze soorten nauw aan elkaar verwant zijn, maar ver verwijderd staan van de typesoorten van hun voormalige geslachten. Boehm en medewerkers brachten ze daarom samen in het nieuwe geslacht Hysterobrevium.

Sinds de beschrijving van het geslacht zijn verschillende nieuwe soorten toegevoegd. Species Fungorum rekent momenteel tien soorten tot Hysterobrevium.

Kenmerken

De vruchtlichamen zijn hysterotheciën. Deze zijn doorgaans zwart, langwerpig tot bootvormig en openen aan de bovenzijde met een duidelijke longitudinale spleet. Ze kunnen recht of gebogen zijn en hebben spitse tot stompe uiteinden. De hysterotheciën groeien afzonderlijk of in groepen en liggen oppervlakkig op het substraat of zijn gedeeltelijk daarin verzonken. Het oppervlak is vaak in de lengterichting gegroefd.

De asci zijn bitunicaat en cilindrisch tot knotsvormig. De ascosporen zijn muriform of dictyosporeus: ze bevatten zowel dwarse als longitudinale septen. Ze zijn gewoonlijk korter dan 25 µm en zijn ten minste bij het middelste septum ingesnoerd. De vorm varieert van eivormig tot omgekeerd eivormig en de uiteinden kunnen stomp of toegespitst zijn.

De sporen kunnen kleurloos tot lichtgeel of lichtbruin gepigmenteerd zijn. Kleurloze jonge sporen zijn dikwijls omgeven door een gelatineuze schede die bij het ouder worden kan verdwijnen. De sporen bezitten meestal 3–4(–6) dwarse septen en een of twee longitudinale septen. Deze combinatie van bootvormige hysterotheciën, bitunicate asci en relatief korte muriforme sporen geldt als kenmerkend voor het geslacht.

Ecologie

Soorten van Hysterobrevium zijn hoofdzakelijk als saprotrofe schimmels aangetroffen op dood plantaardig materiaal. Zo groeit H. rosae op dode takken van hondsroos (Rosa canina), terwijl H. hakeae is beschreven van de buitenzijde van dode vruchten van Hakea actites. H. baoshanense is gevonden op rottend hout van Pinus armandii en H. hydei op dode twijgen.

Het geslacht is uit verschillende werelddelen bekend. Soorten zijn onder meer beschreven of verzameld in Europa, Noord-Amerika, Afrika, Azië en Australië.

Soorten

Volgens Species Fungorum worden de volgende soorten geaccepteerd: