| Jan Koetsier | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | 14 augustus 1911 | |||
| Overleden | 28 april 2006 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep(en) | muziekpedagoog, dirigent | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | piano | |||
| Stijl(en) | klassieke muziek | |||
| Belangrijkste werken | 3 symfonieën, Symphonische Muziek, Frans Hals, Der Mann Lot, Brass Symphony | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Werken in collectie | NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies | |||
| Links | ||||
| (en) Allmusic-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Jan Koetsier (Amsterdam, 14 augustus 1911 - München, 28 april 2006) was een Nederlandse componist, muziekpedagoog en dirigent.
Hij was een zoon van het echtpaar Jan Koetsier en Jeanne Muller. Hijzelf was enige tijd (1936-1947) getrouwd met Dolly Rödern/Roedern (Gravin Beatrix Erdmute Wanda Etelka Rödern) en stomme-filmactrice Hilde Wörner. Na haar overlijden hertrouwde hij met stemactrice Margarete Trampe.
Koetsier vertrok met zijn ouders in 1913 naar Berlijn, waar zijn vader een aanstelling aan de toneelschool van het Duitse theater kreeg en zijn moeder een studiebeurs voor een zangopleiding kreeg. Gedurende de Eerste Wereldoorlog had zijn moeder een baan bij de opera in Leipzig en Jan Koetsier leefde een bepaalde tijd bij verwanten in Nederland. Vermoedelijk heeft hij daar eerste impressies verzameld voor zijn later belangrijk oeuvre voor koperblaasinstrumenten. Van 1927 tot 1934 studeerde hij compositie aan de Hochschule für Musik Berlijn bij Waldemar Lütschg (piano), bij Walther Gmeindl, Julius Prüwer en Alexander von Zemlinsky (orkestdirectie). Verder studeerde hij klarinet bij zijn medestudent Harald Genzmer. Hij raakte bevriend met Artur Schnabel, Leonard Shure en Siegfried Borris, die hem vooral in zijn stijl van componeren alsook bij zijn werkzaamheden als dirigent beïnvloedden.
Daarna was hij kapelmeester aan het stedelijk theater in Lübeck en Berlijn (Deutsche Musikbühne, Deutsche Landesbühne en een omroepmaatschappij) alvorens hij in 1942 bij de nieuw opgerichte Kameropera in Den Haag kwam. Later dat jaar werd hij tweede dirigent onder Willem Mengelberg bij het Amsterdamse Concertgebouworkest. In de periode 1937 tot en met 1948 zou het orkest 34 keer een werk van hem spelen; meest onder zijn leiding, maar ook onder leiding van Eugen Jochum en Eduard van Beinum. Na de Tweede Wereldoorlog werd Koetsier door een ereraad voor één jaar uitgesloten van de uitoefening van zijn beroep omdat hij zich te weinig zou hebben verzet tegen de Kulturpolitik van de bezetter.
In 1949-50 was hij korte tijd werkzaam bij het Residentie Orkest en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, maar in 1950 toog Koetsier weer naar Duitsland en was vervolgens tot 1966 dirigent van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks naast Eugen Jochum en Rafael Kubelik. Van 1966 tot 1976 was hij bij de Hochschule für Musik in München professor in orkestdirectie. Vanaf 1966 richtte hij zich meer op componeren dan op dirigeren. Koetsier werd in 1994 onderscheiden met de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland. Jan Koetsier werd 94 jaar oud.
Hij heeft diverse werken gecomponeerd die nog worden uitgevoerd, met name zijn koperblazers- en kamermuziek. Ook schreef hij een drietal symfonieën, een opera (Frans Hals, naar een blijspel van Frederik van Eeden), een oratorium (Der Mann Lot) en een ballet (Demeter). Vanwege zijn samenwerking met de Britse trompettist Philip Jones schreef hij ook tal van werken voor koperblazers, zoals een Brass Symphony.
Koetsier werd in zijn werk met name beïnvloed door Paul Hindemith. Verder was hij een bewonderaar van laatromantische componisten als Gustav Mahler en Richard Strauss. Zo streefde hij in zijn functie als dirigent van de Beierse radio-omroep ernaar dat er meer muziek van Mahler ten gehore zou worden gebracht, die toen niet vaak werd gespeeld.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1946-1949 | Frans Hals, op. 39 | 3 bedrijven | 1951, München | van de componist, naar een blijspel "De zonderlinge bekering van Frans Hals" van Frederik van Eeden |