| Inname van Den Briel | ||||
|---|---|---|---|---|
| Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog | ||||
De inname van Den Briel. Jan Luyken | ||||
| Datum | 1 april 1572 | |||
| Locatie | Brielle, Holland, Nederlanden | |||
| Resultaat | De watergeuzen nemen Den Briel in. | |||
| Strijdende partijen | ||||
|
| ||||
| Leiders en commandanten | ||||
| ||||
De Inname van Den Briel vond plaats op 1 april 1572, waarbij de watergeuzen het stadje Den Briel, thans Brielle, veroverden op het aldaar gelegerde koninklijke Spaanse garnizoen. Het is een van de bekendste gebeurtenissen van de Tachtigjarige Oorlog en daarmee in de vaderlandse geschiedenis van Nederland.
De geuzen, die sinds de komst van Alva de zee op waren gegaan, verbleven met enkele schepen in de haven van Dover, waar zij eten konden krijgen en/of handelen, tot koningin Elizabeth hen in het voorjaar van 1572 beval te vertrekken. Dit gebeurde op bevel van Alva. Een van de geuzen op deze vloot was Arent van Duivenvoorde, die een belangrijke rol zou spelen bij de uiteindelijke inname van de stad.
Aanvankelijk wilden de watergeuzen naar Texel of Vlieland varen om vandaar uit mogelijk een aanval op Enkhuizen te beramen. Prins Willem van Oranje had zijn zinnen op deze stad gezet vanwege de belangrijke waarde die de stad toen had. Hij had in het verleden al tevergeefs meermaals gepoogd om de stad in te nemen met zijn watergeuzen. Een vijfentwintigtal schepen probeerden bij Texel aan te meren, wat mislukte vanwege een sterke noordwestenwind en navigatiefouten. Hierdoor voeren de schepen naar de Hollandse kust, specifiek bij de monding van de Maas, vlakbij Den Briel. Dit was tegen de zin van zowel Lumey als Willem van Oranje zelve, maar zij besloten om er alsnog heen te varen. Het Spaanse garnizoen dat er normaal verbleef, was op dat moment afwezig en er was slechts een kleine groep Spaanse soldaten overgebleven. Een veerman, Jan Koppestok, zag de geuzenvloot en roeide naar de schepen toe. Op de vraag van de geuzen of er veel Spanjaarden in het stadje waren, antwoordde hij dat men ze makkelijk aan zou kunnen.

Eenmaal aangekomen gaven de zesentwintig schepen met de watergeuzen de magistraat twee uur bedenktijd om zich over te geven. Onderhandelingen werden gestart met de Spanjaarden, maar toen die de watergeuzen te lang duurde, besloten de geuzenleiders op 1 april om de stad aan te vallen en op te eisen voor de gevluchte Willem van Oranje, die tot 1567 stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht was geweest. De burgemeester en het stadsbestuur weigerden eerst, omdat de geuzen berucht waren om hun plunderingen en andere wandaden. Daarop staken de geuzen de Noordpoort in brand en bestormden ze de inmiddels half verbrande poort, die ze open wisten te breken met een scheepsmast. Ze kwamen binnen door de bres en rekenden snel af met de Spanjaarden in de stad, die zich uiteindelijk overgaven aan de watergeuzen. Hiermee werd de inname van Den Briel een feit en werd het de eerste stad waar de opstandelingen de dienst uitmaakten.
Aanvankelijk was het plan van de watergeuzen om Den Briel aan te vallen, de buit mee te nemen en weer weg te varen. Toen echter duidelijk werd dat geen land of graafschap (waaronder die van Oost-Friesland) ze wilde ontvangen, besloten ze om in Den Briel te blijven. Op de toren van de Grote of Sint-Catharijnekerk werd de prinsenvlag vervolgens gehesen.
Alva hoorde hiervan, maar hij vond het niet noemenswaardig Den Briel verloren te hebben. De stadhouder van Holland, Maximiliaan van Hénin-Liétard (beter bekend als admiraal Van Bossu), probeerde echter een week later de stad weer in te nemen toen hij met 10 Spaanse vendels richting de stad voer. Hij en zijn troepen waren vastberaden om Den Briel weer te heroveren op de Watergeuzen, maar dit plan mislukte omdat de stadstimmerman Rochus Meeuwisz het land rondom Den Briel onder water had gestoken. Dit deed hij door op 5 april, onder vijandelijk vuur, de Nieuwlandse sluis open te hakken. De inname van Den Briel werd zo een feit en de opstand zou zich kort daarop spoedig uitbreiden over de Nederlanden, waarmee bleek dat hij de betekenis van de inname zwaar onderschat had. Men zegt ook weleens: "Op 1 april verloor Alva zijn Bril" (d.w.z. Den Briel). De woordgrap is voortgekomen uit de historische leus "Duc d'Alve mocht verdragen niet, den bril op sijner neuse!" die het volk door de straten zong na de bevrijding. In Den Briel werden kort na de inname de katholieke martelaren van Gorcum ter dood gebracht door de protestantse watergeuzen en lokale collaborateurs.
