| Inname van Bacharach | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van de Dertigjarige Oorlog | ||||
Gezicht op Bacharach door Matthäus Merian, 1645 | ||||
| Datum | 1 oktober 1620 | |||
| Locatie | Bacharach in Duitsland | |||
| Resultaat | Spaanse overwinning | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
|
| ||||
| Troepensterkte | ||||
| ||||
| Verliezen | ||||
| ||||
Gevechten in de Dertigjarige Oorlog
Boheemse Opstand (1618 - 1620) Pilsen · Lomnice · Záblati · Sitzendorf · Hadersdorf am Kamp · Prachatice · Písek · Witte Berg · Loket
Paltse fase (1620 - 1624) Kreuznach · Oppenheim · Bacharach · Mingolsheim · Wimpfen · Höchst · Fleurus · StadtlohnDeense fase (1625 - 1629) Dessau · Lutter · Stralsund · WolgastZweedse fase (1630 - 1635) Frankfurt · Maagdenburg · Werben1ste Breitenfeld · Bamberg · Rain · Wiesloch · Alte Veste · Lützen · Oldendorf · Nördlingen Zweeds-Franse fase (1635 - 1648) Wittstock · Rheinfelden · Sint-Omaars · Breisach · La Marfée · Kempen · Honnecourt 2de Breitenfeld · Rocroi · Tuttlingen · Freiburg · Jüterbog · Jankau · Mergentheim · Allerheim · Zusmarshausen · Praag
|
De inname van Bacharach vond plaats op 1 oktober 1620 in Bacharach in het keurvorstendom Palts tijdens de Paltse veldtocht. De stad aan de linkeroever van de Rijn werd zonder belegering door het Spaanse leger onder leiding van Gonzalo Fernández de Córdoba ingenomen. Ongeveer tegelijkertijd werd door kapitein Diego Ruiz de stad Kaub ingenomen, ongeveer 4 kilometer stroomafwaarts aan de rechteroever van de Rijn.
De Paltse veldtocht was het gevolg van de Boheemse Opstand, waarbij de keurvorst van de Palts, Frederik V, tot koning van Bohemen gekroond werd. Keizer Ferdinand II voelde zich verraden en besloot niet alleen Bohemen te heroveren, maar ook alle andere bezittingen van Frederik in te nemen, waaronder het keurvorstendom Palts. Omdat de keizer geen geld en soldaten had liet hij de verovering van de Palts over aan Spanje, die het bezette en gebruikte voor de Spaanse Weg. In augustus 1620 verzamelde generaal Ambrogio Spinola hiervoor een groot leger in de Zuidelijke Nederlanden.
Op 30 augustus bereikte het Spaanse leger de Palts en op 10 september werden de steden Kreuznach en Alzey veroverd. Deze steden waren echter vrij gemakkelijk door het gecombineerde leger van de Palts en de Protestantse Unie te heroveren. Om die reden nam Spinola op 14 september ook het strategisch belangrijke Oppenheim in.

De stad werd ook wel de sleutel van de Palts genoemd en gaf de Spanjaarden de kans om diverse andere Paltse steden te veroveren, waaronder de hoofdstad van de Palts, Heidelberg. Spinola kon alleen niet zomaar dieper de Palts intrekken. Kreuznach, Alzey en Oppenheim moesten van garnizoen voorzien worden en veel soldaten waren uitgeput door ziekte en het zware werk. Hij stuurde daarom Diego de Salcedo naar Brussel om aan Albrecht van Oostenrijk een tercio Italianen en een aantal ruiters te vragen.
Op 23 september hield Spinola raad met zijn belangrijkste commandanten. De vraag was welke vijandelijke positie als eerste aangevallen moest worden. Om Heidelberg te bereiken moest het Spaanse leger langs Worms, waar het grootste gedeelte van het protestantse leger lag. Dit was dus zeer riskant. Een tweede optie was Bacharach, dat op ongeveer 70 kilometer afstand van Worms ligt en dus niet zomaar door de protestanten ontzet kon worden. Dit zou echter door de protestanten als teken van zwakte gezien kunnen worden. Spinola ontbond de raad zonder een beslissing te nemen.

Ondertussen naderde vanuit het noorden een klein leger onder leiding van Frederik Hendrik en Horace Vere als versterking van het protestantse leger bij Worms. Dit legertje marcheerde tot bij Koblenz en vandaar over de Taunus richting de Main bij Frankfurt. Vere stuurde twee kapiteins en 94 zieke soldaten naar Bacharach. Daarna vervolgde het leger zijn tocht in een grote bocht om Spinola naar Worms.
Op 25 september kreeg Spinola nieuws dat de protestanten van plan waren die nacht vanuit Worms een sterke cavaleriemacht te sturen in omgekeerde richting. Spinola moest nu snel handelen. Op 29 september hield hij opnieuw raad. Besloten werd om het zekere voor het onzekere te nemen en Bacharach aan te vallen.

Van de inname bestaan twee verslagen: één door Francisco de Ibarra, een hoge functionaris aan het hof van Albert en Isabella in Brussel, en een anoniem verdadera relación (waargebeurd verslag) geschreven op 17 oktober 1620. Volgens Ibarra beval Spinola veldmaarschalk Gonzalo Fernández de Córdoba in de nacht van 30 september over land naar Bacharach te marcheren met een regiment van 1800 soldaten. Kapitein Diego Ruiz kreeg bevel om met 600 soldaten de Rijn af te varen om daarmee Kaub te veroveren, een stadje aan de rechteroever. Don Gonzalo kwam na een moeizame, bergachtige weg 's ochtends 1 oktober aan in Bacharach.
Volgens de verdadera relación stuurde Spinola in de middag van 30 september drie grote schepen met soldaten naar Bacharach en nog eens vier schepen naar Lorch aan de overkant van de Rijn. 2.000 man gingen aan land bij Haimbach (Niederheimbach) en marcheerden direct naar het kasteel van Bacharach (Burg Stahleck). De bewakers waarschuwden de inwoners met musketschoten en sloegen op de vlucht. Na middernacht verschansten de Spanjaarden zich achter het kasteel. Op dezelfde manier marcheerden aan de overkant van de Rijn 2.500 soldaten die bij Lorch waren afgezet naar Kaub en verschansten zich bij het kasteel van Kaub (Burg Gutenfels). In de ochtend van 1 oktober vuurden soldaten vanuit het kasteel van Bacharach 40 tot 50 schoten af, waarbij 3 doden en 3 gewonden vielen.
Ondertussen kwamen in Diebach (Oberdiebach) nog eens 2.500 soldaten aan. Na een korte woordenwisseling en dreigementen van de kant van de Spanjaarden, gaf Diebach zich over en trokken de mannen direct naar Bacharach. De inwoners van Bacharach zagen nu grote menigte soldaten met hun veelkleurige banieren. Na een korte onderhandeling met het stadsbestuur werden de stadspoorten om drie uur 's middags geopend. Twee kapiteins van Bacharach werden gevangen genomen. De luitenant van het kasteel, een zekere ridder Knebel, vluchtte voordat de Spanjaarden arriveerden. Zijn bezittingen werden in beslag genomen. Andere vluchtelingen werd opgeroepen zich voor een bepaalde tijd te melden op staffe van verlies van al hun goederen.

Na de overgave van Bacharach weigerde Kaub zich over te geven. Daarom vertrok om 5 uur een aantal soldaten met vier artilleriestukken en acht karren buskruit over de Rijn met als doel het kasteel van Kaub te verwoesten. Toen de inwoners van Kaub dit vernamen gaven ze zich nog dezelfde dag over. Tot slot werd ook de Burg Pfalzgrafenstein ingenomen. Dit was vooral van grote symbolische betekenis, omdat het kasteeltje de aanwezigheid van de Palts in het Rijnland markeerde.