| Irene Butter | ||
|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||
| Volledige naam | Irene Hasenberg Butter | |
| Geboortenaam | Irene Hasenberg | |
| Geboortedatum | 11 december 1930 | |
| Geboorteplaats | Berlijn | |
| Overlijdensdatum | 2 oktober 2026 | |
| Overlijdensplaats | Ann Arbor | |
| Nationaliteit | Duits-Amerikaans | |
| Beroep | econoom, hoogleraar, auteur en vredesactivist | |
| Academische achtergrond | ||
| Alma mater | Queens College, Duke University | |
| Wetenschappelijk werk | ||
| Vakgebied | economie, gezondheidsbeleid | |
| Universiteit | Universiteit van Michigan | |
| Bekend van | Holocaustgetuigenis, vredeseducatie | |
| Links | ||
| Website | ||
Irene Hasenberg Butter (Berlijn, 11 december 1930 – Ann Arbor (Michigan), 2 oktober 2026) was een Duits-Amerikaanse econoom, hoogleraar, auteur, Holocaustoverlevende en vredesactivist. Als Joods kind vluchtte zij in 1937 met haar gezin uit nazi-Duitsland naar Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werd het gezin via Kamp Westerbork gedeporteerd naar Bergen-Belsen.
Na de oorlog emigreerde Butter naar de Verenigde Staten, waar zij economie studeerde en hoogleraar werd aan de Universiteit van Michigan. Zij specialiseerde zich onder meer in gezondheidsbeleid, gezondheidszorg en de arbeidsmarkt in de gezondheidssector.
Vanaf de jaren zeventig begon Butter publiekelijk over haar oorlogservaringen te spreken. Zij gaf gedurende tientallen jaren lezingen over de Holocaust, mensenrechten en de verantwoordelijkheid van omstanders. In 1990 was zij medeoprichter van de Wallenberg Medal and Lecture aan de University of Michigan en in 2002 van de Joods-Arabische vrouwendialooggroep Zeitouna.
Butter werd als Irene Hasenberg geboren in een Joods gezin in Berlijn. Haar ouders waren John en Gertrude Hasenberg. Zij had een jongere broer, Werner.
Na de machtsovername door de nationaalsocialisten kreeg het gezin in toenemende mate te maken met antisemitisme. In 1937 vluchtte de familie naar Amsterdam, waar zij in dezelfde buurt woonde als de familie van Anne Frank.
Na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 werden ook voor het gezin Hasenberg steeds meer anti-Joodse maatregelen van kracht. Butter werd van school gestuurd en het gezin werd uiteindelijk in 1943 gedeporteerd naar Kamp Westerbork.
Tijdens hun verblijf in Westerbork ontving het gezin buitenlandse paspoorten die Butters vader via contacten had weten te verkrijgen. De documenten boden geen mogelijkheid meer om Nederland te verlaten, maar maakten het gezin wel bruikbaar voor een mogelijke gevangenenruil met Duitsland.
In februari 1944 werd het gezin naar concentratiekamp Bergen-Belsen overgebracht.
Daar bevond Butter zich in een kampgedeelte voor gevangenen met buitenlandse papieren. In Bergen-Belsen kwam zij ook Anne Frank tegen. Hoewel beiden in Amsterdam in dezelfde buurt hadden gewoond, hadden zij elkaar daar niet persoonlijk gekend. In het kamp ontmoette Butter haar bij het prikkeldraad tussen verschillende kampgedeelten. Zij probeerde via het hek kleding voor Frank door te geven.
In januari 1945 werd het gezin Hasenberg opgenomen in een uitwisseling van gevangenen met buitenlandse documenten.
Kort na het vertrek uit Bergen-Belsen overleed Butters vader aan de gevolgen van mishandeling, ondervoeding en de omstandigheden in het kamp. Hij stierf tijdens de treinreis naar Zwitserland.
Haar moeder en broer waren bij aankomst in Zwitserland te ziek om verder te reizen en werden opgenomen in een ziekenhuis. Butter werd daarom alleen doorgestuurd naar een vluchtelingenkamp van de United Nations Relief and Rehabilitation Administration (UNRRA) in Algerije.
Op kerstavond 1945 arriveerde zij per schip in de Verenigde Staten en ging bij familie in New York wonen. In 1946 werd zij herenigd met haar moeder en broer, nadat zij voldoende waren hersteld om eveneens naar de Verenigde Staten te reizen.
Na haar aankomst in de Verenigde Staten hervatte Butter haar opleiding. Zij studeerde aan Queens College in New York en studeerde daar in 1953 af.
Vervolgens studeerde zij economie aan Duke University. In 1960 behaalde zij daar een doctoraat in de economie. Volgens haar eigen biografische gegevens behoorde zij tot de eerste vrouwen die aan Duke een Ph.D. in economie behaalden.
Tijdens haar studie leerde zij Charles Butter kennen, met wie zij later trouwde.
Butter werd verbonden aan de University of Michigan. Zij doceerde vanaf de jaren zestig en was later hoogleraar binnen de School of Public Health. Haar onderzoek en onderwijs richtten zich onder meer op gezondheidsbeleid, de arbeidsmarkt in de gezondheidszorg, de internationale migratie van artsen en verpleegkundigen en de positie van vrouwen in de gezondheidszorg.
Zij was van 1962 tot 1996 aan de University of Michigan verbonden.
Daarnaast werkte zij in de jaren zeventig als adviseur voor de Wereldgezondheidsorganisatie op het terrein van de internationale migratie van medisch personeel.
Na haar pensionering was zij professor emerita in Health Management and Policy.
Na haar aankomst in de Verenigde Staten kreeg Butter van familieleden het advies de oorlog achter zich te laten en niet over haar ervaringen te spreken. Decennialang vertelde zij vrijwel niets over haar tijd in Westerbork en Bergen-Belsen.
Daar kwam verandering in toen een van haar dochters op school een project over de Holocaust maakte en Butter vroeg haar ervaringen met de klas te delen. Zij hield in 1976 een van haar eerste schoollezingen.
Enkele jaren later werd zij gevraagd deel te nemen aan een panelgesprek over Anne Frank. Butter concludeerde dat zij als overlevende kon getuigen over gebeurtenissen waarover veel slachtoffers zelf niet meer konden spreken.
Daarna gaf zij gedurende tientallen jaren lezingen op scholen, universiteiten en andere instellingen. Haar boodschap richtte zich niet alleen op herinnering aan de Holocaust, maar ook op het tegengaan van discriminatie, antisemitisme en passiviteit tegenover onrecht.
In 1990 was Butter medeoprichter van de Wallenberg Medal and Lecture aan de University of Michigan.
De onderscheiding is genoemd naar Raoul Wallenberg, de Zweedse diplomaat en oud-student van de University of Michigan die tijdens de Holocaust tienduizenden Hongaarse Joden hielp redden.
De Wallenberg Medal wordt toegekend aan personen die zich op bijzondere wijze hebben ingezet voor mensenrechten en mensen in gevaar. De eerste ontvanger was Holocaustoverlevende en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel.
Butter bleef ook na haar emeritaat bij de Wallenberg Medal betrokken.
In 2002 was Butter medeoprichter van Zeitouna, een Joods-Arabische vrouwengroep in Ann Arbor.
De groep bestond uit Joodse en Palestijnse vrouwen die door middel van langdurige gesprekken wederzijds begrip, vertrouwen en vreedzame co-existentie probeerden te bevorderen.
Het werk van de groep werd later vastgelegd in de documentaire Refusing to be Enemies: The Zeitouna Story.
Butter begon op hoge leeftijd haar herinneringen aan de Holocaust op schrift te stellen.
Samen met John D. Bidwell en Kris Holloway werkte zij gedurende meerdere jaren aan haar levensverhaal. Dit verscheen oorspronkelijk als Shores Beyond Shores: From Holocaust to Hope, My True Story.
In het boek beschreef zij haar jeugd in Berlijn en Amsterdam, de deportaties naar Westerbork en Bergen-Belsen, de gevangenenruil, het overlijden van haar vader en haar nieuwe leven in de Verenigde Staten.
Het boek werd in 2019 finalist voor een National Jewish Book Award.
In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling als Reni's reis: gelukkig in Berlijn, gevlucht naar Amsterdam, gevangen in Bergen-Belsen, geland in New York, vertaald door Maaike Post en Arjen Mulder.
Butters levensverhaal werd ook in film- en podcastvorm vastgelegd.
In 2014 maakte Evelyn Neuhaus de korte documentaire Never a Bystander, over Butters ervaringen en haar latere inzet voor mensenrechten.
In Duitsland verscheen later de podcastserie Zeitkapsel – Irene, wie hast du den Holocaust überlebt?, waarin Butter uitgebreid over haar jeugd en vervolging vertelde. De serie won in 2023 de Deutscher Podcast Preis in de categorie beste gesprek.
Butter ontving verschillende onderscheidingen voor haar academische, educatieve en humanitaire werk.
| Jaar | Onderscheiding | Toelichting |
|---|---|---|
| 1990 | Sarah Goddard Power Award | University of Michigan Academic Women's Caucus |
| 2011 | Educational Outreach and Service Award | Federal Inter-Agency Holocaust Remembrance Program |
| 2011 | Genesis Humanitarian Award | voor humanitair werk |
| 2019 | Robert S. Northrup Humanitarian Award | Rotary Club of Ann Arbor |
| 2024 | Bundesverdienstkreuz 1. Klasse | voor haar inzet als Holocaustgetuige en voor educatie tegen antisemitisme en discriminatie |
| 2025 | Anne Frank Award for Human Dignity and Tolerance | toegekend door de Nederlandse ambassade in de Verenigde Staten voor haar levenslange inzet tegen intolerantie, antisemitisme, racisme en discriminatie |
Een selectie van Butters publicaties:
| Jaar | Publicatie | Soort |
|---|---|---|
| 1966 | Economics of Graduate Education: An Exploratory Study | economisch onderzoek |
| 1971 | The Migratory Flow of Doctors to and from the United States | wetenschappelijk artikel |
| 1971 | Foreign Medical Graduates and Equal Access to Medical Care | wetenschappelijk artikel, met Richard Schaffner |
| 1987 | Gender Hierarchies in the Health Labor Force | wetenschappelijk artikel |
| 1993 | Premature Adoption and Routinization of Medical Technology: Illustrations from Childbirth Technology | wetenschappelijk artikel |
| 2018 | Shores Beyond Shores: From Holocaust to Hope, My True Story | memoires, met John D. Bidwell en Kris Holloway |
| 2020 | Reni's reis | Nederlandse vertaling van Shores Beyond Shores |
Tijdens haar studie aan Duke University leerde Butter Charles Butter kennen. Zij trouwden en kregen twee kinderen.
Het echtpaar vestigde zich in Ann Arbor, waar beiden aan de University of Michigan werkzaam waren.
Butter bleef tot op hoge leeftijd actief als spreker over de Holocaust, mensenrechten en de verantwoordelijkheid om zich tegen onrecht uit te spreken.
Zij overleed op vrijdag 2 oktober 2026 op 95-jarige leeftijd in de Verenigde Staten, in aanwezigheid van familie en vrienden. Haar overlijden werd door haar agent bevestigd aan de Duitse omroep NDR.