| Jean Pierre Bolten | ||
|---|---|---|
| Geboren | 17 februari 1883 Den Haag | |
| Overleden | 4 april 1943 Berlijn, nazi-Duitsland | |
| Rustplaats | Gem. Begraafplaats Westduin te Den Haag, locatie van het graf 2e kl., vak/rij/nummer: A 1 | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | ||
| Dienstjaren | 1943 | |
| Rang | ||
| Slagen/oorlogen | Eerste Wereldoorlog
| |
| Onderscheidingen | Zie onderscheiding | |
Luitenant-kolonel Jean Pierre Bolten (Den Haag, 17 februari 1883 - Berlijn, 4 april 1943) maakte beide wereldoorlogen mee, de Eerste Wereldoorlog als militair, de Tweede Wereldoorlog als verzetsman. Hij staat op de Erelijst van Gevallenen 1940-1945.
Bolten studeerde in Kampen af als Infanterist, maar kwam daarna vrij snel bij de motordienst. Daar ontwikkelde hij tijdens de Eerste Wereldoorlog de eerste motormitrailleurs. Na de Eerste Wereldoorlog verliet hij de militaire dienst. Hij vond een baan bij de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM) en werd uitgezonden naar Teheran om daar een olielaadsteiger te bouwen. Toen hij aangaf dat de geleverde materialen niet van goede kwaliteit waren, werd hij gezien als klokkenluider. In 1923 kwam hij terug in Nederland en vestigde zich in Wassenaar.
Vanwege de oorlogsdreiging werd Bolten in 1938 in actieve dienst teruggeroepen. Hij werd geplaatst bij de geheime dienst in Amsterdam, die onder leiding stond van Hasselman, en werd hoofd van de verbindingsdienst van de Vesting Holland. Bolten en Hasselman werden na het begin van de oorlog lid van de Stijkelgroep. Hij slaagde erin veel oorlogsmateriaal uit Duitse handen te houden.
Na zijn arrestatie in het voorjaar van 1941, toen de Stijkelgroep opgerold werd door de Duitse bezetter, werd Bolten naar het Oranjehotel gebracht en kwam uiteindelijk in Berlin-Tegel terecht. Hij werd op 4 juni 1943 met 31 andere leden van de Stijkelgroep op een schietbaan in Berlijn-Tegel gefusilleerd. Alle slachtoffers werden in de (latere) Russische zone van Berlijn begraven.
Pas in 1947 werden de stoffelijke overschotten naar Nederland overgebracht en op Westduin herbegraven. Alle graven kregen een houten kruis. In 1953 werd bij de graven een monument onthuld in aanwezigheid van onder meer Ds Harold Poelchau, de gevangenispredikant in Berlijn die ruim 1000 gevangenen in hun laatste uren bijstond, inclusief de leden van de Stijkelgroep. Ook werden de houten kruizen vervangen door stenen kruizen.