Pouwels begon zijn studie aan het Amsterdams Conservatorium op 29-jarige leeftijd. Hij was daar leerling van Sem Dresden en later van Willem Pijper. Pouwels was organist aan de Lutherse kerk te Hilversum. Met zijn Suite verwierf hij in 1939 de prijs van de gemeente Amsterdam. Zijn Ballet voor kamerorkest verwierf de Gaudeamusprijs in 1950. Pouwels componeerde verder kinderoperette, balletten, symfonieën, orgelconcerten, fluitconcerten met dubbel strijkorkest, vioolconcerten, pianoconcerten, declamatie "Wijzangen en Kindersproke", Confiteor voor altsolo, koor en orkest, Italiaanse Ouverture, sonates voor respectievelijk fluit, viool, cello met piano, piano (één en twee piano's en vierhandig) en een orgelsonate.
Composities
Orkest
Burlesque, 1934
Concert voor orgel en orkest, 1934
Delen: 1. Allegro 2. Andante quasi allegretto 3. Allegro moderato
Suite (Oorspr. titel: Symphonische suite nr. 1.) 1940
Delen: 1. Orkeststuk 1 (Vivace) 2. Orkeststuk 2 (Larghetto) 3. Orkeststuk 3 (Allegro ma non troppo)*Italiaansche ouverture, 1949
Dans-variaties op een bekend wijsje, 1949
De Ruyter fantasie-variaties voor groot orkest, 1950
Concert voor fluit en strijkorkest, 1951
Delen: 1. Allegro 2. Andante 3. Allegro
Ouverture 1952 voor orkest, 1952
Mijn Nederland-variaties, 1960
Symphonische suite no. 2, 1961
Delen: 1. Allegro 2. Adagio 3. Allegro
Orgel
Sonate, 1934
Delen: 1. Allegro con brio 2. Larghetto 3. Sarabande con variazioni
Piano
Tango voor twee piano's, 1935
Sonate voor fluit en piano, 1950, Opgedragen aan Kees van der Star
Delen: 1. Allegro 2. Andante sostenuto 3. Presto
Sextet voor blaasinstrumenten en piano voor fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn en piano, 1958