| Gaffeltandmos-jeneverbesstruweel | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Syntaxonomische indeling | ||||||
| ||||||
| Associatie | ||||||
| Dicrano-Juniperetum Barkm. 1985 | ||||||
| Afbeeldingen op |
Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel (Dicrano-Juniperetum) is een associatie uit het verbond van naaldbossen (Dicrano-Pinion). De associatie omvat naaldstruwelen die voorkomen op droge, oligotrofe, kalkarme zandbodems en die gekenmerkt wordt door de frequente aanwezigheid van jeneverbesstruiken.
| Synoniemen | ||
|---|---|---|
| Dicrano-Juniperetum communis Barkm. 1968 in Westh. & Den Held 1969 nom. nud. | ||
De wetenschappelijke naam Dicrano-Juniperetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk gerimpeld gaffeltandmos (Dicranum polysetum) en jeneverbes (Juniperus communis).

Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel is fysiognomisch vrij goed gekarakteriseerd. De vegetatie manifesteert zich altijd in de formatie van een naaldstruweel, waarin jeneverbes domineert. De associatie is (zeer) soortenrijk.
Het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel is een voor Nederland vrij zeldzaam en voor Vlaanderen zeer zeldzaam en bedreigd struweeltype, dat voorkomt op droge, kalk- en oligotrofe zandbodems zoals op stuifzand, op droge heide en in kalkarme duinen.
Deze vegetatie ontstaat door gebrek aan beheer uit associaties van de droge heide en zal na verloop van lange tijd verder evolueren naar het kussentjesmos-dennenbos.
Binnen het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel worden in Nederland en Vlaanderen twee subassociaties onderscheiden. Deze tweedeling is hoofdzakelijk gerelateerd aan de successie en hangt samen met de ontwikkeling van het humusprofiel. In veel mindere mate kunnen verschillen in ondergrond en begrazing een rol spelen.
Een subassociatie met korstmossen (Dicrano-Juniperetum cladonietosum) omvat de meest psammofiel-pionierachtige alsmede meest oligotrafente vleugel van de associatie. Het zijn jongere jeneverbesstruwelen waarvan de mos- en kruidlaag een opvallende verwantschap vertonen met vooral droge heide- en stuifzandgemeenschappen. Differentiërende taxa voor deze subassociatie zijn girafje, fijn bekermos, open rendiermos, gebogen rendiermos, bruin heidestaartje, dove heidelucifer, rode heidelucifer, varkenspootje, IJslands mos, breekblaadje, gerimpeld gaffeltandmos, gewoon draadmos en gewoon trapmos. De syntaxoncode (conform de rVvN) voor deze subassociatie is r44Aa01a.

Een subassociatie met bochtige smele (Dicrano-Juniperetum avenelletosum) omvat in de regel de oudere jeneverbesstruwelen op standplaatsen met een iets hogere trofiegraad en meer vorming van mor. Differentiërende taxa zijn groot laddermos, fijn laddermos, gewoon dikkopmos en gewone eikvaren. Eveneens wordt deze subassociatie in sterke mate gekenmerkt door de hoge bedekking van bochtige smele, die binnen de associatie als preferente soort geldt voor dit naar haar genoemde syntaxon. Naast de veel grazigere structuur van de kruidlaag is ook de veel hogere bedekking van dwergstruiken (zoals struikhei, rode en blauwe bosbes of soms kraaihei) kenmerkend. De syntaxoncode (conform de rVvN) is r44Aa01b.
In de vegetatiezonering vormt het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel vaak contactgemeenschappen met vegetatie uit de klasse van droge heiden. De meest karakteristieke epifytische microvegetatie behoort tot de schorsmos-klasse.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel strekt zich uit over België, Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken, met tevens voorposten in het zuiden van Zweden. Het is een karakteristiek naaldstruweel van het westen van het Europees Laagland. In Nederland is de associatie zeldzaam en komt alleen voor op de hogere zandgronden, vooral in het oosten van het land. De zwaartepunten liggen in Drenthe en Overijssel; verder komt het voor op de Veluwe, in de Achterhoek, Noord-Limburg en het oosten en zuiden van Noord-Brabant. In Vlaanderen is de associatie zeer zeldzaam en versnipperd aanwezig in de Kempen, met als zwaartepunt het Heiderbos in As.
Het gaffeltandmos-jeneverbesstuweel is zeer rijk aan paddenstoelen. De zeer zeldzame koraalspoorstekelzwam geldt als exclusieve paddenstoelsoort voor de associatie.
De associatie is zeer soortenrijk. Ze heeft geen specifieke kensoorten, maar wordt gekenmerkt door de zeer frequente aanwezigheid van jeneverbes, en verder een groot aantal soorten die de associatie differentiëren van de andere associaties van haar verbond. De grove den, kenmerkend voor het verbond, komt in deze associatie slechts af te toe voor.
Verder bevat deze gemeenschap vooral planten van soorten van de klasse van droge heiden en de klasse van heischrale graslanden, zoals struikhei, bochtige smele en schapenzuring, naast soorten van stikstofrijkere standplaatsen zoals wilgenroosje en smalle stekelvaren.
Ten slotte vindt men in deze associatie talrijke bladmossen, waaronder gerimpeld en gewoon gaffeltandmos, levermossen als het heidefranjemos en korstmossen als het open rendiermos en fijn bekermos terug. Deze rijkdom aan mossen onderscheid de associatie met de andere associatie met jeneverbes, de veel graziger associatie van hondsroos en jeneverbes.
In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische planten- en korstmossentaxa voor het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel in Nederland en Vlaanderen.
| Kentaxon | Diff.soort | Presentie | Triviale naam | Botanische naam | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| kV | > 30% | grove den | Pinus sylvestris | ||
| > 60% | zomereik | Quercus robur | |||
| > 40% | zachte berk | Betula pubescens |
| Kentaxon | Diff.soort | Presentie | Triviale naam | Botanische naam | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| 100% | jeneverbes | Juniperus communis | |||
| > 50% | wilde lijsterbes | Sorbus aucuparia | |||
| > 40% | sporkehout | Frangula alnus | |||
| > 40% | Amerikaanse vogelkers | Prunus serotina |
| Kentaxon | Diff.soort | Presentie | Triviale naam | Botanische naam | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| dA | > 90% | struikhei | Calluna vulgaris | t.o.v. kussentjesmos-dennenbos | |
| > 70% | bochtige smele | Avenella flexuosa | |||
| dA | > 60% | schapenzuring | Rumex acetosella | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 50% | zandstruisgras | Agrostis vinealis | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | gewone eikvaren | Polypodium vulgare | t.o.v. kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | pilzegge | Carex pilulifera | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | wilgenroosje | Chamerion angustifolium | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | fijn schapengras | Festuca filiformis | t.o.v. kussentjesmos-dennenbos | |
| > 30% | liggend walstro | Galium saxatile | |||
| > 30% | smalle stekelvaren | Dryopteris carthusiana | |||
| > 20% | kraaihei | Empetrum nigrum | |||
| > 20% | gewone dophei | Erica tetralix | |||
| dA | grasklokje | Campanula rotundifolia | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | ||
| dA | hondsviooltje | Viola canina | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | ||
| dA | vogelmuur | Stellaria media | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos |
| Kentaxon | Diff.soort | Presentie | Triviale naam | Botanische naam | Opmerking |
|---|---|---|---|---|---|
| kV | > 30% | gerimpeld gaffeltandmos | Dicranum polysetum | ||
| kK | > 10% | gestekeld tandmos | Barbilophozia hatcheri | ||
| > 90% | gewoon gaffeltandmos | Dicranum scoparium | |||
| > 90% | bronsmos | Pleurozium schreberi | |||
| > 80% | heideklauwtjesmos | Hypnum jutlandicum | |||
| dA | > 70% | gewoon peermos | Pohlia nutans | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| > 60% | heidefranjemos | Hypnum cupressiforme | |||
| dA | > 60% | open rendiermos | Cladonia portentosa | t.o.v. kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 60% | breekblaadje | Campylopus pyriformis | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 50% | gewoon pluisjesmos | Dicranella heteromalla | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | gewoon dikkopmos | Brachythecium rutabulum | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| dA | > 40% | fijn bekermos | Cladonia chlorophaea | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| > 40% | glanzend tandmos | Barbilophozia barbata | |||
| dA | > 40% | gewoon kantmos | Lophocolea bidentata | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| > 40% | fraai haarmos | Polytrichum formosum | |||
| > 40% | bruin heidestaartje | Cladonia glauca | |||
| dA | > 30% | gewoon draadmos | Cephaloziella divaricata | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos | |
| > 30% | groot laddermos | Pseudoscleropodium purum | |||
| > 20% | boskronkelsteeltje | Campylopus flexuosus | |||
| dA | > 20% | ruig haarmos | Polytrichum piliferum | t.o.v. korstmossen-dennenbos en kussentjesmos-dennenbos |
Net als de meeste oligotrafente struwelen wordt het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel bedreigd door verruiging, en dat vooral door een hoge stikstofdepositie vanuit de atmosfeer, en door omzetting van heide naar landbouwgebied.
Andere bedreigingen zijn het versnellen van de verbossing met vliegdennen uit nabijgelegen dennenbossen. Jeneverbesstruwelen zijn gevoelig voor beschaduwing en verdwijnen onder hogere bomen.
In Nederland en Vlaanderen is sinds halfweg de 20e eeuw geen spontane verjonging meer waargenomen in jeneverbesstruwelen, een verschijnsel met onbekende oorzaak. De laatste jaren worden op verschillend plaatsen in Nederland echter terug kiemplanten aangetroffen.
In de A1 nabij Rijssen zit een opvallende bocht langs het Natura2000-gebied De Borkeld, die bekend staat als de 'Bocht van Barkman'. Aanvankelijk wilde men de snelweg dwars door een associaat van het gaffeltandmos-jeneverbesstruweel aanleggen, maar door een protest van Nederlands botanicus Jan Barkman is dit struweel niet vernietigd en heeft men de snelweg er met een bocht omheen gelegd.
---