| Jacob Andries Jacobs | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Jacob Andries Jacobs | |||
| Bijnaam | Jac. A. Jacobs | |||
| Geboren | Amsterdam, 20 juni 1884 | |||
| Overleden | Breda, 6 mei 1968 | |||
| Nationaliteit | Nederlands | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | tekenaar, edelsmid, beeldhouwer, sieraadontwerper, docent | |||
| Floruit | 1931 | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Leerling(en) | Ab Wouters | |||
| Werklocatie | Heemstede | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Jacob Andries Jacobs (Amsterdam, 20 juni 1884 - Breda, 6 mei 1968) was een Nederlandse tekenaar, edelsmid, beeldhouwer, sieraadontwerper en docent.
Hij was zoon van Delfshavense smid Jacob Andries Jacobs en Zaankanter Maartje Schuijt. Zijn jeugd bracht hij door in Amsterdam-Oost. Zelf trouwde hij in 1910 als onderwijzer middelbaar onderwijs met Anna Maria Eliza Verbeek, die in 1920 overleed. Jacobs hertrouwde met Maria Frederika van Oosten. In 1940 trok hij met haar naar Heemstede.
Hij was als leraar verbonden aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus Amsterdam en aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam. Hij zou er doorgroeien tot adjunct-directeur. Op 1 september 1949 ging hij met pensioen. Het Parool noemde hem na zijn overlijden "vader van de Nederlandse edelsmeden”.
Jacobs was leraar van: