| Jacob Veenbaas | ||||
|---|---|---|---|---|
Veenbaas, 1938 | ||||
| Geboren | 9 juli 1881 Utingeradeel | |||
| Overleden | 31 juli 1949 Haren | |||
| Land/zijde | ||||
| Onderdeel | Infanterie | |||
| Dienstjaren | 1899-1940 | |||
| Rang | ||||
| Bevel | Territoriaal bevelhebber in Friesland | |||
| Slagen/oorlogen | Duitse aanval op Nederland in 1940 | |||
| ||||
Jacob Veenbaas (Terkaple, 9 juli 1881 – Haren, 31 juli 1949) was een Nederlands kolonel der infanterie. Tijdens de Duitse inval van mei 1940 was hij territoriaal bevelhebber in Friesland.
Veenbaas werd geboren te Terkaple als zoon van arbeider, later brigadier bij de Rijksveldwacht, Anske Veenbaas en Fetje Speerstra.
Toen Jacob drie jaar oud was, verhuisde de familie naar Idskenhuizen. Twee jaar later verhuisde het gezin naar Tzum. Veenbaas trad in 1899 als soldaat in dienst bij het Instructiebataljon. Vanaf 1903 volgde hij de Hoofdcursus te Kampen, waarna hij in 1905 tot officier werd benoemd met standplaats 's-Hertogenbosch. Vervolgens vervulde hij functies bij verschillende infanterieregimenten.
Op 23 mei 1907 trad hij te Haarlem in het huwelijk met Wilhelmina Johanna Leonarda David. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren.
Tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog voerde hij het bevel over een dekkingsdetachement dat belast was met de bewaking van de brug bij Zutphen. Vanaf 1920 was hij werkzaam bij de Cursus bij het Wapen der Infanterie. Gedurende een groot deel van zijn loopbaan doceerde hij wiskunde binnen de officiersopleiding.
In 1924 werd hij geplaatst bij het 13e Regiment Infanterie te Maastricht. In 1933 volgde zijn bevordering tot majoor en zijn plaatsing bij de staf van de VIIe Infanteriebrigade te Harderwijk. In 1936 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel en benoemd tot commandant van het 20e Regiment Infanterie.
Met ingang van 1 augustus 1938 werd Veenbaas benoemd tot territoriaal bevelhebber in Friesland. In april 1939 drong hij aan op versnelde bouw van geplande kazematten. Hij zond een officier van zijn staf naar Den Haag om inzage te verkrijgen in de ontwerptekeningen. Vervolgens werden bouwlocaties vastgesteld, bestekken opgesteld en aannemers benaderd. Nog voor het einde van april 1939 begon de bouw van de eerste verdedigingswerken.
Als territoriaal bevelhebber was hij belast met het informeren van het Algemeen Hoofdkwartier over grensoverschrijdingen, het laten uitvoeren van vernielingen en het organiseren van een vertragend gevecht. Tijdens de Duitse inval van mei 1940 beschikte Veenbaas over ongeveer vijf bataljons infanterie en enkele ondersteunende eenheden. Hij plaatste kleine detachementen langs de grens om bij een aanval alarm te slaan en de Duitse opmars door middel van voorbereide hindernissen te vertragen.
De verdediging was onder meer georganiseerd langs vaarten en kanalen, waarbij detachementen voornamelijk waren geplaatst bij bruggen en belangrijke verkeersknooppunten. Een belangrijke verdedigingslinie vormde de Wonsstelling, die liep van Zurich via Wons naar Makkum. Veenbaas beschikte hierbij niet over reserve-eenheden.
Tijdens de Duitse bezetting werd Veenbaas in 1942 krijgsgevangen genomen. Hij verbleef vervolgens in Oflag XIII-B bij Hammelburg en in Kamp Stanislau. In december 1942 keerde hij vrijgelaten.
Na zijn militaire loopbaan woonde hij te Haren. Buiten zijn dienst had hij belangstelling voor tuinbouw, vogels en plantkunde. Hij hield zich bezig met tuinbouwkundige studies en bezat een verzameling cactussen en orchideeën. Hij overleed op 31 juli 1949 in Haren na een kortstondige ziekte.